zelfstandig naamwoord vervangen door persoonlijk voornaamwoord

1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 25 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

was machen wir heute?


Zelfstandig naamwoord vervangen door persoonlijk voornaamwoord

Slide 2 - Tekstslide

Lernziel
aan het einde van de les......

ben je instaat om een zelfstandig naamwoord te vervangen door een persoonlijk voornaamwoord



Slide 3 - Tekstslide

wat is een zelfstandig naamwoord?

Slide 4 - Woordweb

zelfstandig naamwoord


  • alle woorden waar je  de en het  voor kunt zetten
  • de man, het huis  of  een week
  •  der, die of das in het Duits


Slide 5 - Tekstslide

wat is een persoonlijk voornaamwoord?

Slide 6 - Woordweb

persoonlijk voornaamwoord

  •  verwijst naar een mens, dier of ding
  •  kan een zelfstandig naamwoord vervangen en duidt een persoon/ zaak aan
  • vb. hij, zij, het of wij

  • Enkelvoud : ich , du , er / sie / es
  • Meervoud: wir, ihr, sie/Sie

Slide 7 - Tekstslide

Hoe werkt het?
  •  de man is altijd vrolijk        - hij is altijd vrolijk
  • Der Mann ist immer fröhlich        -Er ist immer fröhlich

  •  de vrouw werkt in het Hotel  - zij werkt in het Hotel
  • Die Frau arbeitet im Hotel - Sie arbeitet im Hotel

  •  het hotel is compleet volgeboekt - het is volgeboekt
  • Das Hotel is komplett ausgebucht- es ist komplett ausgebucht

  • de hotelkamers worden gerenoveerd- zij worden gerenoveerd
  • Die Hotelzimmer werden renoviert - sie werden renoviert

    Slide 8 - Tekstslide

    • mannelijke (der) - er
    • vrouwelijke (die) - sie
    • onzijdig ( das) - es
    • meervoud (die) - sie

    Slide 9 - Tekstslide

    Oefenenen
    Vervang in onderstaande zinnen het zelfstandig naamwoord in het juiste persoonlijk naamwoord:
    •  Das Hotel hat ein Schwimmbad
    • Die Großeltern wohnen in Italien
    • Der Bahnhof liegt im Norden
    •  Die Rezeptionistin ist krank

    timer
    1:00

    Slide 10 - Tekstslide

    Slide 11 - Link

    Warum?
    Om een werkwoord correct te kunnen vervoegen

    Slide 12 - Tekstslide