Intro H2 water

Hoofdstuk 2 Water
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Natuurkunde / ScheikundeMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 2 Water

Slide 1 - Tekstslide

Quiz Water
Wat weet jij al van water?
per vraag maximaal 30 sec

Slide 2 - Tekstslide

Wie maakt het water schoon voordat het bij je thuis komt?
A
Installatiebedrijf
B
Waterbedrijf
C
Kust- en Waterbeheer
D
Ministerie van Waterstaat

Slide 3 - Quizvraag

De drie fasen van water zijn:
A
Water (vloeibaar) IJs (vast) Waterdamp (gas)
B
Water (vloeibaar IJs (gas) Waterdamp (vast)
C
Water (gas) IJs (vast) Waterdamp(vloeibaar)
D
Water ( vast) IJs (vloeibaar) Waterdamp (gas)

Slide 4 - Quizvraag

Bij 100 graden Celsius veranderd:
A
water in ijs
B
waterdamp in ijs
C
water in waterdamp
D
ijs in water

Slide 5 - Quizvraag

Tijdens het drinken merkt Meneer Wiersma dat aan de buitenkant van zijn glas waterdruppels ontstaan. Wat is er gebeurt?
A
Het water condenseert
B
Het water stolt
C
Het water rijpt
D
Het water sublimeert

Slide 6 - Quizvraag

Welke stelling is waar?
A
Water kookt en ijs smelt bij dezelfde temperatuur.
B
Water kookt en bevriest bij dezelfde temperatuur.
C
Ijs smelt en water bevriest bij dezelfde temperatuur.

Slide 7 - Quizvraag

De overheid stimuleert burgers tot duurzaam gebruik van water.

Welke maatregel draagt bij aan duurzaam watergebruik?
A
De tuin betegelen
B
Leidingwater gebruiken om de planten water te geven
C
Opgevangen regenwater gebruiken om planten water te geven
D
Regenwater afvoeren via de riolering

Slide 8 - Quizvraag

Jouw lichaam bestaat voor een groot deel uit water. Hoeveel procent van je lichaam is water?
A
25 tot 35%
B
35 tot 45 %
C
45 tot 55%
D
55 tot 75%

Slide 9 - Quizvraag

Het grootste gedeelte van de aarde is bedekt met:
A
woestijn
B
water
C
land
D
plastic

Slide 10 - Quizvraag

Thuis gebruik je elke dag water. Waar komt dit water vandaan?
A
Uit het riool
B
Van het waterbedrijf
C
Van het installatie-bedrijf

Slide 11 - Quizvraag

Het gemiddelde waterverbruik van een Nederlander per dag is
A
50 liter
B
75 liter
C
100 liter
D
120 liter

Slide 12 - Quizvraag

Hoofdstuk 2 water

Slide 13 - Tekstslide

Leerdoelen § 2.1 
ijs, water, waterdamp


  • Je kunt de drie fasen waarin water kan voorkomen benoemen en uitleggen met het deeltjesmodel
  • Je kunt uitleggen waarom ijs en veel andere vaste stoffen een kenmerkende kristalstructuur hebben. 
  • Je kunt met het deeltjesmodel verklaren hoe een kristalstructuur ontstaat. 

Slide 14 - Tekstslide

ijs, water, waterdamp
Regen, sneeuw, mist, hagel, rijp en dauw zien er heel verschillend uit. Regen bestaat uit doorzichtige druppels, sneeuwvlokken zijn wit en donzig, mist is een dichte grijze nevel, die je het zicht beneemt op de wereld om je heen, enzovoort. 

Toch gaat het bij al deze weersverschijnselen om dezelfde stof: Water

Slide 15 - Tekstslide

Vast, vloeibaar en gasvormig
Water kan net als veel andere stoffen voorkomen in drie toestanden:
- vaste stof:  ijs
- vloeibaar: water
- gasvormig: waterdamp *

Deze drie toestanden worden ook wel fasen genoemd.

Slide 16 - Tekstslide

De fasen in het deeltjesmodel
Je kunt niet zien hoe de moleculen van een stof zoals water zich gedragen. Maar je kunt je er wel een beeld vormen. 
Zo'n beeld noem je ook wel een "model van een stof"

In de natuurkunde en scheikunde wordt veel gebruik gemaakt van het deeltjesmodel.
In dit model bestaat een stof steeds uit dezelfde moleculen, of de stof nu vast, vloeibaar of gasvormig is. Dat een stof verschillende fases heeft, komt doordat de moleculen op verschillende manieren kunnen bewegen (en niet doordat de moleculen zelf veranderen).

Slide 17 - Tekstslide

Vaste stof
In een vaste stof hebben alle moleculen een eigen, vaste plaats. 
De moleculen  trillen voortdurend heen en weer, zonder hun vaste plaats kwijt te raken.  


Slide 18 - Tekstslide

Vloeistof
In een vloeistof hebben moleculen geen vaste plaats. Ze bewegen voortduren in alle richtingen langs elkaar heen. 

Doordat de moleculen geen vaste plaats hebben, heeft een waterdruppel geen vaste vorm. 

Slide 19 - Tekstslide

Gas

De moleculen van gas bewegen los van elkaar. 
Ze verspreiden zich meteen over de ruimte waar het gas zich in bevind. Hun onderlinge afstand is erg groot. De moleculen beïnvloeden elkaar niet, behalve wanneer ze op elkaar botsen.

Een gas zoals waterdamp heeft daardoor geen vaste vorm en ook geen vast volume.

Slide 20 - Tekstslide

Door de drie deeltjes modellen naast elkaar te zetten kun je het verschil goed zien. Vaste stof; een vast rooster. Vloeistof; geen rooster en kleine afstand onderling. Gas; moleculen gedragen zich als "stuiterballen" .

Slide 21 - Tekstslide

Kristallen
Sneeuw bestaat uit ijskristallen, die allemaal mooie vormen hebben. Maar in al die verschillende vormen kun je steeds dezelfde zeshoekige structuur herkennen.
Deze kristalstructuur is kenmerkend voor ijs.

Veel vaste stoffen hebben een eigen kenmerkende kristalstructuur.

Slide 22 - Tekstslide

Kristallen
Dat kristallen een vaste vorm hebben, kun je verklaren met hetzelfde deeltjesmodel.

Omdat de moleculen van een stof allemaal gelijk zijn, kunnen ze op een regelmatige manier "gestapeld" worden, net zoals sinasappels in een supermarkt.

Zo ontstaat een kristalrooster waarin elk molecuul een vaste plaats heeft. 

Slide 23 - Tekstslide

Kristallen kunnen microscopisch klein zijn, maar ook centimeters groot. Een stuk bergkristal bestaat uit grote kristallen die aan elkaar zijn vastgegroeid. De kristalstructuur is dan ook met het blote oog goed waarneembaar.

Slide 24 - Tekstslide

Plus: Cohesie en Adhesie
Moleculen van de zelfde stof trekken elkaar aan. 
Dat heet cohesie

Er kan ook aantrekkingskracht bestaan tussen moleculen van verschillende stoffen. 
Dat heet adhesie.

Slide 25 - Tekstslide

Cohesie / Adhesie
Cohesie zorgt er voor dat een waterdruppel een bolvorm aanneemt: de moleculen gaan zo dicht mogelijk op elkaar zitten.

Adhesie zorgt ervoor dat de waterdruppel aan de kraan blijft hangen.

Slide 26 - Tekstslide

Leerdoelen § 2.1 
ijs, water, waterdamp


  • Je kunt de drie fasen waarin water kan voorkomen benoemen en uitleggen met het deeltjesmodel
  • Je kunt uitleggen waarom ijs en veel andere vaste stoffen een kenmerkende kristalstructuur hebben. 
  • Je kunt met het deeltjesmodel verklaren hoe een kristalstructuur ontstaat. 

Slide 27 - Tekstslide

Aan de slag - huiswerk woensdag 
maken en leren § 2.1 ijs, water, waterdamp 
In Nova online
opdr 1 tm 8

Slide 28 - Tekstslide