Geluid klas 2 bs 2 toonhoogte en frequentie nova max ddl

Geluid hoofdstuk 6 bs2
Toonhoogte en frequentie
1 / 48
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Geluid hoofdstuk 6 bs2
Toonhoogte en frequentie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

leerdoelen (je kan uitleggen)
  • wat de dikte van een snaar en toonhoogte met elkaar te maken hebben
  • wat frequentie is met de bijbehorende eenheid
  • wat de frequentie en toonhoogte  met elkaar te maken hebben
  • wat het frequentie bereik van mensen is
  • wast ultrasoon geluid is

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je van
toonhoogte?


Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

wat houd de baard
in de keel in?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Frequentie of toonhoogte:
frequentie ( toonhoogte) = het aantal trillingen per seconde
(Dit zegt niet hard of zacht)

hertz = de eenheid voor frequentie

hoe hoger de frequentie hoe hoger de toon !

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een trilling
Een trilling heeft 1 berg en 1 dal

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frequentie voorbeeld:
Een geluid heeft een toonhoogte van 500hz
Er zijn 500 trillingen of golven per seconde.

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toonhoogte veranderen 
Dikke snaren: zijn zwaarder en trillen daardoor langzamer.
Minder trillingen is lagere toon.

Dunne snaren: zijn lichter en trillen daardoor sneller.
Meer trillingen is hogere toon.

Toonhoogte veranderen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoge/lage tonen
Strakker/losser, dikker/dunner en korter/langer werken voor alle snaarinstrumenten. Dus ook voor de viool, cello, contrabas, basgitaar, piano, harp, etc. De lengte gaat ook op voor blaasinstrumenten. 
Hoe langer de pijp van bijvoorbeeld een orgel, hoe lager het geluid dat deze maakt. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toonhoogte verhogen/verlagen
Er zijn drie manieren waarop je de toonhoogte van een snaar kunt verhogen:
De snaar strakker spannen.
De snaar korter maken.
De snaar dunner maken.

Er zijn drie manieren waarop je de toonhoogte van een snaar kunt verlagen:
De snaar losser spannen.
De snaar langer maken.
De snaar dikker maken.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De stemvork
  • een stemvork geeft altijd dezelfde toonhoogte aan
  • bijv. 128hz = 128 trillingen per seconde

Slide 12 - Tekstslide

Hier het voorbeeld van een klankkast laten horen. Een keer met klankkast en tot wanneer ze het horen en een keer zonder klankkast en dan laten roepen of hand als ze niet meer horen.
Tonen
Laten we eens het oscilloscoopbeeld van een aantal tonen vergelijken. Hieronder zien we een oscilloscoopbeeld van een zachte en een harde toon. Zoals je kunt zien heeft een zachte toon een kleine amplitude en heeft de harde toon een grote amplitude. De 'hardheid' van het geluid noemen we in de natuurkunde de geluidsterkte. We meten de geluidsterkte in decibel (dB).
Hieronder zien we een oscilloscoopbeeld van een lage en een hoge toon. Zoals je kunt zien heeft een lage toon grote trillingstijd (en een kleine frequentie) en heeft een hoge toon een kleiner trillingstijd (en een grote frequentie). De frequentie van een toon bepaald dus de toonhoogte van het geluid.








Zachte en harde tonen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

hoge en lage tonen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frequentiebereik mens
Mensen kunnen niet alle frequenties horen. De frequenties die mensen kunnen horen liggen tussen de 20 en 20.000 Hz. We noemen dit het
frequentiebereik van het mensenlijk gehoor. Dit frequentiebereik wordt kleiner als we ouder worden. We horen dan steeds minder lage en
hoge tonen. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

frequentiebereik mens
Mensen horen tonen tussen de 20 en 20000 Hertz.
Dit noemen we frequentiebereik.
De onderste grens = 20 hz
De bovenste grens =20.000 hz
Bij iedereen is het bereik verschillend, dit heeft te maken met je leeftijd, gezondheid en mogelijke gehoorbeschadigingen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Frequentiebereik dieren
Frequenties die boven het menselijk frequentiebereik liggen noemen we ultrasoon. Als de frequentie onder het menselijk frequentiebereik ligt noemen we het geluid infrasoon. 
Een vleermuis kan ultrasoon geluid horen. Een vleermuis kan makkelijk geluiden horen van 100.000 Hz en kan een olifant geluiden horen van 16 Hz. 
In de afbeelding hiernaast kun je  bij de blauwe balkjes het gehoorbereik (ontvanger) aflezen en bij de rode balkjes  het stembereik (bron) van de mens en een aantal dieren.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gehoortest
20 Hz
200 Hz
2000 Hz
12000 Hz
30 Hz
50 Hz
80 Hz
500 Hz
800 Hz
1000 Hz
5000 Hz
8000 Hz
10000 Hz
15000 Hz
18000 Hz
20000 Hz
Hier kun je testen hoe goed jij lage en hoge tonen kunt horen. Doe de test eerst bij jezelf (oortjes) en schrijf in je schrift de laagste en hoogste toon die je goed kunt horen (gehoorbereik). Doe de test ook bij docenten, ouders etc. , kijk of je verschillen meet.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke geluiden hoor je?
  • Onderste gehoorgrens: laagste toon die je kan horen als mens: 20 Hertz
  • Bovenste gehoorgrens: hoogste toon die je kan horen als mens: 20000 Hertz.
  • Gebied tussen de onderste en bovenste gehoorgrens heet: gehoorbereik

