paragraaf 3: migratie en verstedelijking

Lesdoelen:
  • je kunt uitleggen waarom er een massale trek is van het platteland naar de steden.
  • je kunt het verschil tussen push-en pullfactoren uitleggen.
  • je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met drijvende bevolking en waarom die er is.
  • je kunt uitleggen welke uiterlijke veranderingen steden hebben ondergaan in de afgelopen jaren.
  • je kunt uitleggen wat het proces van globalisering betekent.
  • je begrijpt dat globalisering leidt tot ongelijkheid
  • je kent het verschil tussen urbanisatiegraad en urbanisatietempo.
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Lesdoelen:
  • je kunt uitleggen waarom er een massale trek is van het platteland naar de steden.
  • je kunt het verschil tussen push-en pullfactoren uitleggen.
  • je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met drijvende bevolking en waarom die er is.
  • je kunt uitleggen welke uiterlijke veranderingen steden hebben ondergaan in de afgelopen jaren.
  • je kunt uitleggen wat het proces van globalisering betekent.
  • je begrijpt dat globalisering leidt tot ongelijkheid
  • je kent het verschil tussen urbanisatiegraad en urbanisatietempo.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

 94% van de Chinese bevolking leeft in het stedelijke gebieden in het oosten  slechts 6% van de bevolking woont in het westen van China.
Welk begrip uit paragraaf 1 past hierbij?
Begrip dat past bij deze kaart
Bevokingsspreiding; de manier waarop de bevolking is verdeeld over een gebied.

Slide 3 - Tekstslide

De bevolkingsspreiding in China is dus......
A
Gelijkmatig
B
Ongelijkmatig
C
verspreid
D
hoog

Slide 4 - Quizvraag

Welke ontwikkeling laat deze grafiek zien?

Ontwikkeling die te zien is in de grafiek.
De verstedelijkingsgraad in China neemt toe.

Slide 5 - Tekstslide

Welke drie aantrekkingsfactoren van steden worden in dit stukje tekst (blz 12) genoemd? check W11 in je huiswerk

Slide 6 - Open vraag

Opgave 4 W11
Aantrekkingsfactoren
Afstotingsfactoren
Hoog loon
Laag loon
Makkelijker werk te vinden
Werkloosheid
Westerse levensstijl
traditionele levensstijl

Slide 7 - Tekstslide

Regionale ongelijkheid
Over welk gegeven gaat deze kaart?

Slide 8 - Tekstslide

regionale ongelijkheid
Ook binnen de stad zie je duidelijk verschil tussen arme en rijke gebieden.

Slide 9 - Tekstslide

sociale ongelijkheid
Verschillen in welvaart tussen mensen

Slide 10 - Tekstslide

Groei van de stedelijke bevolking
Oorzaken snelle groei van de stad
  1. Immigranten (werk)
  2. Geboorteoverschot

Slide 11 - Tekstslide

Urbanisatiegraad en urbanisatietempo
  • Urbanisatie = verstedelijking , mensen trekken van rurale gebieden naar urbane gebieden.

  •  Urbanisatiegraad = Het percentage van de bevolking in een land dat in de stad woont.

  • Urbanisatietempo = jaarlijksgroei van de stedelijke bevolking

Slide 12 - Tekstslide

Bekijk de bron
Welke uitspraak klopt niet?
A
In Vietnam woont een hoog percentage is steden en is het urbanisatietempo laag.
B
In Nederland is de urbanisatiegraad hoog en het urbanisatietempo laag.
C
De urbanisatiegraad in China is ongeveer 25%, Het urbanisatietempo ligt hoger.
D
In India woont een klein percentage van de bevolking in steden en is het urbanisatietempo hoog.

Slide 13 - Quizvraag

Wat valt op?
  • Welk land is het armst en welk land is het rijkst?
  • In welk land is het de urbanisatiegraad het hoogst?
  • In welk land is het urbanisatietempo het hoogst?

Welk verband zie je tussen de welvaart in een land en de urbanisatiegraad en het urbanisatietempo?

Slide 14 - Tekstslide

Welk verband zie je tussen de welvaart in een land en het urbanisatietempo en de urbanisatiegraad?
In welvarende landen is de urbanisatiegraad hoog en het urbanisatietempo laag.

In minder welvarende landen is de urbanisatiegraad laag en het urbanisatietempo hoog.

Slide 15 - Tekstslide

opgave 4: Push-en pull factoren
  • Pushfactoren zijn de redenen om een plaats of land te verlaten. 

  • Pullfactoren zijn de redenen om je ergens te vestigen in een bepaalde stad of land. 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Opgave WB5/LB 6 Hoe beschrijf je een migratiepatroon?
Tip: je kunt dit handig doen m.b.v. windrichtingen.

Bepaal met de legenda over welke gegevens je info moet geven.
Beschrijving migratiepatroon in China
In het oosten (aan de kust) is een positief migratiesaldo. In gebieden in het oosten is een negatief migratiesaldo.

Slide 18 - Tekstslide

Opgave WB5/LB 6 Hoe verklaar je een migratiepatroon?
een verkalring bevat altijd een oorzaak en gevolg

Je moet dus verkaren waarom het westen een negatief migratiesaldo heeft en het oosten een positief migratiesaldo.
Verklaring migratiepatroon in China
In het oosten (aan de kust) is een positief migratiesaldo omdat er meer werkgelegenheid is en een hoger inkomen. In gebieden in het westen is een negatief migratiesaldo omdat de inkomens lager zijn en er is minder werkgelegenheid.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Opgave WB 8/ LB 9 Stadsdorpen
Een hutong is een traditionele woonwijk in China en met name in Peking. 

Hutong is een voormalig dorp ingesloten door moderne hoogbouw.

Veel van deze Hutongs worden in China gesloopt. 

Slide 21 - Tekstslide

Globalisering en regionale ongelijkheid
Globlisering= verbondenheid tussen gebieden in de wereld neemt toe.

Hoe beter de verbindingen met de rest van de wereld, hoe groter de economische voordelen.

Slide 22 - Tekstslide

Welk deel van China is het best verbonden  met de rest van de wereld? (geglobaliseerd)

Slide 23 - Tekstslide

Dankzij welke politieke ontwikkeling kwam MC Donalds naar China?

Slide 24 - Tekstslide

Maak de juiste combinaties
Londen
Mumbai
Wereldstad
Megastad
8 miljoen inw.
10 miljoen inw.
Hoge urbanisatiegraad
Lage urbanisatiegraad
Hoog urbanisatietempo
Laag urbanisatietempo
Suburbanisatie 
timer
3:00

Slide 25 - Tekstslide

Hukou-systeem
Heb je geen Hukou dan ben je illegaal. Je hebt geen recht op:
  • onderwijs
  • gezondheidszorg
  • huis
  • uitkering

Slide 26 - Tekstslide

In welke richting verloopt de migratie in China?
A
Van west naar oost
B
van noord naar zuid
C
van oost naar west
D
van zuid naar noord

Slide 27 - Quizvraag

Wat is geen pushfactor?
A
Gebrek aan werk
B
Een natuurramp
C
Goed betaald werk
D
oorlog

Slide 28 - Quizvraag

pullfactor stad....
A
je gaat weg uit armoede
B
er is werk
C
moeilijk onderdak te vinden
D
geen voorzieningen

Slide 29 - Quizvraag

Wat is rurale-urbane migratie?
A
Trek van het platteland naar de stad
B
Van grote stad naar middelgrote stad gaan
C
Trek van stad naar het platteland
D
Migratie uit randgemeenten naar steden

Slide 30 - Quizvraag

250 miljoen mensen in China wonen ergens anders dan ingeschreven, hoe noemen we deze groep?
A
Vliegende bevolking
B
Drijvende bevolking
C
Zinkende bevolking
D
Lichte bevolking

Slide 31 - Quizvraag

De regel in China dat je altijd moet blijven wonen waar je bent geboren heet..
A
Zedong, werk voor de stad
B
huishoudregistratie
C
De Hutongs
D
Het Hukou-systeem,

Slide 32 - Quizvraag

Welk begrip past er het beste bij deze afbeelding?
A
Stedelijke vernieuwing
B
Urbanisatie
C
Woningdichtheid
D
Stadsdorp

Slide 33 - Quizvraag

Globalisering zorgt voor toename van export en import.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 34 - Quizvraag

Wat is kenmerkend voor de meeste ontwikkelingslanden?
A
Een lage urbanisatiegraad en een laag urbanisatietempo
B
Een lage urbanisatiegraad en een hoog urbanisatietempo
C
Een hoge urbanisatiegraad en een laag urbanisatietempo
D
Een hoge urbanisatiegraad en een hoog urbanisatietempo

Slide 35 - Quizvraag

Op deze afbeelding zien we:
A
Formele sector
B
Regionale ongelijkheid
C
Sociale ongelijkheid
D
Informele sector

Slide 36 - Quizvraag