Les 27

LES 27: TAAL ZORGT VOOR INCLUSIE EN EXCLUSIE
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 31 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

LES 27: TAAL ZORGT VOOR INCLUSIE EN EXCLUSIE

Slide 1 - Tekstslide

INCLUSIE VS. EXCLUSIE

Slide 2 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Kennen jullie deze termen?


Wat betekent als je een apparaat koopt en er staat op "inclusief batterij"?
INCLUSIE VS. EXCLUSIE

Slide 3 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Exclusie: iets of iemand uitsluiten.

Inclusie: iets of iemand insluiten, het tegenovergestelde van uitsluiting. Vaak: iemand die uitgesloten en/of gediscrimineerd wordt, toch insluiten in de maatschappij.

Volgens Van Dale:
"Toestand dat iedereen gelijke rechten en plichten heeft en volwaardig kan deelnemen aan het maatschappelijk leven."

INCLUSIE VS. EXCLUSIE

Slide 4 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 311: oefening 4

a. Omschrijf in je eigen woorden wat de titel van dit hoofdstuk betekent.

b. Lees het citaat van Babs Gons. Hoe ziet zij de relatie tussen taal en inclusie?
INCLUSIE VS. EXCLUSIE

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 311: oefening 4

c. Babs ziet taal als middel om mensen te verbinden, dus inclusief.

Taal kan echter ook exclusief zijn en mensen juist in groepen opdelen.

Wat vind jij? Is taal eerder inclusief, exclusief, allebei of geen van beide?
INCLUSIE VS. EXCLUSIE

Slide 7 - Tekstslide

TAAL EN JE EERSTE INDRUK

Slide 8 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Een beeld dat mensen hebben over iemand anders, een mening die veel mensen delen, vaak overdreven, vaak niet volledig overeenkomstig met de werkelijkheid, ...

Welke term hebben we hiervoor nog gezien?
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 9 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 312: oefening 1 + 2

We beluisteren zes opnames van leden van de Vlaamse Jeugdraad. Je moet niet letten op wat ze zeggen, wel op hoe ze spreken.

1. Welke stem vind je het meest aantrekkelijk?

2. Rangschik de stemmen van aarzelend naar vlot en van duidelijk dialect naar Standaardnederlands zonder accent.
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 10 - Tekstslide

Toets 14 + 17
autochtoon: iemand die woont in het land waar hij geboren is of waar zijn recente voorouders geboren zijn.

= afkomstig uit België

allochtoon: iemand die woont in een ander land dan waar hij geboren is of waar zijn recente voorouders geboren zijn.

= afkomstig van een ander land


ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 11 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 312: oefening 1

Welke stem vind jij het meest aantrekkelijk?

Wie zou jou mogen vertegenwoordigen in de Jeugdraad of het Vlaams Parlement?
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 12 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 312: oefening 2

Zet de stemmen op de juiste plek in de tabel:


ONS BEELD VAN ANDEREN
zeer aarzelend
aarzelend
vlot, maar iets te snel
vlot, maar te veel vaktaal
vlot en duidelijk
duidelijk dialectisch
licht dialectisch
AN met licht accent
AN zonder accent

Slide 13 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 312: oefening 3

Hoe stel je je de sprekers voor? Welk oordeel heb je over hen op basis van hun uitspraak en taalgebruik?
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 14 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 312: oefening 5

In les 17 ging het over regionale taalvariatie.

a. Wat is ook alweer een regionaal accent?

b. Welk verband is er tussen accenten en prestige?

c. Wat zou volgens jou een etnisch accent kunnen zijn?
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 15 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 313-314: lees de tekst

p. 315: oefening 6

a. Beschrijf hoe het experiment dat in de tekst beschreven wordt praktisch in elkaar zat.

b. Wat was de belangrijkste bevinding?
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 16 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 315: oefening 7

Vul de zinnen aan op basis van de tekst.

Werk alleen en in stilte.
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 315: oefening 8

Is je mening (opdracht 4) veranderd over taal als middel tot inclusie of exclusie?

Waar moet je rekening mee houden als het om taal in de maatschappij gaat?
ONS BEELD VAN ANDEREN

Slide 19 - Tekstslide

SOCIALE TAALVARIATIE

Slide 20 - Tekstslide

Toets 14 + 17
p. 316: oefening 1-4

We luisteren naar een lezing van professor Stefania Marzo (KU Leuven) over het Cités. We luisteren twee keer.

Beantwoord vraag 1-4 in je boek.
HET CITÉS

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Sociolect: taalvariëteit gebaseerd op leeftijd, sekse en  sociale klasse van de spreker.

Cités: 
  • Sociolect gesproken in de grote mijnsteden in Limburg
  • Oorspronkelijk: gesproken door gastarbeiders van verschillende etnische afkomst die verschillende talen spraken
  • Nu: jongerentaal

HET CITÉS

Slide 23 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Jullie hebben thuis een artikel gelezen. Nu krijg je een aantal vragen over deze tekst. Je mag de tekst en je notities of schema (als je die hebt) gebruiken.

Als je klaar bent, krijg je van mij de woordenlijst en mag je beginnen aan Tussenstop 4 (p. 269): oefening 1-4 + 7-8.
LEESTOETS

Slide 24 - Tekstslide

GENDERINCLUSIEF TAALGEBRUIK

Slide 25 - Tekstslide

Toets 14 + 17
We spraken bij les 27 over hoe taal inclusief en exclusief kan zijn. Wat bedoelden we daar ook alweer mee?


Wat zou je kunnen verstaan onder "inclusief taalgebruik"?
INCLUSIEF TAALGEBRUIK

Slide 26 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Inclusief taalgebruik: taalgebruik waardoor bepaalde mensen in de samenleving zich niet buitengesloten voelen. = taalgebruik waardoor niemand zich buitengesloten hoeft te voelen.

Voorbeelden van thema's:
  • seksisme
  • racisme
  • seksuele voorkeur
  • handicap
INCLUSIEF TAALGEBRUIK

Slide 27 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Joanna heeft een speech geschreven die begint met "beste dames en heren". Na een gesprek met een non-binaire collega wil ze ervoor zorgen dat ook mensen die zich niet tot één van die twee categorieën rekenen zich door haar toespraak aangesproken voelen.

Wat zou jij haar aanraden?
INCLUSIEVER VERWOORDEN

Slide 28 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Je opa vertelt je dat hij een opmerking gekregen heeft bij de bakker toen hij het had over "die vreemdeling". Hij had het over een Syrische jongen die in het weekend soms in de bakkerij komt helpen. Hij bedoelde er niks verkeerd mee en vraagt jou wat hij dan wel had moeten zeggen.

Wat zou jij hem aanraden?
INCLUSIEVER VERWOORDEN

Slide 29 - Tekstslide

Toets 14 + 17
We bekijken nu een video over genderinclusief taalgebruik bij de overheid.

Beantwoord de vragen die je van mij gekregen hebt. We bekijken het fragment twee keer indien nodig.

Dit is ook examenleerstof.
INCLUSIEF TAALGEBRUIK

Slide 30 - Tekstslide

Toets 14 + 17
Na de video: wat vond je van de reacties van de "gewone mensen op straat" in dit fragment?

Wat vind je zelf van het gebruik van genderinclusieve of genderneutrale woorden?
INCLUSIEF TAALGEBRUIK

Slide 31 - Tekstslide