SCC_synoniemen antoniemen homoniemen homofonen

SCC_synoniemen antoniemen homoniemen homofonen
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsSecundair onderwijs

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

SCC_synoniemen antoniemen homoniemen homofonen

Slide 1 - Tekstslide

kind

Slide 2 - Woordweb

lopen

Slide 3 - Woordweb

synoniemen
= twee verschillende woorden die hetzelfde betekenen

Slide 4 - Tekstslide

                antoniemen
= tegengestelden
dik - dun
lang - kort

Slide 5 - Tekstslide

heel grappig

Slide 6 - Open vraag

ijskoud

Slide 7 - Open vraag

troebel

Slide 8 - Open vraag

zeer zacht

Slide 9 - Open vraag

doodziek

Slide 10 - Open vraag

kletsnat

Slide 11 - Open vraag

graatmager

Slide 12 - Open vraag

straatarm

Slide 13 - Open vraag

loodzwaar

Slide 14 - Open vraag

peperduur

Slide 15 - Open vraag

springlevend

Slide 16 - Open vraag

piepjong

Slide 17 - Open vraag

antoniemen opdracht
  • samenstelling -> eerste deel = tegenovergestelde
  • bij antoniem voorvoegsel toegevoegd
  • voorvoegsel a- ab- anti-
    of an-

Slide 18 - Tekstslide

antoniemen OPL
  • samenstelling -> eerste deel = tegenovergestelde
  • bij antoniem voorvoegsel toegevoegd
  • voorvoegsel a- ab- anti-
    of an-

Slide 19 - Tekstslide

antoniemen opdracht
  • achtervoegsel -vol => -loos
  • voorvoegsel non- of niet-
  • volledig ander woord

Slide 20 - Tekstslide

antoniemen OPL
  • achtervoegsel -vol => -loos
  • voorvoegsel non- of niet-
  • volledig ander woord

Slide 21 - Tekstslide

antoniemen
  • achtervoegsel -vol => -loos
  • samenstelling -> eerste deel = tegenovergestelde
  • volledig ander woord
  • antoniem voorvoegsel toegevoegd
  • voorvoegsel non- of niet-
  • voorvoegsel a- ab- anti- of an-

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

homoniemen
= woorden met gelijke spelling en uitspraak, maar een verschillende betekenis
bank - gerecht
portier - stuk

Slide 25 - Tekstslide

opdracht 8
roos
--> Hij dacht dat de vrouw een bloem ging meebrengen. 
<--> Ze heeft last van roos op haar hoofdhuid.

Slide 26 - Tekstslide

ezel ?

Slide 27 - Tekstslide

ezel
  • lastdier
  • schildersezel
  • dom persoon

Slide 28 - Tekstslide

Ik eis ijs!

Slide 29 - Tekstslide

homofonen
= woorden met dezelfde uitspraak, maar een andere spelling 

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

samenstelling -> eerste deel = tegenovergestelde
bij antoniem voorvoegsel toegevoegd
voorvoegsel a- ab- anti- of an-
voordeel - nadeel
binnenkant - buitenkant
voornaam - achternaam
voorgerecht - nagerecht
vouwen - ontvouwen
bekend - onbekend

Slide 32 - Sleepvraag