Quiz Houden van Dieren

Welk ras staat op de foto?
A
Toggenburger
B
Nubische geit
C
Angora geit
D
Landgeit
1 / 24
volgende
Slide 1: Quizvraag
DierMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welk ras staat op de foto?
A
Toggenburger
B
Nubische geit
C
Angora geit
D
Landgeit

Slide 1 - Quizvraag

Is een konijn een solitair of een solidair dier?
A
Solitair
B
Solidair

Slide 2 - Quizvraag

Wat is geen natuurlijk gedrag?
A
Een geit die op een klimtoestel klimt
B
Een gerbil die een hol graaft
C
Een kip die in het zand ligt te baden
D
Een paard dat aan het weven is

Slide 3 - Quizvraag

Hoe kun je zorgen dat kippen ook in de winter eieren blijven leggen?
A
Door lampen in de winter aan te zetten
B
Door in de winter te verwarmen
C
Door legnesten vol met stro te leggen

Slide 4 - Quizvraag

Wat valt niet onder het leefklimaat van een dier?
A
Temperatuur
B
bodembedekking
C
Luchtvochtigheid
D
Ventilatiecapaciteit

Slide 5 - Quizvraag

Welk verblijf materiaal kun je beter niet voor een knaagdier gebruiken?
A
Hout
B
Glas
C
Kunststof
D
Tralie

Slide 6 - Quizvraag

Welke huisvesting zie je op deze foto?
A
grondhokken
B
zichtstal
C
eenlingbox
D
ligboxenstal

Slide 7 - Quizvraag

Waarom hebben cavia's behoefte aan een schuilplaats in hun hok?
A
Omdat ze zich willen verschuilen voor de andere cavia's waarmee ze samenleven
B
Omdat het in de natuur prooidieren zijn
C
Omdat ze daarin graag poepen en plassen
D
Omdat ze daarin goed kunnen slapen

Slide 8 - Quizvraag

Welke omheining is het meest geschikt voor schapen?
A
Gaas
B
Houten planken
C
Kunststof planken
D
Heg

Slide 9 - Quizvraag

Voor het onderzoek naar het gedrag van dieren gebruik je een...?
A
Diagram
B
Telegram
C
Ethogram
D
Anagram

Slide 10 - Quizvraag

Hoe blijkt uit een Ethogram dat een dier zich goed voelt?
A
Als het dier normaal gedrag vertoont in vergelijking met soortgenoten
B
Als het dier stereotiep gedrag vertoont
C
Als het dier abnormaal gedrag vertoont in vergelijking met soortgenoten
D
Als het dier steeds dezelfde handelingen verricht

Slide 11 - Quizvraag

Dieren en mensen kunnen ziektes op elkaar overbrengen. Hoe noem je dit?
A
Besmetting
B
Zoönose
C
Infectie
D
Virale besmetting

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een besmettelijke ziekte?
A
Klauwwonden
B
Heupdysplasie
C
Mond en klauw zeer
D
Vergiftiging

Slide 13 - Quizvraag

Wat hoort niet bij de PAT-waarden?
A
huidturgor
B
ademhaling
C
lichaamstemperatuur
D
hartslag

Slide 14 - Quizvraag

Tot welk type viervoeter behoort dit dier?
A
Hoefganger
B
Topganger
C
Zoolganger
D
Teenganger

Slide 15 - Quizvraag

Wat helpt om de tanden van paarden te slijten?
A
Altijd uit een voerbak voeren
B
Wilgentakken geven
C
Meerdere keren per dag voeren
D
Brokken voeren

Slide 16 - Quizvraag

Wat is geen ruwvoer?
A
Brokken
B
Hooi
C
Mais
D
Graskuil

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekend Rantsoen
A
Maximale hoeveelheid voer voor een dier per dag
B
De verschillende soorten voer dat een dier eet
C
Dat een dier een aantal dagen geen voer krijgt, alleen drinken.
D
De juiste hoeveelheid en soort voer dat een dier dagelijks zou moeten eten

Slide 18 - Quizvraag

Wat is geen productiedier?
A
Koe
B
Cavia
C
Kip
D
Schaap

Slide 19 - Quizvraag

Waar staat de O voor in GHROKA?
A
De leeftijd
B
Kleur van de ogen
C
De lengte van de oren
D
Opsomming

Slide 20 - Quizvraag

Bij welke rasgroep hoort deze omschrijving:
"Ze lopen veel met de neus over de grond, zijn eigenwijs en werken hard."
A
Windhonden
B
Gezelschapshonden
C
Herdershonden en veedrijvers
D
Lopende honden en zweethonden

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het domesticeren van een dier?
A
Een dier kunstjes maken
B
Een dier vrij laten in het wild
C
Een dier door middel van fokkerij meer mensgericht maken
D
Een dier minder mens gericht maken

Slide 22 - Quizvraag

Wat voor een exterieur heeft een melkkoe?
A
Wigvormig
B
Balkvormig
C
Ovaalvormig
D
Hoekig

Slide 23 - Quizvraag

Wat is niet 1 van de 5 vrijheden van een Dier volgens Brambell?
A
Dieren zijn vrij van honger en dorst
B
Dieren zijn vrij van angst en stress
C
Dieren zijn vrij van werk
D
Dieren zijn vrij van ongemak

Slide 24 - Quizvraag