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De oscilloscoop
  • zet geluid om in een plaatje
  • kan alleen als je een microfoon gebruikt

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een trilling heeft altijd een berg en eendal.
Je ziet hier dus 1 trilling

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De oscilloscoop
  • De oscilloscoop vangt het geluid op en laat het geluid zien als een trilling.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onthouden!  
Een toon-generator maakt verschillende tonen.  
Een oscilloscoop maakt de trillingen van geluid zichtbaar.  
De hoogte van de golven is de amplitude.  
Een hard geluid heeft een grote amplitude.  
Een zacht geluid heeft een kleine amplitude.  
Bij een hoge toon zijn de golven smal. Je ziet veel golven.  
Bij een lage toon zijn de golven breed. Je ziet weinig golven.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de laagste toon die mensen kunnen horen, dus de onderste gehoorgrens?
A
200 hertz
B
20 hertz
C
2 hertz
D
20 decibel

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de hoogste toon die mensen kunnen horen, dus de bovenste gehoorgrens?
A
200 hertz
B
20 hertz
C
20 kilo hertz
D
25000 hertz

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Frequentie is het aantal trillingen per
A
Minuut
B
Seconde
C
Uur

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een oscilloscoop maakt geluid ...
A
Hoorbaar
B
Zichtbaar

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De benen van een stemvork bewegen in 10 seconden 660 keer heen en weer.
Hoe groot is de frequentie?
A
660 Hz
B
6600 Hz
C
66 Hz

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe hoger de frequentie hoe ...... het geluid
A
Harder
B
Hoger
C
Lager
D
Zachter

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heeft geen invloed op de toonhoogte van een trillende snaar?
A
De lengte van de snaar
B
De dikte van de snaar
C
De spanning van de snaar
D
De kleur van de snaar

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De frequentie is het aantal trillingen per minuut
A
Juist
B
Onjuist

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de eenheid van frequentie?
A
Frq
B
Hr
C
Hz
D
Fq

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als de frequentie omlaag gaat, gaat de toonhoogte...
A
Omhoog
B
Omlaag
C
Verandert niet

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een snaar trilt 120 keer per minuut. Wat is de frequentie?
A
2 Hz
B
60 Hz
C
120 Hz
D
4 Hz

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het frequentiebereik van het menselijk oor?
A
10Hz - 10.000Hz
B
0Hz - 100.000Hz
C
2Hz - 2.000Hz
D
20Hz - 20.000Hz

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een snaar maakt 15.000 trillingen per seconde, kan een mens dit geluid horen?
A
Ja
B
Nee

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een oscilloscoop...
A
Kan geluid omzetten in een elektrisch signaal
B
Kan een elektrisch signaal omzetten in geluid
C
Werkt als een microfoon

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het gehoorbereik
van een hond?
(klik plaatje om te bekijken)
A
85 - 1100 hz
B
20- 20.000 hz
C
50 - 1.080 hz
D
15 tot 50.000

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het gehoorbereik
van een vleermuis?
(klik plaatje om te bekijken)
A
1.000 tot 120.000 hz
B
1.000 tot 120.000 hz
C
10.000 tot 120.000 hz
D
150 tot 150.000

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel trillingen
zie je hier?
(klik plaatje om te bekijken)
A
1
B
2

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel trillingen
zie je hier?
(klik plaatje om te bekijken)
A
1
B
2
C
4

Slide 41 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke toon is het hoogst

(klik plaatje om te bekijken)
A
plaatje A
B
Plaatje B

Slide 42 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bepaal de frequentie van deze toon 1?
(uitleg)
Je ziet hier
5 trillingen in 0,1 sec.
Dat houd in dat je
50 trillingen hebt in 1 seconde
De frequentie is dus 50hz

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bepaal de frequentie van deze toon 2?
(uitleg)
Je ziet hier
4 trillingen in 0,01 sec.
Dat houd in dat je
40 trillingen hebt in 0,1 seconde
400 trillingen hebt in 1 seconde
De frequentie is dus 400hz

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bepaal de frequentie van deze toon 3?
(uitleg)
Je ziet hier
10 trillingen in 0,001 sec.
Dat houd in dat je
100 trillingen hebt in 0,01 sec
1000 trillingen hebt in 0,1 sec
10.000 trillingen hebt in 1 sec
De frequentie is dus 10.000hz

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op de oscilloscoop is een toon afgebeeld. De tijd van het volledige beeld is 0,01 s.
Bepaal de frequentie van deze toon.
A
4 Hz
B
10 Hz
C
40 Hz
D
400 Hz

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op de oscilloscoop is een toon afgebeeld. De tijd van het volledige beeld is 0,02 s.
Bepaal de frequentie van deze toon.
A
0,5 Hz
B
1,5 Hz
C
5 Hz
D
50 Hz

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op de oscilloscoop is een toon afgebeeld. De tijd van het volledige beeld is 0,01 s.
Bepaal de frequentie van deze toon.
A
4 Hz
B
10 Hz
C
40 Hz
D
400 Hz

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies