Les 6 C1 Unidad 1 Grammatica Lidwoorden en zinsvolgorde

Grammatica lidwoorden
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Grammatica lidwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programa
Wat hebben we tot nu toe gedaan?
Lidwoorden  en zelfstandig woorden
Zinsopwbouw

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lidwoorden/ zelfstandig naamwoorden

- Wat zijn lidwoorden?
- Wat zijn zelfstandig naamwoorden?

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

-L
El hotel
-ema
El problema

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los artículos
De, het, een zijn Nederlandse lidwoorden

In het Spaans zijn er mannelijke en vrouwelijke lidwoorden
In het Spaans zijn er lidwoorden voor enkelvoud en voor meervoud
Een bepaald lidwoord is: de / het
Een onbepaald lidwoord is: een / een paar
De Spaanse bepaalde lidwoorden (de/het) zijn: el, la, los, las.
De Spaanse onbepaalde lidwoorden (een/eenpaar) zijn: un, una, unos, unas





Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

HERHALING: Lidwoord
Bepaald (de / het)
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
el 
la
meervoud
los
las
Onbepaald (een)
mannelijk
vrouwelijk
enkelvoud
un
una
meervoud
unos
unas

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

-o woorden
-a woorden
enkelv
EL 
LA
meerv
LOS
LAS
LIDWOORDEN 
-o woorden
-a woorden
enkelv
UN
UNA
meerv
UNOS
UNAS

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zinnen /Bijv nw: Volgorde in de zin
                    
                    El gato negro
                    Los libros pequeños
                    La chica simpática
                    Las zapatillas rojas

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Construcción de frases 
Een zin bestaat altijd uit: Onderwerp + werkwoord 
De makkelijkste volgorde om aan te houden is: 

Onderwerp + werkwoord + rest van de zin 
Voorbeeld:
Los españoles son perezosos/vagos (Spanjaarden zijn lui) 
La gente cree que comemos mucho queso (mensen denken dat we veel kaas eten)

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vragen volgorde
Vraagwoord + werkwoord + rest
¿Cómo te llamas?
Geen vraagwoord?
¿Eres (tú) holandés?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisregels
- Alle werkwoorden van de zin staan bij elkaar
(todos los verbos van juntos)
- De woordvolgorde is redelijk flexibel
(el orden de las palabras es relativamente flexible)
- Meest gebruikte volgorde: onderwerp-werkwoorden-rest
(orden más común: sujeto - verbos - resto de la frase)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

el
la 
chico
mujer
televisión
canción
amigo
piscina
jamón
presentador

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

los
las
chicos
mujeres
televisiones
canciones
amigos
piscinas
jamones
presentadores

Slide 14 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Plaats de zelfstandige naamwoorden bij het juiste lidwoord.
una
unos
unas
un
chico
carpeta
diccionarios
amigo
bolígrafos
sillas
alumno
chicas
tijeras
lápiz

Slide 15 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de juiste volgorde:
Susana
vive
en
México

Slide 16 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zet de zin in de juiste volgorde:
catorce
Eduardo
años
tiene

Slide 17 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

A trabajar
Opdrachten grammatica 1 t/m 6

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A trabajar
Grmática 5 en 6

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Minder dan 7 antwoorden per quizz goed gehaad? 

No te preocupes (geen zorgen).

Gaat door met de volgende herhaling.

7 of meer goede antwoorden gehad: gaat verder met de opdrachten van het WB: 8, 9, 10.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn 'bepaalde' lidwoorden in het Spaans?
A
el, la, los, las
B
un, una, unos, unas

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Woorden die eindigen op:
-a (chica),
-ion (televisión),
-dad (ciudad),
-er (mujer),
zijn vaak vrouwelijk en krijgen dus het lidwoord.....
A
las
B
la
C
el
D
los

Slide 23 - Quizvraag

chica = meisje
television = TV
ciudad = stad
mujer = vrouw
Woorden die eindigen op:
-o (chico),
-e (hombre),
-ón of -or (jamón / presentador),
zijn vaak mannelijk en krijgen dus het lidwoord.....
A
las
B
la
C
el
D
los

Slide 24 - Quizvraag

chico = jongen
hombre = man
jamón = ham
presentador = presentator