KDPEDI oefenles 25032026

KDPEDI oefenles 25032026
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
SchoonheidsverzorgingMBOStudiejaar 4

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

KDPEDI oefenles 25032026

Slide 1 - Tekstslide

4
3
2
1
5
Talus
calcaneus
Naviculaire
Cuniforme
cuboid

Slide 2 - Sleepvraag

Jicht wordt veroorzaakt door
A
overgewicht
B
het neerslaan van urinezuur in de gewrichten
C
gebruik van diuretica
D
alle antwoorden zijn juist

Slide 3 - Quizvraag

neurologische 
afwijkingen
angiopatische 
afwijkingen
slechte prikkelgeleiding
slechte 
doorbloeding

Slide 4 - Sleepvraag

trombose
embolus
flebitis
trombus
aderontsteking
losgeschoten stolsel
stolsel
Afsluiting van een ader

Slide 5 - Sleepvraag

arteriosclerose
claudicatio
intermittens
apoplexie
CVA
herseninfarct
hersenbloeding
verharding slagaderwand
etalage benen

Slide 6 - Sleepvraag

Wat is epilepsie?
A
een soort kortsluiting in de hersenen
B
zuurstof tekort in de hersenen
C
een bloedvatvernauwing in de hersenen
D
een adertje dat springt in de hersenen

Slide 7 - Quizvraag

Is MS een spierziekte? Is MS een zenuwziekte?
A
Spierziekte
B
Zenuwziekte
C
Zowel spier- als zenuwziekte
D
Geen spier- en geen zenuwziekte

Slide 8 - Quizvraag

neuritis
ischias
mortonse neuralgie
zenuw
onsteking
pijn in volledige been 
afknelling zenuw in de voet

Slide 9 - Sleepvraag

peroneus 
verlamming
parese
paraplegie
paralyse
totale 
verlamming
verlamming beide zijde
gedeeltelijke verlamming
klapvoet

Slide 10 - Sleepvraag

onychomycosis
onychogryposis
onychauxis
ramshoornnagel
hoornnagel
schimmel nagel

Slide 11 - Sleepvraag

rhagaden zijn
A
blaren
B
likdoorns
C
kloven

Slide 12 - Quizvraag

psoriasis
keratosis pilaris
callus
Ichtiosis

Slide 13 - Sleepvraag

tromboflebitis
ischemie
embolie
claudicatio
intermittens
etalagebenen
aderontsteking
verminderde bloedvoorziening
verstopping
slagader

Slide 14 - Sleepvraag

wat is bloedarmoede
A
fibrinogeen
B
hemofilie
C
hematoom
D
anemie

Slide 15 - Quizvraag

tendinitis
atrose
contractuur
myalgie
pees
ontsteking
spierpijn
slijtage
kraakbeen
verkorting van weefsel

Slide 16 - Sleepvraag

malaise
toxine
laesie
symptoom
belabberd voelen
ziekteverschijnsel
beschadiging
gifstoffen

Slide 17 - Sleepvraag

Wat is de Latijnse benaming voor "goedaardig"?
A
benigne
B
maligne
C
incisie
D
metastase

Slide 18 - Quizvraag

hoe worden onaangename ruikende voeten genoemd?
A
bromhidrosis
B
hyperhidrosis
C
hypohydrosis
D
anidrosis

Slide 19 - Quizvraag

snijwond
schaafwond
chirurgische wond
kneuzing

Slide 20 - Sleepvraag

exogene oorzaak
endogene oorzaak
straling
hormonaal
constitioneel
mechanisch
micro-organisme
stofwisseling

Slide 21 - Sleepvraag

vragen stellen
Kijken
Voelen
Inspectie
Palpatie
Anamnese

Slide 22 - Sleepvraag

Overgevoeligheid
Intolerantie
Allergie
Abnormale reactie op een stof
Lichamelijk onverdraagzaam
Immuunsysteem betrokken

Slide 23 - Sleepvraag

Maligne
Benigne
Sarcoom
Fibroom
Melanoom
Carcinoom
keloïd
Molluscum
Lipoom
Verruca

Slide 24 - Sleepvraag

progerssieve celvernadering
regresieve celverandering
atrofie
reparatie
regeneratie
dystrofie
degeneratie
restauratie
deformatie
hypertrofie
necrose

Slide 25 - Sleepvraag

decubitus
bursitis
furunkel
flegmone
acute onderhuidse
ontsteking
steenpuist
slijmbeurs
ontsteking
doorlig
plekken

Slide 26 - Sleepvraag

lymfangitis
lymfadenitis
sepsis
ulcus
bloed
vergiftiging
zweer
lymfeklier
ontsteking
Lymfevat
onsteking

Slide 27 - Sleepvraag

Wat is een Ulcus?
A
Een wond zonder vooruitgang binnen 7-14 dagen
B
Jeukende uitslag van de huid
C
Een kleurverandering van de huid
D
Holte omgeven door een vlies

Slide 28 - Quizvraag

Schimmel
Virus
Bacterie
steenpuist
Roodvonk
Verrucae
dermatofyten
hepatitis B
kalknagel

Slide 29 - Sleepvraag

Door welke ziekteverwekker wordt een wrat veroorzaakt?
A
bacteriën
B
schimmels
C
parasieten
D
virus

Slide 30 - Quizvraag

Door welke ziekteverwekker wordt zwemmerseczeem veroorzaakt?
A
bacteriën
B
schimmels
C
parasieten
D
virus

Slide 31 - Quizvraag

lateraal 
mediaal
ventraal
dorsaal
vierhoofdige dijbeenspier
kamspier
tweehoofdige dijbeenspier
spanspier dijschede
slanke dijbeenspier
kleermakerspier
halfpees 
achtige spier
lange aanvoerder
grote aanvoerder
halfvlies
achtige
spier

Slide 32 - Sleepvraag

Wat is de origo van een spier?
A
Oorsprong(meestal proximaal)
B
Oorsprong (meestal distaal)
C
Aanhechting (meestal proximaal)
D
Aanhechting (meestal distaal)

Slide 33 - Quizvraag

Wat is de werking van de spanspier van de dijschede?
A
abduceren
B
proneren
C
adduceren
D
exorotatie

Slide 34 - Quizvraag

Wat is een antagonist?
A
een spier met een tegengestelde werking
B
een spier met dezelfde werking
C
allemaal pezen bij elkaar

Slide 35 - Quizvraag

plantair
flexie
dorsaal
flexie
voorste scheenbeen
spier
lange teenstrekker
lange teenbuiger
achterste
scheenbeen
spier
lange voetzoolspier

Slide 36 - Sleepvraag

Voorbeeld groep 1
Grote bilspier
Spanspier van de dijschede
tweehoofdige dijbeenspier
Halfpeesachtige spier
Halfvliesactige spier
tweehoofdige kuitbeenspier
Hamstring

Slide 37 - Sleepvraag