Bijvoeglijke bepaling

Vandaag:
Je weet wat een bijstelling is en je kan een zin met een bijstelling verdelen in zinsdelen.

Je weet wat een bijvoeglijke bepaling is en je kunt deze vinden in de zin.
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Vandaag:
Je weet wat een bijstelling is en je kan een zin met een bijstelling verdelen in zinsdelen.

Je weet wat een bijvoeglijke bepaling is en je kunt deze vinden in de zin.

Slide 1 - Tekstslide

Bijstelling: Wat doet het?
De bijstelling geeft extra informatie over iets wat al in de zin staat. 
Voorbeeld: 
Ik heb bloemen, een bos rozen, van mijn vriendin gekregen. 

  • In de zin staat dat ik bloemen heb gekregen.
  • De extra informatie  die toegevoegd wordt, is dat het gaat om een bos rozen. 
  • een bos rozen is hier de bijstelling, want het geeft extra informatie over bloemen.

Slide 2 - Tekstslide

Welk deel van de zin geeft extra informatie?
Eva, mijn zus, slaapt bij oma.
A
Eva
B
mijn
C
bij oma
D
mijn zus

Slide 3 - Quizvraag

Welk deel van de zin geeft extra informatie?
Max, de harige hond van onze buren, loopt in onze tuin.
A
de harige hond
B
Max
C
de harige hond van onze buren
D
onze tuin

Slide 4 - Quizvraag

Let op:
  • Bij een bijstelling gaat het altijd om hetzelfde object als de woordgroep die ervoor staat: een bos rozen en bloemen zijn dezelfde dingen (ik heb niet ineens een andere bos in mn handen). 
  • Meestal kan de bijstelling van plaats wisselen met de woordgroep die ervoor staat:
Ik heb een bos rozen, bloemen, van mijn vriendin gekregen. 

Slide 5 - Tekstslide

Nog even opletten!:
  • De bijstelling staat altijd tussen twee komma's wanneer het in het midden van de zin staat of tussen een komma en een punt als het aan het einde van de zin staat:
Ik heb bloemen, een bos rozen, van mijn vriendin gekregen.

Het onderzoek werd geleid door de heer Pieterseneen deskundige op het gebied van belastingfraude.

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de bijstelling?
Wie van de oppassers toonde zeer trots het pasgeboren aapje, een chimpansee, aan de nieuwsgierige journalisten?
A
het pasgeboren aapje
B
de nieuwsgierige journalisten
C
een chimpansee

Slide 7 - Quizvraag

Je hebt geleerd dat een bijstelling extra informatie geeft over iets wat al genoemd is in de zin.

Een bijvoeglijke bepaling geeft ook extra informatie over iets wat in datzelfde zinsdeel staat. 

Slide 8 - Tekstslide

Bijvoeglijke bepaling
In sommige zinsdelen geven zinsdeelstukken extra informatie over het belangrijkste woord van het zinsdeel, de kern.Als deze kern een zelfstandig naamwoord is, is er sprake van een bijvoeglijke bepaling

Bijvoorbeeld: De lieve moeder |staat |in de tuin.
moeder = zn, dus kern van het eerste zinsdeel. Lieve zegt iets over dit zn/de kern. Lieve is bvb bij moeder

Slide 9 - Tekstslide

Bijvoeglijke bepaling
Een bijvoeglijke bepaling kan voor of achter het zelfstandig naamwoord staan. Er kunnen ook meerdere bijvoeglijke bepalingen bij één zelfstandig naamwoord horen. 

BV: De bekende regisseur van deze thriller/heeft/tot mijn grote verassing/al eerder/twee heel mooie films/gemaakt

Slide 10 - Tekstslide

Wat zijn de bvb'en:
Met hun neus wroeten de grote varkens in de grond
A
hun
B
grote
C
de
D
wroeten

Slide 11 - Quizvraag

Bvb
Een bezittelijk voornaamwoord (mijn, jouw, zijn, haar) geeft ook extra informatie over de kern en is dus ook een bvb.

Voorbeeld:
Haar vriendin is aardig.
De vriendin van mijn moeder is aardig.

Slide 12 - Tekstslide

Wat is de bvb?
Deze lekkere frikandellen ga je toch niet eten?
A
lekkere
B
frikadellen
C
toch
D
je

Slide 13 - Quizvraag

BVB
Let op: lidwoorden (de, het, een), voornaamwoorden (deze, mijn, jouw) en telwoorden (twee, derde, vijfhonderd) zijn op zichzelf geen bijvoeglijke bepalingen. Ze kunnen wel een deel van een bijvoeglijke bepaling zijn. 

De moeder van mijn vriendin/staat/in de gang.
van mijn vriendin = bvb bij moeder --> van + mijn vormen dus samen met 'vriendin' een bijvoeglijke bepaling.

Slide 14 - Tekstslide