H5 - grammatica woordsoorten (les 1)

Voorzetsel
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Voorzetsel

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk
H5 - Grammatica (blz. 148 - 149)

Zinsdelen - meewerkend voorwerp
Schrift: 1 en 2 (let op dat je de juiste ontleedtekens gebruikt)
Online: 3




Slide 3 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt uitleggen wat voorzetsels zijn
  • Je kunt uitleggen welke voorzetsels er zijn
  • Je kunt voorzetsels op een goede manier gebruiken

Slide 4 - Tekstslide

Welke voorzetsels ken je?

Slide 5 - Woordweb

Slide 6 - Video

Een voorzetsel is een klein woord.
Het staat voor of achter een woordgroep waar het bij hoort.
Hij liep in de tuin


Hij liep de tuin in

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

een plaats
een tijd
een richting
een middel
een doel
tot
na
over
op
bij
in
te
naar
langs
in
met
om

Slide 9 - Tekstslide

Draai de spinner en maak een zin met het voorzetsel dat wordt getoond.

Slide 10 - Tekstslide

Welk voorzetsel ontbreekt?
Hij woont ... de kerk
A
in
B
op
C
over
D
naast

Slide 11 - Quizvraag

Welk voorzetsel ontbreekt?
De auto rijdt ... de straat
A
onder
B
binnen
C
door
D
tegen

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het voorzetsel in de volgende zin:
De trein uit Amsterdam komt ... vier uur ....
A
uit
B
aan
C
uit, om
D
om, aan

Slide 13 - Quizvraag

Ik ren naar beneden
Sleep het vinkje naar het voorzetsel

Slide 14 - Sleepvraag

We kijken samen naar voetbal op de televisie
Sleep het vinkje naar het voorzetsel

Slide 15 - Sleepvraag

[...1...] de stad is een gracht. 
Je moet [...2...] de brug om aan de andere kant te komen. 
[...3...] de brug slapen wel eens mensen die geen huis hebben. Vooral [...4...] de zomermaanden. 
Vaak zijn dat toeristen [...2...] andere landen.
Sleep de voorzetsels naar de 
juiste plek in het verhaal.
rond
in
uit
onder
voor
over
bij
na
op
om

Slide 16 - Sleepvraag

Aan de slag
Online les: maak opdracht 1 t/m 3
Fysiek les: maak in tweetallen opdracht 5 (blz. 151)


timer
10:00

Slide 17 - Tekstslide

Ik kan nu voorzetsels herkennen en gebruiken
0100

Slide 18 - Poll

Haal alle voorzetsels uit de volgende zin:

De kleine kinderen van mijn collega zijn bezig met een prachtige tekening.

Slide 19 - Open vraag

Haal alle voorzetsels uit de volgende zin:

Mijn vader belde mij op, want ik moet naar huis komen.

Slide 20 - Open vraag

Huiswerk
H5 - Grammatica (blz. 150 -151)

Woordsoorten - voorzetsel
LET OP:
Als je fysiek de les hebt gevolgd dan maak je de volgende opdrachten: 1, 2 en 5 (opdracht 5 maak je samen met een klasgenoot)
Als je online de les hebt gevolgd dan maak je de volgende opdrachten: 1 t/m 3







Slide 21 - Tekstslide


Lesdoel

Na deze les weten jullie:

  • Wat we gaan doen in Thema 4
  • hoe je bijvoeglijke naamwoorden spelt



Spelling - bijvoeglijk naamwoord

Slide 22 - Tekstslide