Socialisatoren en media (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

VORMING · SOCIALISATOREN

Quiz

Terugblik: Socialisatoren en media

1 / 13
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met een quiz van tien vragen over socialisatoren en de invloed van media.

Onderdelen in deze les

VORMING · SOCIALISATOREN

Quiz

Terugblik: Socialisatoren en media

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Evert F. Baumgardner / U.S. National Archives / Wikimedia Commons, publiek domein

Wat is verzuiling?

A

Samenleving waarin alle groepen dezelfde normen delen

B

Het verdwijnen van de invloed van kerken

C

Het gebruik van media om opvattingen te sturen

D

Samenleving verdeeld in zuilen met eigen organisaties

Verzuiling is een samenleving opgedeeld in groepen naar levensovertuiging met eigen organisaties. Verwachte fout: het verdwijnen van de kerken kiezen. Dat is een gevolg van veranderende verhoudingen, niet het begrip zelf.

Vul in

Een rolmodel is iemand die anderen als voorbeeld nemen. Media geven soms ongemerkt stereotypen door: aangeleerde beelden over groepen.

rolmodel
stereotypen
peergroup
zuil

Syllabus 4.2: media geven rolmodellen, stereotypen en vooroordelen door. Verwachte fout: peergroup invullen bij rolmodel. Een rolmodel hoeft geen leeftijdgenoot te zijn.

Wat zegt de cultivatiehypothese over lichte kijkers?

A

Ze zijn banger dan zware kijkers

B

Ze nemen alles over van opinieleiders

C

Ze zien alleen nieuws dat bij hen past

D

Hun wereldbeeld lijkt meer op de echte werkelijkheid

Syllabus 4.2: het wereldbeeld van lichte kijkers heeft meer overeenkomsten met de echte werkelijkheid. Verwachte fout: denken dat lichte kijkers geen wereldbeeld hebben.

Noem twee mechanismen van selectiviteit.

Syllabus 4.2: selectieve blootstelling, selectieve perceptie en selectief onthouden. Twee van de drie is goed. Verwachte fout: filterbubbel noemen. Dat is een voorbeeld van selectieve blootstelling.

Sam ziet op sociale media vooral berichten die bij zijn mening passen. Welk begrip past?

A

Een rolmodel

B

Een filterbubbel

C

Een frame

D

Een zuil

Sam krijgt vooral informatie die zijn ideeën versterkt: een filterbubbel, voorbeeld van selectieve blootstelling. Verwachte fout: frame, omdat het over de presentatie van berichten lijkt te gaan.

Wat bepaalt volgens de framinghypothese of je positief denkt over een groep?

A

Hoeveel contact je zelf met die groep hebt

B

Welke opinieleider je volgt

C

Hoe de media over die groep communiceren

D

Hoe vaak je televisie kijkt

Syllabus 4.2: of mensen positief of negatief over bepaalde sociale groepen denken, hangt vooral af van de manier waarop de media over deze groepen communiceren. Verwachte fout: hoe vaak je televisie kijkt, dat is cultivatie.

Wat veranderde vanaf de jaren vijftig voor jongeren door de peergroup?

A

Ze kregen meer mogelijkheden voor een eigen identiteit

B

Ze kregen minder keuzes door groepsdruk

C

Ze gingen langer thuis bij hun ouders wonen

D

Ze waren niet meer afhankelijk van media

Syllabus 4.2: de invloed van de peergroup wordt groter en jongeren krijgen meer en andere mogelijkheden om een eigen identiteit te ontwikkelen. Verwachte fout: groepsdruk als hoofdeffect. Dat staat niet in de syllabus.

Welke andere naam heeft de opinieleidershypothese?

A

Het selectiemodel

B

Het twee-staps-model

C

Het inkaderingsmodel

D

Het cultivatiemodel

Syllabus 4.2: de opinieleidershypothese heet ook tweetrapsmodel of two-step-flow. Verwachte fout: het inkaderingsmodel, dat lijkt op framing.

Tess neemt de mening van een vlogger over een nieuwsfeit over. Welke hypothese past?

A

De mediaframinghypothese

B

De cultivatiehypothese

C

De selectiviteitshypothese

D

De opinieleidershypothese

Tess volgt een invloedrijke persoon in plaats van het nieuws zelf: de media bereiken haar via een opinieleider. Verwachte fout: framing, omdat de vlogger het nieuws ook presenteert. De kernvraag is: wie bespreekt het?

Leg uit waarom media een socialisator zijn.

Syllabus 4.2: media confronteren mensen met een veelheid aan waarden en normen en geven niet alleen feiten door, maar ook interpretaties, verborgen normen, rolmodellen, vooroordelen en stereotypen. Verwachte fout: alleen zeggen dat media informatie geven.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VORMING · SOCIALISATOREN

Goed gedaan!

Socialisatoren verschuiven van kerk en vereniging naar school, vrienden en media, en vier hypothesen laten zien hoe media jou vormen.

Deze slide heeft geen instructies