Hoofdstuk 5 - Voeding en energie

Herhaling 5H
Voeding en energie
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Herhaling 5H
Voeding en energie

Slide 1 - Tekstslide

Energie
Voedingsstoffen

Slide 2 - Tekstslide

Energie

Slide 3 - Tekstslide

Dissimilatie
  • Energie uit brandstoffen komt vrij door dissimilatie
  • Verbranding koolhydraten, vetten en eiwitten in mitochondriën met zuurstof
  • Deel van energie komt vrij als warmte
  • Rest van de energie opgeslagen als ATP

Slide 4 - Tekstslide

ATP

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Vetten
  • Brandstof
  • Bouwstof voor celmembranen en hormonen
  • Opgeslagen onder huid, merg van holle beenderen en rond organen

Slide 7 - Tekstslide

Eiwitten
  • Bouwstof voor (spier)cellen, enzymen
  • Brandstof
  • Kan niet worden opgeslagen

Slide 8 - Tekstslide

Koolhydraten
  • Brandstof
  • Glucose
  • Opgeslagen als glycogeen in spieren en lever

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Ruststofwisseling
  • Energieverbruik in rust
  • Ademhaling, hartslag, bewegen darmen, werking nieren

Slide 11 - Tekstslide

Water
  • Belangrijk bestanddeel bloed, lymfe, weefselvloeistof, grondplasma
  • Bouwstof
  • Transportmiddel
  • Oplosmiddel, warmtebuffer, koelvloeistof

Slide 12 - Tekstslide

Vitaminen en mineralen
  • Beschermende stoffen
  • Vitaminen: stofwisseling
  • Mineralen: osmotische waarde, bouwstof, zenuwcellen, enzymen, hormonen
  • Spoorelementen

Slide 13 - Tekstslide

Voedingsvezels
  • Cellulose uit celwanden
  • Moeilijk verteerbaar
  • Goed voor stoelgang

Slide 14 - Tekstslide

Herhaling 5h
ATP,  CP,  fosfaataccu
Anaerobe en aerobe dissimilatie
Dissimilatie vetten en eiwitten
Glycogeen

Slide 15 - Tekstslide

2. Welke voedingsstof bevat naast C-, H-, en O- ook N-atomen?
A
Eiwitten
B
Koolhydraten
C
Vetten
D
Mineralen

Slide 16 - Quizvraag

ATP

Slide 17 - Tekstslide

Creatinefosfaat (CP)

Slide 18 - Tekstslide

Anaerobe dissimilatie

Slide 19 - Tekstslide

Aerobe dissimilatie

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Dissimilatie
  • Ook vetten en eiwitten kunnen verbrand worden
  • Eiwitten dissimilatie naar ureum en pyrodruivenzuur
  • Vetten dissimilatie naar glycerol en vetzuur, glycerol omgezet naar pyrodruivenzuur
  • CO2, H2O en ureum verlaten het lichaam

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Herhaling 5H
Essentiële aminozuren en vetzuren
Verzadigde en onverzadigde vetzuren
Voedingsvezels
Vaatbundels planten

Slide 24 - Tekstslide

Essentiële en niet-essentiële aminozuren

Slide 25 - Tekstslide

Verzadigde en onverzadigde vetzuren

Slide 26 - Tekstslide

Celwand plant
  • Cellulose: voedingsvezel
  • Lignine
  • Pectine: tussencelstof, plakt plantencellen aan elkaar

Slide 27 - Tekstslide

Vaatbundels

Slide 28 - Tekstslide

Herhaling
Klassieke biotechnologie
Melkzuurbacteriën
Alcoholgisting

Slide 29 - Tekstslide

In de cellen van een bruine beuk vindt fotosynthese plaats. Ze gebruiken hierbij
A
bijna alle kleuren licht
B
vooral blauw en rood licht
C
vooral bruin licht
D
vooral geel licht

Slide 30 - Quizvraag

De hoeveelheid CO2 bij het compensatiepunt die een plant bij de dissimilatie vormt, is
A
groter dan hoeveel de plant gebruikt bij fotosynthese
B
gelijk aan hoeveel de plant gebruikt bij fotosynthese
C
kleiner dan hoeveel de plant gebruikt bij fotosynthese

Slide 31 - Quizvraag

Melkzuurbacteriën

Slide 32 - Tekstslide

Melkzuurgisting

Slide 33 - Tekstslide

Gisten (schimmels)

Slide 34 - Tekstslide

Alcoholgisting

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Welke van de onderstaande stoffen bevatten als gevolg van deze assimilatie stikstof?
A
Aminozuren
B
Cellulose
C
Glucose
D
Vetzuren

Slide 37 - Quizvraag


A
Geen van beide uitspraken
B
Alleen uitspraak 1
C
Alleen uitspraak 2
D
Beide uitspraken

Slide 38 - Quizvraag

Aerobe dissimilatie
Alcoholgisting
Melkzuurgisting
Voortgezette assimilatie
Koolstofassimilatie

Slide 39 - Sleepvraag

1. Welke twee energierijke stoffen vormen de fosfaataccu?
A
ATP en ADP
B
ATP en CP
C
CP en ADP
D
ADP en P

Slide 40 - Quizvraag

2. De aerobe afbraak van glucose vindt plaats....
A
alleen in de mitochondriën
B
alleen in het grondplasma
C
in het grondplasma en de mitochondriën

Slide 41 - Quizvraag

3. Welk systeem komt het traagst op gang?
A
aerobe dissimilatie
B
anaerobe dissimilatie
C
creatinefosfaat- noodaccu
D
het gebruiken van de voorraad ATP

Slide 42 - Quizvraag

4. Noem een verschil tussen aerobe dissimilatie en anaerobe dissimilatie:

Slide 43 - Open vraag

5. Welke andere stoffen dan glucose kan een cel dissimileren?
A
Aminozuren, glycogeen, ureum
B
Eiwitten, glycerol, vitaminen
C
Glycerol, vetzuren, mineralen
D
Aminozuren, glycerol en vetzuren

Slide 44 - Quizvraag

Slide 45 - Tekstslide

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Tekstslide

Slide 48 - Tekstslide

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Tekstslide

Voor een goede gezondheid moeten de volgende stoffen in je voeding zitten:
A
Essentiële aminozuren en vetzuren
B
Niet-essentiële aminozuren en vetzuren

Slide 51 - Quizvraag