V2 2526 GHZ - Syndromen

Syndromen binnen de GHZ
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 1,2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Syndromen binnen de GHZ

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  1. Na deze les weet je wat het begrip ''syndroom'' inhoud
  2. Na deze les heb je je verdiept binnen drie vormen van syndromen
  3. Na deze les ken je de mogelijke oorzaken van de drie syndromen
  4. Na deze les kan je van elk syndroom 3 belangrijke kenmerken benoemen. 

Slide 2 - Tekstslide

Welke syndromen ken je al?

Slide 3 - Woordweb

Wat is een syndroom? 
Een syndroom is een vaste combinatie van bij elkaar horende symptomen die horen bij een bepaald ziektebeeld, een bepaalde afwijking of stoornis. 

Syndroom kan bestaan uit een combinatie van uiterlijke kenmerken, een verstandelijke beperking, een stoornis in motoriek en een aanleg voor bepaalde orgaanstoornissen. 


Slide 4 - Tekstslide

Vandaag drie vormen van syndromen.....
  1. Syndroom van Down
  2. Fragiele X syndroom
  3. Syndroom van RETT

Slide 5 - Tekstslide

syndroom van RETT
Fragiele X syndroom
Syndroom van Down

Slide 6 - Tekstslide

Het syndroom van down

Slide 7 - Tekstslide

Syndroom van Down?

Slide 8 - Woordweb

Syndroom van Down 
combinatie van een verstandelijke beperking en lichamelijke symptomen. 
Syndroom van Down word veroorzaakt door een extra chromosoom (trisomie 21). 
Normaal 23 paar chromosomen, dus  46 chromosomen. Bij syndroom van down 3x chromosoompaar 21. 

Syndroom van Down heeft altijd een verstandelijke beperking tot gevolg. 

Slide 9 - Tekstslide

Verschijnselen syndroom van Down 
  • Uit elkaar staande ogen 
  • Korte nek 
  • Kleine schedel 
  • Brede handen met korte vingers 
  • Typische handlijnenpatroon 
Kenmerken die vaak voorkomen 
  • Aangeboren hartafwijking 
  • Verminderde weerstand 
  • Afwijking aan het gebit
  • Droge en schrale huid  

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Het fragiele-X-syndroom

Slide 13 - Tekstslide

Fragiele X-syndroom 
Afwijking in het geslachtschromosoom, namelijk het X- chromosoom. 
Aandoening gaat gepaard met een verstandelijke beperking, gedrag dat op autisme lijkt en (vaak) bepaalde uiterlijke kenmerken. 

Overerven vindt plaats via de moeder, die is draagster. De meeste vrouwelijke draagster van het fragiele x syndroom hebben geen, of alleen een lichte, verstandelijke beperking. 

Slide 14 - Tekstslide

Verschijnselen fragiele x syndroom 
  • Overmatig grote schedel 
  • Hoog geboortegewicht (als baby zijn ze lang, maar de groei stopt vroeg) 
  • Lang voorhoofd met forse kin en een grote, afstaande oren
  • Scheelzien 
  • Sterk vergrote zaadballen 
  • Achteruitgang van het IQ, naarmate ze ouder worden  
  • Op autisme lijkend gedrag 
  • Hyperactief gedrag en zelfverwondend gedrag 
  • Angstig en teruggetrokken gedrag 
  • Epilepsie 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Het syndroom van Rett

Slide 17 - Tekstslide

Rettsyndroom 
Rettsyndroom is een erfelijke afwijking die alleen bij meisjes voorkomt. 
Afwijking op het vrouwelijke X-chromosoom. 

Het Rett-syndroom is waarschijnlijk, op het syndroom van Down na, de meest voorkomende oorzaak van een verstandelijke beperking bij meisjes. 



Slide 18 - Tekstslide

Verschijnselen RET Syndroom
De levensloop van meisjes met een Rett-syndroom vertoont een vast patroon. na ongeveer 1 jaar is er een knik in de ontwikkeling. eerst een stilstand daarna achteruitgang. 
  • In zichzelf gekeerd 
  • Lege blik
  • Dwangmatige handelingen ( handen in de mond) 
  • Ademhalingsproblemen (hyperventilatie)
  • Verlamming 
  • Scoliose 
  • Ernstige vorm van epilepsie 
  • Gedragsproblemen (Huil-, gilbuien) ( ook nachts) 

Slide 19 - Tekstslide

Aan de slag!
Wat moet ik doen?
Waarom moet ik dit doen?
Hoe moet ik de opdracht doen?
Van wie kan ik hulp krijgen?
Hoeveel tijd heb ik?
Wat is de uitkomst als ik klaar ben?
Wat moet ik doen als ik klaar ben?

Slide 20 - Tekstslide

Controle lesdoelen
Vind jij dat je de lesdoelen beheerst?

Slide 21 - Tekstslide

Ik weet wat
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quizvraag

Schrijf in eigen woorden wat een syndroom is

Slide 23 - Open vraag

Welke drie syndromen hebben we besproken?

Slide 24 - Woordweb

Benoem de oorzaken en belangrijke kenmerken van de syndromen

Slide 25 - Woordweb

Einde

Slide 26 - Tekstslide