3.3 machtige heren, halfvrije boeren

Machtige heren, halfvrije boeren
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Machtige heren, halfvrije boeren

Slide 1 - Tekstslide

Lesvolgorde
Herhaling
Uitleg 3.3 Machtige heren halfvrije boeren.
Vragen
Huiswerk

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik leer waardoor boeren in de landbouwsamenleving halfvrij waren.
  • Ik leer hoe de landbouw was georganiseerd.
  • Ik leer welke sociale verhoudingen er waren.

Kenmerkend aspect: hofstelsel en horigheid.

Slide 3 - Tekstslide

Wat namen we van de Germanen over?
A
Kerstboom
B
Pasen
C
Kerst

Slide 4 - Quizvraag

Beperkte vrijheid
  • Tijd van monniken en ridders --> Landbouwsamenleving in West-Europa.
  •  Veel boeren horigen op een domein.
  • Onveilige tijd, boeren kregen bescherming op domein in ruil voor horigheid.

Slide 5 - Tekstslide

Domein met halfvrije boeren

Slide 6 - Tekstslide

Leven op een domein
  • Hof: het huis van de heer
  • Domeinen zorgden voor zichzelf (alles werd er verbouwd en gemaakt)
  • Horige boer moest gedeelte van oogst afstaan aan de heer van het domein. Verder herendiensten verrichten.
  • Dat systeem heet hofstelsel: economisch systeem met horigen op een domein.

Slide 7 - Tekstslide

Wat moesten horigen doen op een domein

Slide 8 - Open vraag

Drie sociale groepen
  • Geestelijken (kerk)
  • Edelen (kasteelheer, heer van het domein)
  • Boeren

Slide 9 - Tekstslide

Geestelijken en edelen
  • Geestelijken en edelen hadden privileges (voorrechten, speciale rechten).
  • Heren hadden HEERlijke rechten van een gebied (bijvoorbeeld het molenrecht, iedereen in dat gebied moest bij hem het graan laten malen)

Slide 10 - Tekstslide

Drie sociale groepen: geestelijken, adel en boeren

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Waarom ruilden boeren hun vrijheid in om horige te worden?

Slide 13 - Open vraag

Een domein zorgt voor zichzelf. Wat wordt daarmee bedoeld

Slide 14 - Open vraag

Noem een voorbeeld van herendiensten.

Slide 15 - Open vraag

Wat heb je geleerd over 3.3?

Slide 16 - Woordweb