H5 par 5.1 + 5.2

H5 par 5.1 + 5.2
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijleerVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 4

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

H5 par 5.1 + 5.2

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les
1. Introductie nieuw hoofdstuk
2. Par 5.1 
3. Par 5.2
4. Werken in het boek

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

5.1 Vrijheid en onvrijheid

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(Democratische) Rechtstaat
Nederland is een rechtsstaat: 

Een land waar de rechten en plichten van de burgers en van de overheid zijn vastgelegd én worden nageleefd.




Slide 4 - Tekstslide

Deze rechten en plichten zijn in wetten opgeschreven door politici die wij zelf gekozen hebben. Als je het niet eens bent met een besluit kun je je gelijk halen bij een rechter. 

Nederland is immers een democratie.
Nederland is daarmee een democratische rechtsstaat.

Wij hebben vrijheid van meningsuiting, stemrecht en recht op privacy. 


In een rechtstaat moet ook de overheid zich aan de wet houden
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Elke wetsovertreder kan straf krijgen, ook een agent die door rood rijd.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag

We zeggen daarom: niemand staat boven de wet.


In een autoritaire staat staan de machthebbers wel boven de wet.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Autoritaire staten
Landen waarin een kleine groep mensen de macht heeft en de regels bepaalt.

Slide 8 - Tekstslide

In een rechtsstaat heb je veel rechten en vrijheden. Bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting, het stemrecht en het recht op privacy.

In andere landen zijn er veel minder rechten en vrijheden.

Hongarije voorbeeld boek 

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Verschil
- Dictatuur 
- Ideologische 
- Militaire regimes
- Absolute monarchie 
(- Theocratie)

Slide 10 - Tekstslide

Dictatuur: meest extreme vorm, volk heeft geen inspraak 

Ideologie: Cuba / Noord Korea. communistische ideeën en overheerst in alles. Communistische partijen. 

Theocratie: religieuze leiders en alles moet zo bijvoorbeeld Iran en Islam. 

Militair regime: leger aan de macht na een staatsgreep. 
Het expres weglaten of veranderen van bepaalde informatie
A
persvrijheid
B
censuur

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geen (/ weinig) rechten

Slide 12 - Tekstslide

Machthebbers accepteren geen kritiek. Demonstraties zijn bijvoorbeeld verboden. Mensen worden opgepakt en in de gevangenis gezet, soms gemarteld. 
5.2 Grondwet en grondrechten

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De belangrijkste rechten en plichten van burgers en overheid.
A
mensenrechten
B
boycot
C
de grondwet
D
het staatboek

Slide 14 - Quizvraag

De grondwet beschermt burgers tegen de macht van de overheid en garandeert dat wij gebruik maken van onze rechten en vrijheden. 

Nl is democratie dus parlement heeft de grondwet opgesteld. 
Grondrechten

Slide 15 - Tekstslide

Basisrechten die elke inwoner van Nederland heeft. (klassieke grondrechten. rechten die jij als burgers hebt en vragen van de overheid om niks / iets niet te doen)

In 1983 zijn de SOCIALE GRONDRECHTEN ingevoerd in de grondwet. Deze vragen de overheid juist wel iets te doen. Regel werkgelegenheid en school milieu. Er staat niet beschreven HOE de overheid dit moet doen. 
Er zitten grenzen aan grondrechten. Je mag niet zomaar alles zeggen, omdat in Nederland vrijheid van meningsuiting bestaat.
A
juist
B
onjuist

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De grondrechten staan op chronologische volgorde. De eerste is dus de belangrijkste.
A
juist
B
onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Grondrechten hebben geen rangorde: het ene grondrecht is niet belangrijker dan het andere.

Soms botsen de grondrechten met elkaar. Bijvoorbeeld 'vrijheid van godsdienst' en 'gelijke behandeling'.
A
juist
B
onjuist

Slide 18 - Quizvraag

Als je godsdienst vraagt om een ongelijke behandeling, botst dit met gelijke behandeling. Bijvoorbeeld geen handen geven aan vrouwen of geen handen geven aan mannen. 
Mensenrechten 

Slide 19 - Tekstslide

Voor de Nederlandse rechtsstaat zijn ook de mensenrechten belangrijk: basisrechten voor elk mens, waar die ook woont.

Bijvoorbeeld: 
- recht op onderwijs
- vrijheid van meningsuiting
- recht om te trouwen wie je wilt 

Deze Rechten van de Mens zijn in 1948 aangenomen door de Verenigde Naties.

Mensenrechten
In autoritaire staten wordt er niks gedaan met mensenrechten. 

Slide 20 - Tekstslide

Hier kunnen we als Nederland niet zo veel aan doen.

Nederland vraagt hooguit koning Willem-Alexander om de mensenrechten te bespreken tijdens een staatsbezoek.

Als we geen producenten meer kopen die uit een bepaald land komen.
A
mensenrechten
B
boycot
C
de grondwet
D
staatsbezoek

Slide 21 - Quizvraag

Een boycot wordt ook ingesteld als de internationale vrede wordt
bedreigd.

Actiegroepen vragen soms om een boycot tegen een land vanwege
het schenden van mensenrechten.

Boycot Russische olie sinds 2022. 

Werken in je boek
Maak de opdrachten van paragraaf 5.1 en 5.2. 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies