HS 2 Lezen + Woordenschat

Goedemorgen!
  • Jassen ophangen
  • Telefoon op tafel
  • Nederlands boek DICHT
  • Pak pen en papier voor je
  • Als de timer is afgelopen begint de les.
timer
3:00
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Goedemorgen!
  • Jassen ophangen
  • Telefoon op tafel
  • Nederlands boek DICHT
  • Pak pen en papier voor je
  • Als de timer is afgelopen begint de les.
timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

HS  2 Lezen + Woordenschat

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen:
  • Je weet wat globaal lezen is en je weet dit toe te passen op de tekst.
  • Je weet hoe je deelonderwerpen kunt vinden in de tekst.
  • Je weet hoe je woordraadstrategie 'zoek een omschrijving of definitie' moet toepassen. 

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik naar het vorige hoofdstuk

Slide 4 - Tekstslide

Als ik het onderwerp van de tekst wil vinden ga ik...
A
...de tekst bekijken
B
... de tekst oriënterend lezen
C
...globaal lezen

Slide 5 - Quizvraag

Stelling: 'Het onderwerp van de tekst kan ik vinden in de titel en de tussenkopjes.'
A
Eens
B
Oneens

Slide 6 - Quizvraag

Leg je telefoons weg.

Slide 7 - Tekstslide

HS 2 Lezen

Deelonderwerpen

Slide 8 - Tekstslide

De indeling van een tekst
Inleiding 
Middenstuk 
Slot

Slide 9 - Tekstslide

Uitleg: Deelonderwerpen
Iedere tekst heeft een onderwerp. Bij dit onderwerp horen ook deelonderwerpen
Een deelonderwerp laten verschillende kanten van het ondewerp zien.

Een ander woord voor verschillende kanten is:
aspecten. Als het onderwerp van een tekst 
wielrennen is, dan kan een deelonderwerp training
of wedstrijden zijn. 


Slide 10 - Tekstslide

Deelonderwerpen
Deelonderwerpen vind je in het middenstuk van de tekst.

Het onderwerp en de deelonderwerpen bestaan meestal maar uit één of enkele woorden

Tussenkopjes kunnen je helpen bij het vinden van het deelonderwerp. 

Slide 11 - Tekstslide

Stappen om het deelonderwerp te vinden

  1. Lees de tekst globaal; lees elke eerste ( soms twee) en laatste zinnen van elke alinea.
  2. Stel je zelf de vraag: Waarover gaat de alinea?

Slide 12 - Tekstslide

HS 2 Woordenschat 
Zoek een omschrijving of definitie

Slide 13 - Tekstslide

Woordraadstrategie: zoek een omschrijving of definitie

  • Wanneer je een onbekend woord tegen komt in de tekst, pas je een woordraadstrategie toe. (Een strategie om het woord te raden.)
  • In hoofdstuk twee behandelen we woordraadstrategie: zoek een omschrijving of definitie. 



Slide 14 - Tekstslide

Stappen bij 'zoek een omschrijving of definitie'

  1. Lees een paar zinnen voor het onbekende woord
  2. Lees de zin waar het onbekende woord in staat
  3. Lees een paar zinnen na het onbekende woord
  4. Zoek naar een omschrijving of definitie van het onbekende woord. 

Slide 15 - Tekstslide

Wat denk jij dat het verschil is tussen een omschrijving en een definitie?

Slide 16 - Tekstslide

Lees de tekst oriënterend

Slide 17 - Tekstslide

Wat is het onderwerp van de tekst?
A
Filipijnen
B
Volkaanuitbarsting Filipijnen
C
Barbecuelucht in Manilla
D
Geannuleerde vlucht

Slide 18 - Quizvraag

Maak tweetallen
Lees de tekst en geef antwoord op de volgende vragen:

  1. Uit welke alinea(s) bestaat de inleiding? Leg je antwoord uit.
  2. Welke deelonderwerpen weet je te vinden in de tekst? Benoem hoe je tot het deelonderwerp bent gekomen.
  3. Zoek de omschrijving of definitie van de onderstreepte woorden in de tekst. 

Jullie mogen overleggen in ZF!
timer
10:00

Slide 19 - Tekstslide

1. Uit welke alinea(s) bestaat de inleiding. Leg je antwoord uit.

Slide 20 - Tekstslide

Vulkaanuitbarsting Filipijnen

Slide 21 - Woordweb

Ik weet nu wat globaal lezen is en hoe ik dit moet toepassen op een tekst.
A
Ja
B
Nee
C
Nog niet helemaal

Slide 22 - Quizvraag

Ik weet nu wat deelonderwerpen zijn en hoe ik ze moet vinden in de tekst.
A
Ja
B
Nee
C
Nog niet helemaal

Slide 23 - Quizvraag

Ik weet wat woordraadstratgie 'zoek een omschrijving of definitie' is en hoe ik het moet toepassen
A
Ja
B
Nee
C
Nog niet helemaal

Slide 24 - Quizvraag

Huiswerk wk 39
Maken:
  • Lezen opdr. 1, 2 en 4 blz. 43 t/m 46
  • Woordenschat opdr. 1, 4 en 6 blz. 54 t/m 57 

Verrijking/ verdieping/ verwerking:
  • Schrijf 5 woorden op die je nog niet kent en zoek de betekenis op in het woordenboek. TIP! Zet de woorden achterin je Nederlands schrift.
  • Bekijk nu.nl en lees een artikel die je aanspreekt. Kijk naar wat het onderwerp is en wat de eventuele deelonderwerpen zijn. 

Slide 25 - Tekstslide

EINDE LES

Slide 26 - Tekstslide