GZ - Cliënten met een syndroom

Profiel Gehandicaptenzorg

Syndromen 
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
Profielles GZMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Profiel Gehandicaptenzorg

Syndromen 

Slide 1 - Tekstslide

Syndroom 

Een syndroom is een ziektebeeld: een verzameling van verschijnselen die vaker in dezelfde combinatie optreedt, en dus als eenheid moet worden opgevat.


Slide 2 - Tekstslide

Veel voorkomende syndromen

 • Syndroom van Down 
 • Prader-Willi-syndroom
 • Fragiele-X-syndroom
 • Angelman-syndroom
 • Williams-Beuren-syndroom
 • Een verstandelijke beperking als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel (NAH)




Slide 3 - Tekstslide

TOTALE COMMUNICATIE

Slide 4 - Tekstslide

Wat betekent totale communicatie?
A
Het communiceren met mensen met een verstandelijke beperking op een voor hun begrijpelijke manier
B
Communicatie met behulp van alleen maar gebaren.
C
Het communiceren met mensen met een laag IQ
D
Verbale en non verbale communicatie

Slide 5 - Quizvraag

Noem een oorzaak van een verstandelijke beperking van voor de geboorte.
A
Geel zucht
B
Chromosoom afwijkingen
C
Zuurstoftekort
D
Hersenvliesontsteking

Slide 6 - Quizvraag


A
Een eicel
B
Chromosomen
C
Een zaadcel
D
DNA

Slide 7 - Quizvraag

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Syndroom van Down heeft altijd een verstandelijke beperking tot gevolg
A
Ja
B
Nee

Slide 10 - Quizvraag

Verschijnselen syndroom van Down 

  • Uit elkaar staande ogen 
  • Korte nek 
  • Kleine schedel 
  • Brede handen met korte vingers 
  • Typische handlijnenpatroon 



Kenmerken die vaak voorkomen
Aangeboren hartafwijking
Verminderde weerstand
Afwijking aan het gebit
Droge en schrale huid  

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Begeleiden
1.  Uiteenlopende mogelijkheden in begrijpen van taal, spreken en zelfredzaamheid.
2. Gehoorverlies komt heel erg vaak voor bij jongeren en volwassenen met Downsyndroom.
3. Personen met Downsyndroom hebben vaak wat meer tijd nodig om informatie die zij hebben gehoord te verwerken.
4. Over het algemeen begrijpen mensen met Downsyndroom meer taal dan je zou verwachten op grond van de manier waarop zij spreken.



Slide 13 - Tekstslide

5. Geef bij het aanleren van iets nieuws niet te veel informatie in één keer. 
6. Mensen met Downsyndroom verwerken en onthouden visuele informatie vaak beter dan informatie die zij alleen hebben gehoord
7. Kondig gebeurtenissen en activiteiten duidelijk aan. 
8. Probeer de persoon met Downsyndroom zo leeftijdadequaat mogelijk te bejegenen.
9. Geef grenzen aan bij ongepast gedrag. 
10. Doe zo gewoon mogelijk.







Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

De NIPT-test kan bijvoorbeeld het syndroom van Down opsporen, wat vinden jullie hier van?

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Video

Moeilijk gedrag: ABC-analyse
https://www.downsyndroom.nl/home/levensloop/peuter/moeilijk-gedrag-abc-analyse/


Slide 18 - Tekstslide

Vragen?
VRAGEN?

Slide 19 - Tekstslide

Foetaal alcoholsyndroom (FAS)
Moeilijke te herkennen syndroom. 

Ontstaan voor de geboorte door overmatig alcohol 
gebruik van de moeder. 
Niet altijd een verstandelijke beperking tot gevolg. 

Mate van beschadiging en functiestoornissen hangt af van de hoeveelheid drank, tijdstip van inname en individuele aanleg van moeder en kind. 

