H4 Schakelingen 4.1 schakelschema

4.1 schakelschema's
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

4.1 schakelschema's

Slide 1 - Tekstslide

Doel van de les:
  • Je kunt een model uitleggen hoe een elektrische stroom rond stroomt in een stroomkring
  • Je kunt aangeven hoe je een stroommeter moet schakelen om een bepaalde stroom te meten
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen serie- en parallelschakeling, en wat dit betekend voor de stroomsterkte
  • Je kunt berekeningen uitvoeren met verschillende stroomsterktes in een serie- parallel- (en gemengde) schakelingen.

Slide 2 - Tekstslide

Voorkennis Elektriciteit
  • Je kent de symbolen voor een schakelschema
  • Je kunt uitleggen welke stoffen geleiders zijn en isolatoren
  • Je kunt uitleggen hoe je de stroomsterkte meet
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen serie- en parallelschakeling
  • Je kunt rekenen met de eenheid van stroomsterkte en vermogen 

Slide 3 - Tekstslide

Schakelschema
  • Schakeling: 
  • Elektrische onderdelen die met elkaar verbonden zijn. 
  • Schakelschema:
  • Eenvoudige tekening van een schakeling

Slide 4 - Tekstslide

symbolen voor schakelschema's

Slide 5 - Tekstslide

Isolators en geleiders

Slide 6 - Tekstslide

De stroommeter
  • Met een stroommeter meet je de stroom in een stroomkring
  • De stroommeter is serie geschakeld in de stroomkring
  • De stroomsterkte meet je in Ampére (A) 

Slide 7 - Tekstslide

Stroommeter (Ampère-)

Slide 8 - Tekstslide

Omrekenen
24 A = ......... mA
A
0,24 mA
B
2400 mA
C
24000mA
D
2,4 mA

Slide 9 - Quizvraag

Gesloten stroomkring
Als je een elektrisch apparaat aanzet dan maak je een gesloten stroomkring. De stroom loopt dan rond.

Slide 10 - Tekstslide

Elektrische stroom
Elektrische stroom in een draad bestaat uit bewegende elektronen.
De spanningsbron pompt de elektrische stroom rond.

Stroom         I     in Ampère    (A)
Spanning    U    in Volt            (V)
Vermogen  P   in Watt            (P)
                  P = U x I

Slide 11 - Tekstslide

Elektrische stroomkring
Water stroomkring

Slide 12 - Tekstslide

Regels voor het tekenen van stroomkringen
  1. Gebruik altijd de goede symbolen! 
  2. De draden worden alleen horziontaal of vertikaal getekend.
  3. Altijd hoeken van 90 graden tekenen.
  4. De afstand useen de apparaten in de tekening zegt niets over de werkelijke afstand.
  5. Het schema moet zo overzichtelijk mogelijk zijn.

Slide 13 - Tekstslide

Stroomkring
Schakelschema

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Serie schakeling:          1 Lange stroomkring.
Parallel schakeling:     Verschillende stroomkringen die aan 
                                          elkaar geschakeld zijn

Slide 16 - Tekstslide

Serieschakeling





Parallelschakeling
Itot=I1=I2=I3=....
Itot=I1+I2+I3+....

Slide 17 - Tekstslide

Wat gebeurd er als je er 1 lampje uit de stroomkring haalt bij een serieschakeling?
A
er gebeurd niets
B
de lampjes blijven branden
C
alle lampjes gaan uit

Slide 18 - Quizvraag

Is het een serieschakeling
of een parallelschakeling?
A
Serie
B
Parallel

Slide 19 - Quizvraag

Gemengde schakelingen
Gemengde schakelingen zijn gecombineerde schakelingen van serie - en parallel schakelingen

Slide 20 - Tekstslide

Maak een schakelschema waarbij je een lampje aansluit op een batterij.

Slide 21 - Sleepvraag

Maak een schakelschema  van een serieschakeling
met 2 lampjes die aangesloten zijn op één batterij.

Slide 22 - Sleepvraag

Maak een schakelschema  van een parallelschakeling
met 2 lampjes die aangesloten zijn op één batterij.

Slide 23 - Sleepvraag

Teken een schema van 3 lampjes die in serie zijn geschakeld met 1 schakelaar

Slide 24 - Open vraag

Teken een schema van 3 lampjes de parallel geschakeld zijn met 1 schakelaar die alle lampjes aan en uit kan doen

Slide 25 - Open vraag

Teken een schema met 3 lampjes waarvan er 2 in serie staan en 1 parallel

Slide 26 - Open vraag

Samenvatting
  • Je kunt een model uitleggen hoe een elektrische stroom rond stroomt in een stroomkring
  • Je kunt aangeven hoe je een stroommeter moet schakelen om een bepaalde stroom te meten
  • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen serie- en parallelschakeling, en wat dit betekend voor de stroomsterkte

Slide 27 - Tekstslide

Nu: zelfstandig werken

 werkboek: Maken de voorkennis H4
Theorieboek: Lees paragraaf 4.1 en maak de vragen 1 t/m 4


Slide 28 - Tekstslide