2a/2b/2c New Interface Lesson 4 Speaking

Welcome Class!
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 80 min

Onderdelen in deze les

Welcome Class!

Slide 1 - Tekstslide

Goals of the lesson:

- Je kunt een gesprek voeren over steden
- Je kunt eenvoudige vragen stellen en antwoorden geven
- Je ontwikkelt sociale en culturele vaardigheden

Slide 2 - Tekstslide


Underground 
London

Slide 3 - Tekstslide

Starter:

How can you find your way in a strange city? What can you use?

Are you good at finding the way? Explain!


- London Underground (the Tube)

Slide 4 - Tekstslide

The cheapest way to use the Underground is by Oyster Card. The maximum one-day fare is £7.60
The average speed of a Tube train on the Underground is 33mph
Most of the handles inside the Tube train match the colours of the Tube lines.
The busiest station is Waterloo, with 95.1 million passengers per year.
The total number of escalators is 423. You can't travel without them on the Underground!
Underground? Hmm, not really: only 45 per cent of the Underground is actually in tunnels.
The 11 lines handle approximately 4.8 million passengers a day.
Facts
Because of it's complexity the map is only showing the lines and the stations, not the actual distances. It's a topological map that is only concerned with relative locations of features on the map, not on exact locations 

Slide 5 - Tekstslide

Find your way
- How do we get from:
              Wimbledon Park  -> King's Cross St. Pancras

              Oxford circus ->  Wembley Park

              Wembley Park -> London Bridge

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Learnbeat
Lesson 4: Speaking 
B Find out
- We're going to listen to  'Visiting Old Trafford' together. 
While listening fill in the answers to the questions. 
C Vocabulary :
- You get 10 minuten to finish both assignments.
D Grammar
- explanation  Must/Musn't  + Word order place time + Ordinals

Slide 8 - Tekstslide

Grammar!

must/mustn't

Slide 9 - Tekstslide

5.1 Must(n't)
Dit onderwerp is herhaling.
Aan het eind van deze les weet je (hopelijk) het verschil tussen must en mustn't en kun je dit toepassen in een Engelse zin.

Slide 10 - Tekstslide

5.1 Must(n't)
 MUST
Gebruik je als iets moet, het kan niet anders of het is een persoonlijke noodzaak.
 MUSTN'T
Gebruik je als iets NIET moet of NIET mag.

Slide 11 - Tekstslide

5.1 Must(n't)
 MUST
You must stay at home.
 MUSTN'T
You mustn't go outside.

Slide 12 - Tekstslide

Fill in must or mustn't
"We ... study for our exams. They're tomorrow."
A
must
B
mustn't

Slide 13 - Quizvraag


Fill in must or mustn't
"You ... smoke. It's not healthy."
A
must
B
mustn't

Slide 14 - Quizvraag


Fill in must or mustn't
"They ... play with fire. It's dangerous!"
A
must
B
mustn't

Slide 15 - Quizvraag


Fill in must or mustn't.
"People ... eat fruit every day. It's good for us."
A
must
B
mustn't

Slide 16 - Quizvraag

Word Order
Grammar

Slide 17 - Tekstslide

Word order

Slide 18 - Tekstslide

Word order

Slide 19 - Tekstslide

Onderwerp
Werk
woord
Lijdend 
voorwerp
Plaats
Tijd
I
walk
my dog
in the park
at night 

Slide 20 - Sleepvraag

Wie
Doet
Wat
Waar
Wanneer
I
walk
my dog
in the park
at night 

Slide 21 - Sleepvraag

tijd en plaatsbepaling

Plaats komt voor Tijd in de zin

Ook in het alfabet komt P voor de T

I will go to Amsterdam next week


Slide 22 - Tekstslide

In welke volgorde moet dit staan:
tomorrow & at seven pm
A
tomorrow at seven pm
B
at seven pm tomorrow

Slide 23 - Quizvraag

In welke volgorde moet dit staan:
in school & at two o'clock
A
in school at two o'clock
B
at two o'clock in school

Slide 24 - Quizvraag

What is the right order?
A
We often walk in the forest at night
B
We often walk at night in the forest.

Slide 25 - Quizvraag

What is the right order?
A
We often walk in the forest at night
B
We often walk at night in the forest.

Slide 26 - Quizvraag

In 2002 - the world's biggest theme park - in Madrid - opened

Slide 27 - Open vraag

Put in the correct order;
was- Italy- in- she- last summer

Slide 28 - Open vraag

Ordinal numbers

Slide 29 - Tekstslide

Functie van een rangtelwoord (ordinal)
Een rangtelwoord geeft de rang in bijvoorbeeld een 'lijst' aan.
Hij werd tweede in de race.
He became second in the race.

Slide 30 - Tekstslide

Put in the correct order:
drove- Warsaw- to- they- last April

Slide 31 - Open vraag

Rangtelnummers (ordinal numbers)

Slide 32 - Tekstslide

Een rangtelwoord maak je (bijna !) altijd door er   
-th achter te zetten.
Voorbeeld:

Four  -  Fourth 
Five  -  Fifth 
Six  -   Sixth
 Seven  -  Seventh 

Slide 33 - Tekstslide

Uitzonderingen:
First - Second - Third (en twenty-first, thirty-second, etc.).
five - fifth 
eight - eighth
nine - ninth
twelve - twelfth
twenty - twentieth
(thirty - thirtieth, forty -  fortieth enz..)

Slide 34 - Tekstslide

In het kort
1e = first /1st.
2e = second/2nd
3e= third/ 3nd

maar ook tientallen met als tweede cijfer 1, 2 of 3 schrijf je zo.
21 = twenty-first / 21st

Slide 35 - Tekstslide

in het kort
De andere rangtelwoorden eindigen allemaal op -th.
four > fourth (vierde)
seventeen > seventeenth (zeventiende).

soms verandert de spelling van het rangtelwoord, zodra je hier +th achter zet.

Slide 36 - Tekstslide

In het kort
Een aantal voorbeelden van wijzigingen in spelling:
five - fifth
eight - eighth
nine - ninth
twelve - twelfth

Slide 37 - Tekstslide

In het kort
En denk aan de afgeronde tientallen zoals 20e, 30e en 40e enz.

20e > twentieth (voorheen 20 > twenty).
de 'y' van twenty verandert in 'ie' en dan + th.
30e > thirtieth
40e > fourtieth

Slide 38 - Tekstslide

It was his ……………. goal in the last ………. games. (3)/(2)

Slide 39 - Open vraag

My brother is in the …………….class. (6)

Slide 40 - Open vraag

Which one is correct?

21e
A
21th
B
21e
C
21st
D
21nd

Slide 41 - Quizvraag

Which one is correct?

achtste
A
eighth
B
eightht
C
eightieth
D
eight

Slide 42 - Quizvraag

It's the …………. day of our holiday in Florida. (5)

Slide 43 - Open vraag

Today is the ……………… of April. (9)

Slide 44 - Open vraag

I am so happy, that he won the ……….. prize. (1)

Slide 45 - Open vraag

Learnbeat games
Ga naar learnbeat en open het hoofdstuk 
"Games" --> puzzles --> crossword puzzles-numbers

When you're finished continue on with your homework


Slide 46 - Tekstslide

Homework: 
study grammar must/musn't, word order / ordinals
finish lesson 4 speaking D/E/F

Slide 47 - Tekstslide