Les 2

Welkom 
Les 2 economie 
VMBO-TL
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomiejjMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom 
Les 2 economie 
VMBO-TL

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startopdracht
Pak je spullen (boek, schrift, pen en rekenmachine)
Doe je telefoon in je tas en je tas van tafel
Lees het krantenartikel 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning 
Startopdracht
Aanwezigheid
Lesdoelen
Uitleg
Zelfstandig werken

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen 
Aan het einde van de les kan je:
uitleggen hoe producenten proberen hun marktaandeel te vergroten​.
benoemen welke verschillende marktvormen er zijn​
vertellen wat de kenmerken van deze marktvormen zijn
Een goede bronvermelding maken 


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maak de uitgedeelde opdracht
timer
20:00

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Informatie uit bronnen verwerken
Bij het verwerken van informatie uit een bron, is het belangrijk dat je het in je eigen woorden 'vertaalt'.

Je moet dan rekening houden met wat jouw schrijfdoel is en voor wie je schrijft. Neem nooit zomaar iets letterlijk over uit een bron. 


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betrouwbaarheid van bronnen
 Wil je informatie uit een bron gebruiken? Beantwoord dan eerst deze vragen:
  1. Is deze bron bruikbaar voor de informatie die ik zoek?
  2.  Wie is/zijn de schrijver/s?
  3. Waarom (met welk doel) heeft de schrijver/maker deze bron gemaakt?
  4. Waar heeft de schrijver/maker zijn informatie vandaan?
  5. Is alle informatie duidelijk opgeschreven/weergegeven ?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betrouwbaarheid en het internet
Vaak zoek je informatie op het internet, bijvoorbeeld via Google. Veel mensen letten daarbij alleen op de eerste tien zoekresultaten, maar de bovenste resultaten zijn niet per se de beste.

Het is belangrijk om kritisch te kijken naar je zoekresultaten voordat je informatie van de betreffende sites verwerkt in een schrijfopdracht.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Betrouwbaarheid van een website controleren
Om te beoordelen of een website betrouwbaar is, kun je een aantal vragen beantwoorden:
  1. Sluit het uiterlijk van de site aan bij de informatie die je zoekt?
  2. Wordt de site regelmatig bijgehouden?
  3.  Hoe objectief is de informatie op de site?
  4.  Kun je de feiten in de tekst controleren?
  5.  Is duidelijk op welke bronnen de informatie op de site gebaseerd is?

Als je vragen niet kunt beantwoorden, weet je niet of de website betrouwbaar is.



Slide 18 - Tekstslide

  1. Ziet de site er professioneel of amateuristisch uit? Zeker bij amateuristische sites zul je jezelf kritisch de vraag moeten stellen of de site betrouwbare informatie bevat.
  2.     De informatie van sites die lang niet bijgewerkt zijn kan heel goed betrouwbaar zijn, maar het kan ook niet meer relevant of onvolledig zijn. Bijvoorbeeld als het gaat om een plek, aan deze plek kan in de loop der tijd veel  veranderen.
  3. Bevat een site alleen maar meningen, dan kun je twijfelen aan de betrouwbaarheid van de site. De maker van de site heeft dan duidelijk een bepaalde bedoeling met de site.
  4. Kun je de feiten in de tekst controleren? Het is belangrijk om de gevonden informatie altijd te controleren met behulp van gegevens uit andere bronnen.
  5. Wanneer een schrijver zijn tekst heeft gebaseerd op bronnen neemt de betrouwbaarheid meestal toe.


Bronvermelding
Tijdens het maken van verslagen houdt je goed bij welke bronnen je gebruikt hebt. Het moet voor de lezer van je verslag duidelijk zijn waar je de informatie vandaan hebt gehaald.

In je verslag neem je altijd een bronvermelding op: een lijst waarop alle websites, boeken, artikelen en dergelijke staan die je hebt gebruikt om informatie te verzamelen.

Voor het opschrijven van je bronnen gelden vaste regels.  Je zet alle bronnen op alfabetische volgorde (op achternaam van de schrijvers) in de lijst. Hoe je twee belangrijke soorten bronnen noteert zie je op de volgende dia's.



Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bronvermelding boeken en artikelen
Basisregel bronvermelding van een boek:
Achternaam auteur, voorletter(s) (Jaar van uitgave). Titel: Eventuele subtitel. Plaats uitgever: Uitgever.
Voorbeeld:
Speet, B. (2008). De tijd van steden en staten: 1000 – 1500. Zwolle: Waanders.

Basisregel bronvermelding van een artikel uit krant of tijdschrift:

Achternaam auteur, voorletter(s) (Publicatiedatum). Titel artikel: Eventuele subtitel. Naam van tijdschrift of krant, evt. paginanummer(s).
Voorbeeld:
Adolf, S. (1 maart 2008). Nederlandse design fleurt Madrid op. NRC Handelsblad, p. 9.



Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bronvermelding websites
Basisregel bronvermelding van een internetsite:
Achternaam auteur, voorletter(s) (Publicatiejaar of update). Titel van het document of de website. Geraadpleegd op dag maand jaar.  adres website

Voorbeelden:
Weijer, K. (2000). Geschiedenis van het gebruik van de Schiphol-Oostbaan. Geraadpleegd op 16 april 2010. http://www.vliegoverlast.nl/archief/GeschiedenisGebruikSchipholOostbaan071200.html ?

Zwaartekracht (2010). Geraadpleegd op 16 april 2010. http://nl.wikipedia.org/wiki/Zwaartekracht

Slide 21 - Tekstslide

  • Soms is het moeilijk om van internetsites de auteur te vinden; kijk op een site bijvoorbeeld bij 'Colofon' of 'Over ons'. Vind je echt niets, vermeld dan de verantwoordelijke organisatie.
  • Neem niet de homepage, maar de 'deeplink' van de sites, die ‘pagina’ waar jij de informatie vandaan hebt gehaald.




Samenvatting
  • Als je gebruik maakt van informatiebronnen, zoals een website, is het belangrijk dat je kijkt of de informatie klopt.
  • Bij het zoeken naar informatie op het internet zijn de eerste zoekresultaten niet per se de beste bronnen.
  • Bij ieder verslag maak je een bronvermelding: een lijst waarop alle websites, boeken, artikelen en dergelijke staan die je hebt gebruikt om informatie te verzamelen. Voor het opstellen van bronvermeldingen gelden vaste regels.

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ga opzoek naar informatie 
Wat:
Ga opzoek naar informatie voor de praktische opdracht. Schrijf alle gevonden bronnen op. 
Hoe:
Zelfstandig 
Hulpmiddelen:
Internet, aantekeningen, lessonup, mobiel of laptop. 
Tijd:
15 minuten.
timer
15:00

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht bespreken
  • Welke bronnen heb je gevonden?
  • Hoe heb je de bronnen beoordeeld? 
  • Is het gelukt om de bronnen op de juiste manier op te schrijven?
  • Wat heb je geleerd?  

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen controleren
hoe kunne producenten proberen hun marktaandeel te vergroten​?
Welke verschillende marktvormen zijn er?​
Wat zijn de kenmerken van deze marktvormen?
Kan je een bronvermelding maken?


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies