systeem aarde: paragraaf 3.3

Lesdoelen:
  • Je kunt landschapszones beschrijven aan de hand van kenmerken.
  • Je weet op welke breedtegraad de verschillende landschapszones voorkomen.
  • Je kunt de geofactoren noemen.
  • Je kunt voorbeelden van relaties tussen geofactoren beschrijven.
1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Lesdoelen:
  • Je kunt landschapszones beschrijven aan de hand van kenmerken.
  • Je weet op welke breedtegraad de verschillende landschapszones voorkomen.
  • Je kunt de geofactoren noemen.
  • Je kunt voorbeelden van relaties tussen geofactoren beschrijven.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

opdracht 1
1a. Waar in VS ligt Death Valley?
1b. Waarom is het daar zo droog?
1c. Hoe is Devil's Golf Course ontstaan

Slide 3 - Tekstslide

Opgave 2: De geofactoren

Slide 4 - Tekstslide

Welke factoren horen bij de biosfeer?
A
planten, dieren en klimaat
B
planten, dieren en mens
C
bodem, dieren en lucht
D
bodem, dieren en klimaat

Slide 5 - Quizvraag

Wat betekent lithosfeer?
A
aarde, water, vuur en lucht
B
de aardmantel
C
Vast gesteente waaruit de aardkorst en bovenste deel mantel bestaat
D
bodem, dieren en klimaat

Slide 6 - Quizvraag

Welke geofactor is de laatste eeuwen steeds bepalender geworden?
A
klimaat
B
gesteente
C
lucht
D
de mens

Slide 7 - Quizvraag

Landschap
Dynamisch systeem: constant in beweging en verandering.(tijd)
Wisselwerking tussen geofactoren
mens steeds belangrijker
landschapszone gebied met karakteristieke klimaat-en vegetatiekenmerken.

Slide 8 - Tekstslide

opdracht 3b
In de toendra - loofbos - naaldbos is de temperatuur het meest bepalend.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

opg 7a: Wat is het verband tussen de dikte van de permafrostlaag en de breedteligging?

Slide 11 - Tekstslide

Klimaat invloed op de bodem (3)
  • Permafrost: grond die altijd  (= permanent) bevroren is.

  • Zomer: bovenlaag permafrost ontdooit. Moerassig; smeltwater kan niet weg. Dit veroorzaakt problemen bij bouwen huizen en infrastructuur; verzakking.

  • Hooggebergte ten zuiden van Rusland houdt als een muur warme tropische lucht tegen. 

Slide 12 - Tekstslide

opgave 7b: Wat valt je op aan de zuidgrens van de permafrost in Rusland? 7c. Noem 2 oorzaken.
antwoorden
In het oosten ligt de grens veel zuidelijker.

Dit komt door:
de afstand tot zee (groot)
de hoogteligging (hoe hoger hoe kouder)

Slide 13 - Tekstslide

Opg 7d:
Beperkende factoren landbouw
  • te droog
  • te koud
  • te veel reliëf
  • gebrek vruchtbare bodems


Welke dimensie?

Slide 14 - Tekstslide

Bepekende factoren
landbouw
a. weinig vruchtbare bodem
b. te koud
c. te weinig neerslag
d. reliëf

Slide 15 - Tekstslide

opg 8a+b:  biomen op kaart 223(GB54). Het zijn ecologische landschapszones  die op basis van vegetatietype en aanpassing van organisme aan het milieu zijn ingedeeld.

Slide 16 - Tekstslide

opg 8c+d: Mondiaal gezien beslaat de aride-zone het grootste oppervlak. De polaire zone begint in oost-Amerika op 50NB en in Europa op 65NB.

Slide 17 - Tekstslide

8e. Verklaar m.b.v. kaart zeestromen
Oorzaak: voor de kust van west-Europa stroomt een warme zeestroom.
Gevolg: waardoor het klimaat op hogere breedte milder is dan aan de oostkust van de VS waar een koude zeestroom loopt.

Slide 18 - Tekstslide

9a. de westkust van Peru ligt in de tropische zone en bestaat uit een semi-aride gebied.
9b. de windrichting is overwegend Zuidoost, dus over land.

Slide 19 - Tekstslide

Droge klimaten (B)
De droge klimaten worden beïnvloedt door de aanwezigheid van gebergtes. Zo is in het oosten van Brazilië een BS (steppe) klimaat te vinden en een BW (woestijn) klimaat te vinden. Dat wordt veroorzaakt door een kustgebergte, waardoor sommige regio's in de regenschaduw liggen en opvallend droog zijn.
Datzelfde principe geldt voor de B-klimaten vanaf het zuiden van Argentinië tot en met Peru: Het zuidelijk deel ligt in de regenschaduw van wind uit het westen, dat ten westen van de Andes uitregent. Het deel aan de westkust ligt in de regenschaduw van de wind uit het oosten, dat uitregent boven het Amazonegebied en aan de oostkant van de Andes.
Een regenschaduw is de lijzijde van een gebergte: Tegen de andere kant waait de wind, stijgt op en regent uit (de loefzijde). Aan de lijzijde is de lucht al uitgeregend en dus droog. Hierdoor ontstaan er droge gebieden. 
De wind komt hier uit het westen, botst tegen de Andes, moet opstijgen, koelt af, waterdamp condenseert en het regent. Ten oosten van de Andes is het dus droog. 
Aan de westkust van Zuid-Amerika is het droog omdat hier de wind vanaf het oosten komt. De vochtige lucht van de Atlantische Oceaan regent eerst uit over het Amazonegebied en vervolgens tegen de Andes. Daardoor is de westkust van Zuid-Amerika een van de droogste gebieden ter wereld!

Slide 20 - Tekstslide

Waarin verschilt C-klimaat van D-klimaat?

Slide 21 - Tekstslide

Wat is het belangrijkste verschil tussen het C-klimaat en het D-klimaat?

Slide 22 - Open vraag

Waarin verschilt savanne van steppe?

Slide 23 - Tekstslide

Waarin verschilt de steppe van de savanne?

Slide 24 - Open vraag

Wat is de verklaring voor dit verschil?
A
In de steppe is het te warm voor bomen.
B
In de savanne regent het meer dan in de steppe.
C
In de steppe is het te droog .
D
In de steppe is het te koud voor bomen.

Slide 25 - Quizvraag

Check opgaven
4-5-9
- je kunt uitleggen hoe het verschil tussen daglengte in de tropen en op hoge breedte ontstaat.
-je kunt uitleggen waardoor biodiversiteit in het tropisch regenwoud afneemt.
-je kunt uitleggen waardoor de boomgrens niet overal op dezelfde hoogte begint.

Slide 26 - Tekstslide

Tropische regenwoudklimaat
Savanne

Slide 28 - Tekstslide

Savanne

Slide 29 - Tekstslide

Tropisch Regenwoud
Etages belangrijk:

- Verschillende leefomstandigheden, verschillende planten en dieren: Biodiversiteit is erg hoog

- Weinig temperatuurverschillen (dag/nacht & zomer/winter) en verschillen in neerslag: goede mogelijkheden flora & fauna.

- grote uitspoeling van voedingsstoffen in de bodem. Voedingsstoffen zitten opgeslagen in de planten zelf.

Slide 30 - Tekstslide

Ontstaan seizoenen en verschuiving luchtdrukgebieden/ITCZ
  • Aarde draait in 1 jaar om de zon (seizoenen) 
  • Aarde draait dagelijks om eigen as (dag/nacht)

  • op 2 momenten in het jaar staat de zon loodrecht op de evenaar.
  • Het lage luchtdrukgebied van de evenaar verplaatst zich richting het noordelijk halfrond en richting het zuiidelijk halfrond.

Slide 31 - Tekstslide

Ontbossing en afname biodiversiteit
Afname van het aantal soorten planten en dieren.

Slide 32 - Tekstslide

De Alpen
Waar begint de boomgrens?

Boomgrens: Wanneer de gemidddelde jaartemperatuur niet boven de 10 graden uitkomt is het te koud voor bomen om te groeien.

Slide 33 - Tekstslide

Berg Kilimanjaro in Tanzania
Ligt hier de boomgrens op dezelfde hoogte als in de Alpen?
Waarom wel/niet?

Slide 34 - Tekstslide

Peru in Zuid- Amerika 
kent aan de westkust een (semi)-aride klimaat. Verklaar dit m.b.v de overheersende windrichting.

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

9a. de westkust van Peru ligt in de tropische zone en bestaat uit een semi-aride gebied.
9b. de windrichting is overwegend Zuidoost, dus over land.

Slide 38 - Tekstslide

Loefzijde                   Lijzijde

Slide 39 - Tekstslide