DUFR Vakdidactiek1 finale quiz

Duits/Frans vakdidactiek 1
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieHBOStudiejaar 2

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Duits/Frans vakdidactiek 1

Slide 1 - Tekstslide

Kennistoets Vakdidactiek 1
Doel: kijken in hoeverre je de basisprincipes uit de theorie van de receptieve vaardigheden herkent. 


Slide 2 - Tekstslide

Met welk van de onderstaande uitspraken ben je het meest eens?
A
taal is een middel en een vaardigheid
B
taal is een middel en kennis
C
taal is een doel en een vaardigheid
D
taal is een doel en kennis

Slide 3 - Quizvraag

CTO = communicatief talenonderwijs

Slide 4 - Tekstslide

welke van de onderstaande kenmerken hoort NIET bij CTO?
A
de inhoud van de taal staat centraal
B
correcte grammaticale zinnen maken
C
culturele kennis van de doeltaalgebruikers hebben
D
komt de boodschap over?

Slide 5 - Quizvraag

lees- en luistervaardigheid
Het leren van een nieuwe/vreemde taal begint bij het "ontvangen" van de taal; informatie (in die taal) horen of lezen. Luisteren en lezen heten de receptieve vaardigheden. 

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het belangrijkste doel van het luisteren naar of het lezen van een tekst?
A
het oefenen van nuttige strategieën.
B
vragen over de tekst correct kunnen beantwoorden
C
nieuwe woorden leren vanuit de context
D
de inhoud van de tekst begrijpen

Slide 7 - Quizvraag

Welk van de volgende is het MINST effectief om de leesvaardigheid te verbeteren:
A
veel meerkeuze vragen oefenen
B
vergroten van de receptieve woordenschat
C
aanleren van lees strategieën
D
veel leeskilometers maken

Slide 8 - Quizvraag

1.3 lees strategieën

Slide 9 - Tekstslide

Welke bewering klopt?
A
skimmen en scannen zijn vrijwel hetzelfde
B
scannen is nuttig om een tekst globaal te begrijpen
C
om een globaal beeld van een tekst te krijgen kun je skimmen

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Tekstslide


Om specifieke informatie uit deze advertentie te halen, kun je het beste ...
A
globaal lezen
B
skimmen
C
extensief lezen
D
scannen

Slide 12 - Quizvraag

Fasen in de lesopbouw
Om een taal goed te leren kun je in het VO gebruik maken van een logische/effectieve opbouw van je lessen en lesprogramma. 
Je kunt o.a. een opbouw maken volgens de Neuner fasen of een opbouw volgens het 4 fasen-model. 
Maar wat is eigenlijk het verschil?

Slide 13 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen het Neuner fasen model en het 4-fasen-model
A
het Neuner model heeft meer fasen
B
het Neuner model heeft geen introductie fase
C
in het Neuner model wordt meer geoefend met taalprodcuctie
D
in het 4-fasen-model is geen aandacht voor spreken

Slide 14 - Quizvraag

introductie fase
input fase
oefen fase
transfer fase
Neuner C
Neuner D
Neuner B
Neuner A

Slide 15 - Sleepvraag

introductie fase
input fase
oefen fase
voorbereiden op de inhoud van de te lezen of luisteren tekst.
het lezen van of luisteren naar een tekst.
oefenen van woordenschat, grammatica, zinnen maken, spelling, uitspraak, etc
nagaan of de inhoud van de tekst begrepen is (bijv. vragen beantwoorden over de tekst of een mening geven over de tekst. 

Slide 16 - Sleepvraag

Wat is de belangrijkste reden om een goede introductie fase te doen?
A
zodat de leerlingen gemotiveerd zijn om te gaan luisteren of lezen
B
zodat de leerlingen weten waarom ze gaan luisteren of lezen
C
zodat de leerlingen de tekst die ze gaan beluisteren of lezen gemakkelijker kunnen begrijpen
D
om wat extra informatie over het onderwerp van de tekst te geven

Slide 17 - Quizvraag

stuurvragen
Aan het eind van de introductie fase gaan de leerlingen de tekst beluisteren of lezen. Dit kan de 1e keer ook vrij globaal zijn. 
Je geeft de leerlingen een "opdracht" mee voorafgaand aan het lezen of luisteren. Dit heet een stuurvraag.

Slide 18 - Tekstslide

welke van de onderstaande is GEEN goede stuurvraag?
A
Denk je dat dit verhaal echt gebeurd is?
B
Lees/luister goed, straks komen hier vragen over.
C
Wat is het probleem van de 2 mensen die je hoort?
D
Lees/luister goed, na afloop ga ik vragen wat er zo bijzonder aan deze stad is.

Slide 19 - Quizvraag

Les/leerdoelen
Voor de langere termijn zijn er de ERK doelen; deze zijn gericht op de taalvaardigheden. Ze geven aan in welke mate je in staat bent de taal te begrijpen of te gebruiken en in welke context.
Voor de kortere termijn (per les of les fase) zijn er ook verschillende leerdoelen; deze noemen we ook wel lesdoelen. Deze kunnen gericht zijn op de taalvaardigheden (vergelijkbaar met ERK), maar ook op "hulpmiddelen" om de taal te leren, zoals woordenschat, grammatica, strategieën, cultuuraspecten herkennen, uitspraak verbeteren, etc. 

Slide 20 - Tekstslide

Welke opmerking over het ERK klopt NIET:
A
de ERK doelen kunnen op inhoud en op correctheid gericht zijn.
B
een leerling kan voor verschillende taalvaardigheden verschillende ERK niveaus hebben
C
de ERK doelen geven aan welke woordenschat beheerst moet worden

Slide 21 - Quizvraag

Welk van de onderstaande leer/lesdoelen voor lezen of luisteren is het MINST concreet geformuleerd?
A
leerlingen kunnen een korte samenvatting geven
B
leerlingen geven 3 redenen waarom de film interessant lijkt
C
leerlingen voorspellen hoe de situatie gaat aflopen
D
leerlingen begrijpen waar de tekst over gaat

Slide 22 - Quizvraag

conclusie
hoe veel vragen had je goed?
welke onderdelen had je nog niet goed begrepen?
welke aanpassingen of aanvullingen moet je (dus) nog maken aan je lesplan?

Slide 23 - Tekstslide