Criminaliteit KL - Les 3: De wetenschap achter criminaliteit (leerling)

periode 3
  • schriftelijke toets  hoofdstuk criminaliteit
  • po criminaliteit (rechtbank)
  • schriftelijke toets hoofdstuk werk
  • proefwerkweek: toets hele boek =
  • verplicht als je 5 of minder gemiddeld staat
  • aan te raden als je een 6 staat
  • 6.5 of hoger geen toets in proefwerkweek
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

periode 3
  • schriftelijke toets  hoofdstuk criminaliteit
  • po criminaliteit (rechtbank)
  • schriftelijke toets hoofdstuk werk
  • proefwerkweek: toets hele boek =
  • verplicht als je 5 of minder gemiddeld staat
  • aan te raden als je een 6 staat
  • 6.5 of hoger geen toets in proefwerkweek

Slide 1 - Tekstslide

3gt
nakijken vragen p2
bladzijde 156/157/158
uitleg paragraaf 3

Slide 2 - Tekstslide

Waarom crimineel?

Slide 3 - Tekstslide

Criminaliteit
Les 3: De wetenschap achter criminaliteit

Slide 4 - Tekstslide

Wat ga je leren?
  • Je kunt 5 theorieën benoemen die verklaren waarom mensen crimineel gedrag vertonen.

Slide 5 - Tekstslide

Theorie
De wetenschap achter criminaliteit, verklaring waarom er iets gebeurt.

Slide 6 - Tekstslide

Sigmund Freud
Freud leefde van 1865 tot 1939 en was een beroemd hersenwetenschapper. Hij heeft de theorie van 'es', 'ich' en 'uber-ich' bedacht.

Es: dit zijn de oerdriften van de mens, seks en agressie.
Ich: Deel van het brein dat de oerdriften leert beheersen.
Uber-ich: zorgt ervoor dat je leert van opvoeding.

Slide 7 - Tekstslide

De persoonlijkheidstheorie
Er bestaan verschillende theorieën over het ontstaan van crimineel gedrag. In de vorige les hebben we dan ook gekeken naar de risicofactoren, zoals een slechte opvoeding, groepsdruk en alcohol of drugs. Een beroemd psycholoog, Sigmund Freud, heeft een onderzocht dat criminaliteit te maken heeft met de 2 'oerdriften' van de mens: seks en agressie. De mens heeft echter ook een geweten. Dit geweten voorkomt dat wij losgeslagen worden en er niet zomaar op los timmeren. Mensen die deze driften niet kunnen beheersen, worden volgens Freud eerder crimineel.
Een theorie is een verklaring voor de dingen die om ons heen gebeuren.
Een oerdrift is een eigenschap die mensen al sinds het begin van de mensheid hebben. Iets dat in onze natuur zit.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

De bindingstheorie
Doordat je bindingen aangaat met andere mensen, zul je minder snel crimineel gedrag vertonen. Dit komt omdat je andere mensen niet teleur wil stellen, zoals je ouders. Mensen die geen relatie, geen werk of vrienden hebben, hebben dus ook minder bindingen. Deze mensen zijn volgens de bindingstheorie eerder geneigd tot crimineel gedrag.

Als mensen bang zijn voor de gevolgen, vertonen zij geen tot weinig crimineel gedrag.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

De aangeleerd-gedrag-theorie
De aangeleerd-gedrag-theorie komt van de Amerikaanse socioloog Sutherland. Hij ontdekte dat wanneer 'gewone jongeren' omgaan met criminele jongeren, zij eerder geneigd zijn crimineel te worden. De theorie dat mensen fout gedrag van anderen overnemen staat centraal. Omdat jongeren beter leren dan volwassenen, is het risico bij jongeren groter.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

De etiketteringstheorie
Als iemand een criminele daad heeft verricht, wordt hij door zijn omgeving en de samenleving anders behandeld. Hij krijgt dan een etiket opgeplakt: crimineel. Dit zorgt ervoor dat de persoon zich nog verder afzet en vaker crimineel gedrag zal vertonen.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

De gelegenheidstheorie
Als de gelegenheid zich aandient, vertonen mensen sneller crimineel gedrag. Als er vrij gemakkelijk tot crimineel gedrag overgegaan kan worden, zal dit ook sneller gebeuren. Zit je op het strand en zie je een telefoon op een mat liggen, en er is niemand om je heen, dan zal je die telefoon eerder stelen. Als er veel te halen is en het kan makkelijk, dan gebeurt het sneller. Dat is de gedachte achter de gelegenheidstheorie.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Weet jij dit nu?
  • Je kunt 5 theorieën benoemen die verklaren waarom mensen crimineel gedrag vertonen.

Slide 19 - Tekstslide

Zijn criminelen voor verbetering vatbaar?

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Link

Maken vragen P3
lesboek : 132/133
werkboek : 159/160
Vrijdag presentatie: Freek, Hanna

Slide 22 - Tekstslide