Slide 20 - Tekstslide

Kenmerken FAS
Uiterlijke kenmerken: 
  • Microcefalie: Klein hoofd 
  • Ver uit elkaar staande ogen 
  • Platte neusbrug 
  • Kleine wipneus 
  • Smalle bovenlip 
  • kleine terugwijkende kin 
  • Kleine schuinstaande laag op de hoofd staande oren 
  • Geen geultje tussen neus en bovenlip 
  • Kleine misvormde handen, vingers , armen en tenen. 
  • Groeistoornis (Klein voor hun leeftijd) 

Slide 21 - Tekstslide

Uiterlijke kenmerken:
Microcefalie: Klein hoofd
Ver uit elkaar staande ogen
Platte neusbrug
Kleine wipneus
Smalle bovenlip
kleine terugwijkende kin
Kleine schuinstaande laag op de hoofd staande oren
Geen geultje tussen neus en bovenlip
Kleine misvormde handen, vingers , armen en tenen.
Groeistoornis (Klein voor hun leeftijd) 

Slide 22 - Tekstslide

Kenmerken FAS 
Verstandelijke kenmerken:
  • Concentratieproblemen
  • Slechte geheugen 
  • Een verstandelijke beperking is mogelijk, maar ook 'alleen maar' leerproblemen komt voor 
Overige kenmerken:
  • Impulsief 
  • Open en lief karakter, ook naïef 
  • Gemakkelijk beïnvloedbaar 
  • Weinig inzicht in de gevolgen van hun handelen 
  • Handelen is soms gewetenloos 
  • (licht) Hyperactief 

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Slide 25 - Tekstslide

Fragiele X-syndroom 
In de lichaamscellen van een man bevinden zich altijd een X- en een Y-chromosoom en in de lichaamscellen van een vrouw altijd twee X-chromosomen.


Overerven vindt plaats via de moeder, die is draagster. De meeste vrouwelijke draagster van het fragiele x syndroom hebben geen, of alleen een lichte, verstandelijke beperking. 


Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Rettsyndroom 
Rettsyndroom is een erfelijke afwijking die alleen bij meisjes voorkomt. 
Afwijking op het vrouwelijke X-chromosoom. 

Het Rett-syndroom is waarschijnlijk, op het syndroom van Down na, de meest voorkomende oorzaak van een verstandelijke beperking bij meisjes. 



Slide 30 - Tekstslide

Verschijnselen RET Syndroom
De levensloop van meisjes met een Rett-syndroom vertoont een vast patroon. na ongeveer 1 jaar is er een knik in de ontwikkeling. eerst een stilstand daarna achteruitgang. 
  • In zichzelf gekeerd 
  • Lege blik
  • Dwangmatige handelingen ( handen in de mond) 
  • Ademhalingsproblemen (hyperventilatie)
  • Verlamming 
  • Scoliose 
  • Ernstige vorm van epilepsie 
  • Gedragsproblemen (Huil-, gilbuien) ( ook nachts) 

Slide 31 - Tekstslide

Individueel beantwoorden: 
  1. Mensen met het syndroom van Down kunnen  last hebben van nekpijn, een scheve hals, kortademigheid en longproblemen. Wat is hiervan de oorzaak?
  2. Mensen met het syndroom van Down hebben de neiging om anderen te imiteren. Bedenkt zelf een voorbeeld waarbij dit negatief kan uitpakken. 
  3.  Leg in eigen woorden wat het FAS syndroom inhoud. 
  4.  De ouders van een cliënt geven aan nogal laat erachter te zijn gekomen dat hij een verstandelijke beperking heeft. Jouw collega geeft aan dat ontkenning hierbij een rol heeft kunnen spelen. Wat bedoeld je collega hiermee? 
  5. Wat bedoelen we met continuïteit en stabiliteit? Waarom is dit belangrijk bij cliënten met een verstandelijke beperking? Licht dit toe. 

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Syndroom van Pradar- Willi 
Dit syndroom is een gevolg van een genetische afwijking. 
Er mist een stuk erfelijke informatie op chromosoom 15. 

Dit syndroom komt bij zowel jongens als meisjes voor. 
Jaarlijks worden 1 op de 10 kinderen met syndroom geboren in Nederland. 

Wat bij deze cliënten het eerst opvalt is de onbedwingbare eetlust. 


Slide 36 - Tekstslide

Verschijnselen 
  • Onbedwingbare eetlust (vanaf peuterleeftijd) 
  • Spierslapte (Hypotonie)'
  • Kleine geslachtsorganen 
  • Seksuele ontwikkeling die in de puberteit niet of laat op gang komt 
  • Vertraagde verstandelijke ontwikkeling 
Uiterlijke kenmerken
  • Klein van gestalte 
  • Smalle handen, voeten en smal voorhoofd 
  • Abnormale vetverdeling en overgewicht. 

Slide 37 - Tekstslide

Slide 38 - Video

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide