Afsluitende themaquiz: Vakanties

Afsluitende themaquiz: Vakanties
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Afsluitende themaquiz: Vakanties

Slide 1 - Tekstslide

Afsluitende themaquiz: Vakanties

Deze themaquiz bestaat uit 2 type vragen:
Meerkeuzevragen
Open vragen (toepassings- en inzichtsvragen)

De themaquiz bestaat uit 19 vragen.
Veel succes!


Waar
ben ik?

Slide 2 - Tekstslide


1. Wat betekent reizen?
Les: Reizen
A
vakantie
B
thuis blijven
C
een tocht maken
D
een weekend weg

Slide 3 - Quizvraag


2. Als je gaat reizen dan ga je ergens naartoe. Dat noemen we een bestemming.

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen
A
juist
B
onjuist

Slide 4 - Quizvraag


3. Als je gaat reizen dan doe je dit met het vliegtuig. Anders is het geen reis. 

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen
A
juist
B
onjuist

Slide 5 - Quizvraag


4. Naast de zomervakantie heb je nog meer vakanties in Nederland. Wat is geen vakantie?
Les:
Op vakantie
A
kerstvakantie
B
herfstvakantie
C
paasvakantie
D
meivakantie

Slide 6 - Quizvraag


5. Een vakantie is alleen een vakantie als je naar het buitenland gaat.

Deze uitspraak is ...
Les:
Op vakantie
A
juist
B
onjuist

Slide 7 - Quizvraag


6. Als je op vakantie gaat dan gebruik je hiervoor een vervoersmiddel. 

Wat is geen vervoersmiddel?
Les:
Op vakantie
A
auto
B
hotel
C
vliegtuig
D
camper

Slide 8 - Quizvraag


7. Als je op vakantie gaat dan overnacht je ergens. 

Wat betekent overnachten?
Les:
Op vakantie
A
een hotel
B
een camping
C
een plek waar je blijft slapen
D
een plek waar je uiteten kan gaan.

Slide 9 - Quizvraag


8. Wat is een toerist?
Les:
Toerisme
A
een persoon die naar het buitenland gaat voor werk
B
een persoon die naar een andere plek gaat voor ontspanning
C
een persoon die thuis blijgt

Slide 10 - Quizvraag


9. Toerisme is ... voor een stad. 

Welk woord past op de drie puntjes?
Les: 
Toersime
A
belangrijk
B
onbelangrijk
C
langzaam
D
saai

Slide 11 - Quizvraag


10. Een plek waar veel toeristen op af komen noem je een ...
Les: Toerisme
A
attractiepark
B
toeristische plek
C
geschiedenis
D
winkel

Slide 12 - Quizvraag


11. Massatoerisme is goed voor het milieu.

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen en
het milieu
A
juist
B
onjuist

Slide 13 - Quizvraag


12.  Wat is massatoerisme?

Les: Reizen en
het milieu
A
één toerist
B
grote groepen mensen die naar een andere plek gaan voor ontspanning
C
grote groepen mensen die naar een andere plek gaan voor werk
D
stranden in Spanje

Slide 14 - Quizvraag


13.  Vliegen is niet goed voor het milieu. 

Deze uitspraak is ...
Les: Reizen en
het milieu
A
juist
B
onjuist

Slide 15 - Quizvraag


14. Als je op reis gaat kun je rekening houden met het milieu.

Wat is geen oplossing?
Les: Reizen en 
het milieu
A
ga verder weg van huis
B
blijf dichter bij huis
C
ga met de trein
D
gebruik minder plastic

Slide 16 - Quizvraag

Open vragen

Slide 17 - Tekstslide


15. Maaike zegt tegen Rudy: "Mensen reizen alleen als ze op vakantie gaan." 

Leg uit dat deze uitspraak van Maaike niet klopt.

Les: 
Reizen

Slide 18 - Open vraag


16. Wat is het verschil tussen op vakantie gaan en een dagje vrij hebben of weekend hebben?
Les: 
Op vakantie

Slide 19 - Open vraag


17. Waarom is toerisme belangrijk voor een gebied? Geef twee redenen.
Les: 
Toerisme

Slide 20 - Open vraag


18. Als Anouar op vakantie gaat dan gaat hij op vakantie om oude cultuur te zien en om te winkelen. 

Noem twee dingen die jij graag wilt zien of doen als je op vakantie gaat.
Les: 
Toerisme

Slide 21 - Open vraag


19. Wat hebben massatoerisme en het milieu met elkaar te maken?
Les: Reizen en
het milieu

Slide 22 - Open vraag

Einde themaquiz: 
Vakanties

Slide 23 - Tekstslide