8.1 Deviant op weg naar 1F - Thema 8 Hobby's - Moeilijke woorden

Nederlands
Thema 8 Hobby's - hoofdstuk 1

Moeilijke woorden
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsPraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
Thema 8 Hobby's - hoofdstuk 1

Moeilijke woorden

Slide 1 - Tekstslide

Doel
-Aan het einde van de les ken je de woorden van het thema werk

-Aan het einde van deze les kun je de woorden gebruiken in een zin.

-Aan het eind van de les kun je de moeilijke woorden en betekenissen in een voorbeeldzin zetten.

Slide 2 - Tekstslide

Start
blz 273 en 274

We lezen samen de moeilijke woorden en de betekenissen.

Zijn er woorden waar je nog vragen over hebt?

Slide 3 - Tekstslide

                          Moeilijke woorden.

Slide 4 - Tekstslide

De activiteit
Wat er te doen is of waar je mee bezig bent.

Slide 5 - Tekstslide

Het concert

Een muziekoptreden, van bijvoorbeeld een zangeres of een band.

Slide 6 - Tekstslide

Creatief

Goed zijn in het maken of verzinnen van nieuwe dingen.

Slide 7 - Tekstslide

Het evenement

Een gebeurtenis voor een groot publiek.

Slide 8 - Tekstslide

De hobby

Dat wat je graag in je vrije tijd doet.

Slide 9 - Tekstslide

De interesse
Dat wat je leuk vindt en waar je meer over wilt weten.

Slide 10 - Tekstslide

Ontspannen
Heel rustig zijn en je prettig voelen.

Slide 11 - Tekstslide

Het plezier
Iets leuk vinden.

Slide 12 - Tekstslide

Het talent
Als je iets uit jezelf goed kunt.

Slide 13 - Tekstslide

De tijdsbesteding
Hoe jij jouw tijd doorbrengt.

Slide 14 - Tekstslide

Uitgaan
Ergens voor jouw plezier heengaan, bijvoorbeeld naar een café.

Slide 15 - Tekstslide

De vereniging
Een groep mensen die samen iets willen doen of bereiken.

Slide 16 - Tekstslide

De voldoening.
Het tevreden gevoel dat je over iets hebt.

Slide 17 - Tekstslide

Zich vermaken
Plezier hebben.

Slide 18 - Tekstslide

Zich vervelen
Nergens zin in hebben of niet weten wat je wilt doen.

Slide 19 - Tekstslide

Samen oefenen
Even kijken hoeveel woorden je al kent.

Je krijgt zo een aantal vragen en opdrachten.
Doel is om te checken wat je al weet.

Slide 20 - Tekstslide

Welk woord hoort bij deze betekenis:
"Goed zijn in het maken of verzinnen van nieuwe dingen".
A
Creatief
B
De hobby
C
Het zelfvertrouwen
D
Ontspannen

Slide 21 - Quizvraag

Welk woord hoort bij deze betekenis:
"Als je iets uit jezelf goed kunt."
A
Zich vermaken
B
Het talent
C
De vereniging
D
Uitgaan

Slide 22 - Quizvraag

Wat betekent het woord:
"Vervelen"

Slide 23 - Open vraag

Wat betekent het woord:
"Het plezier"

Slide 24 - Open vraag

Maken
Opdracht 3 blz 275 en 276:
Lees de moeilijke woorden door.
Maak een voorbeeldzin met elk woord en schrijf deze op.

Opdracht 5 blz 276 en 277:
- Lees de moeilijke woorden nog een keer.
- Lees dan de betekenissen door.
- Vul boven elke betekenis het woord in.
- Schrijf daaronder een voorbeeldzin.



timer
15:00

Slide 25 - Tekstslide

Nakijken en bespreken
We bespreken de opdrachten  die jullie hebben gemaakt.
Dit zijn: Opdracht 3 en opdracht 4 .

Slide 26 - Tekstslide

Studiemeter:
-Ga naar: Studiemeter
-Log jezelf in.
-Ga naar Nederlands - Via Starttaal online - Via vooraf op weg naar 1F - Thema 8 Hobby - Moeilijke woorden
 
-Maak ALLEEN Woordenschat.

Klaar?!! -> Maak de woordzoeker.

Slide 27 - Tekstslide

Hoe ging het?
Ken je de woorden van het thema Hobby?
Kun je de woorden gebruiken in een zin?

Slide 28 - Tekstslide