cross

M4 - De grondwetwijziging van 1848

De grondwet van 1848
4 mavo
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

De grondwet van 1848
4 mavo

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Ik kan uitleggen wat de grondwetswijziging van 1848 inhield. 
  • Ik kan uitleggen wat de gevolgen waren van de grondwetswijziging.
  • Ik kan uitleggen wat ministeriële verantwoordelijkheden zijn. 
  • Ik kan uitleggen welke bevoegdheden de Eerste en Tweede Kamer hebben. 
  • Ik kan vertellen welke klassieke grondrechten in de grondwet van 1848 staan. 
  • Ik kan aangeven welke punten uit de grondwet van 1848 nu ook nog gelden.

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je nog van de
grondwetswijziging
van 1848?

Slide 4 - Woordweb

Belangrijke personen
Koning Willem II
- Wilde eerst zijn macht niet afstaan (net zoals zijn vader)
- Liet Thorbecke nieuwe grondwet schrijven omdat hij bang was om afgezet te worden.

Rudolf Thorbecke
- Liberaal
- Vernieuwer grondwet 1848

Slide 5 - Tekstslide

Hoe was de situatie voor 1848? Beschrijf deze situatie in het kort

Slide 6 - Open vraag

Situatie voor de grondwetswijziging
  • Nederland was vóór 1848 een constitutionele monarchie: maar de koning had een grote rol en dus nog veel macht. 
  • Rond 1825 ontstonden er politieke stromingen die dit wilden veranderen (liberalisme). 
  • Liberalen stonden voor vrijheid: bijvoorbeeld van godsdienst en meningsuiting. -> zij vonden dat burgers moesten kunnen meepraten en meebeslissen. Ook vonden zij dat het parlement de regering moest controleren. 
Een land met een koning en een grondwet. (constitutie = grondwet)

Slide 7 - Tekstslide

Koning Willem II
  • Zijn vader Willem I wilde niets van zijn macht afstaan. 
  • In eerste instantie wilde Willem II dat ook niet toen hij zijn vader opvolgde in 1840. 
  • In Frankrijk brak een revolutie uit en de koning daar werd afgezet. Willem II was bang dat dit ook zou gebeuren in Nederland
plotselinge grondige en gewelddadige verandering

Slide 8 - Tekstslide

Koning Willem II
  • Omdat Willem II bang was om zijn macht kwijt te raken en misschien zelfs wel afgezet zou worden, vroeg hij in 1848 aan Thorbecke om de grondwet te wijzigen.  

Slide 9 - Tekstslide

Thorbecke en de grondwetswijziging
  • Thorbecke was leider van de liberalen. 
  • Door de grondwetswijziging van 1848 werd Nederland een parlementaire democratie. 
  • De koning kreeg minder macht. 
  • Koning werd onschendbaar en de ministers waren verantwoordelijk.
Democratie waarin burgers via gekozen volksvertegenwoordigers invloed hebben op het bestuur
De koning kan niet ter verantwoording worden geroepen door het parlement. (volksvertegenwoordig)

Slide 10 - Tekstslide

Onschendbaarheid van de koning
In de grondwet staat: 'de koning is onschendbaar, ministers zijn verantwoordelijk'. Wat betekent dat? 

  • Onschendbaarheid: de koning kan niet ter verantwoording worden geroepen door het parlement.
  • Ministeriële verantwoordelijkheid: ministers moeten zich verantwoorden in het parlement, ze hebben de steun nodig van de Eerste en Tweede Kamer.
  • In de praktijk heeft de koning dus  minder macht. 

Slide 11 - Tekstslide

Kreeg de koning na de grondwetswijziging van 1848 in de praktijk meer of minder macht?
A
Meer
B
Minder

Slide 12 - Quizvraag

Welk begrip past bij deze beschrijving:

Democratie waarin burgers via gekozen volksvertegenwoordigers invloed hebben op het bestuur
A
Politieke democratie
B
Constitutionele democratie
C
Parlementaire democratie
D
Sociale democratie

Slide 13 - Quizvraag

Waarom had koning Willem II moeite met de grondwetswijziging?
A
Politieke macht bleef gelijk
B
Politieke macht werd groter
C
Politieke macht werd kleiner

Slide 14 - Quizvraag

Rechtstreekse verkiezingen
Rechtstreekse verkiezingen om de volksvertegenwoordigers in het parlement te kiezen:

  • Verkiezingen voor de Tweede Kamer
  • Gemeenteraadsverkiezingen
  • Provinciale staten (kiezen ook de Eerste Kamer)


Slide 15 - Tekstslide

Begrippen
  • Eerste Kamer: door de Provinciale Staten gekozen Nederlandse volksvertegenwoordiging
  • Tweede Kamer: direct gekozen Nederlandse volksvertegenwoordiging
  • De Eerste en Tweede Kamer worden samen het parlement of de Staten-Generaal genoemd.
  • Provinciale Staten: bestuur van een provincie.



Slide 16 - Tekstslide

Parlement
Bij de grondwetswijziging van 1848 kreeg het parlement meer macht.

Parlement bestaat uit:
  • Eerste Kamer 
  • Tweede Kamer

De Tweede Kamer wordt via rechtstreekse verkiezingen gekozen door de burgers. De Eerste Kamer wordt gekozen door de Provinciale Staten

Slide 17 - Tekstslide

Taken Tweede Kamer
Controlerende en wetgevende bevoegdheden. 
Rechten Tweede Kamer voor controlerende taak:
  • Recht van enquete (onderzoek doen)
  • Recht van interpellatie (in discussie gaan)  

De Tweede Kamer mocht ook nog wetsvoorstellen wijzingen en wetsvoorstellen indienen:
  • Recht van amendement (wetsvoorstellen wijzigen)
  • Recht van initiatief (indienen van wetsvoorstellen)

Slide 18 - Tekstslide

Censuskiesrecht
Tegenwoordig mag iedereen van 18 jaar en ouder stemmen. 

Na de grondwetswijziging van 1848 was het nog niet zo dat iedereen mocht stemmen. Er was sprake van censuskiesrecht. Alleen rijke mensen mochten stemmen. 

Wat is censuskiesrecht?
Kiesrecht dat afhankelijk was van het betaalde bedrag aan belastingen. 


Bekijk de video over Censuskiesrecht

Slide 19 - Tekstslide

Welke punten uit de grondwet gelden nu nog steeds?
De belangrijkste punten uit de grondwet van 1848 gelden nu  nog steeds:

  • De koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.
  • De Tweede Kamer wordt rechtstreeks gekozen, de Eerste Kamer door de Provinciale Staten.
  • Het parlement heeft controlerende en wetgevende bevoegdheden.
  • De klassieke grondrechten staan in de grondwet.

Slide 20 - Tekstslide

Scheiding kerk en staat
Kerk en staat werden gescheiden

De scheiding van kerk en staat hield in dat de overheid zich niet met kerken mag bemoeien en dat zij geen enkel geloof mogen bevoordelen. 

Slide 21 - Tekstslide

Rechtsstaat
Nederland is een rechtsstaat:

  • Een land waarin de rechten en plichten van burgers én van de overheid in de grondwet zijn vastgelegd en ook worden nageleefd. 

Slide 22 - Tekstslide

Trias Politica
De scheiding van de politieke macht:

  • Wetgevende macht
  • Uitvoerende macht
  • Rechterlijke macht


Bekijk de video over Trias Politica
Wetgevende macht: het parlement (de volksvertegenwoordiging).
Uitvoerende macht: de regering (de ministers en de koning).
Rechterlijke macht: de rechters en officieren van justitie.

Slide 23 - Tekstslide

Klassieke grondrechten

  • Vrijheid van godsdienst: 
  • vrijheid van meningsuiting: recht om gevoelens en gedachten te uiten
  • vrijheid van vereniging en vergadering: het recht om zich te verenigen in vakbonden, politieke partijen en andere organisaties

Sociale grondrechten

recht op bestaanszekerheid: de overheid zorgt voor sociale zekerheid (uitkeringen)
recht op bewoonbaarheid: de overheid zorgt dat het land schoon en veilig is
recht op rechtsbijstand: recht op een advocaat, ook als je die niet zelf kunt betalen

Slide 24 - Tekstslide

Welke klassieke grondrechten ken je?

Slide 25 - Open vraag

Noem een sociale grondwet

Slide 26 - Open vraag

Ik kan uitleggen wat de grondwetswijziging van 1848 inhield.
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Ik kan uitleggen wat de gevolgen waren van de grondwetswijziging.
😒🙁😐🙂😃

Slide 28 - Poll

Ik kan uitleggen wat ministeriële verantwoordelijkheden zijn.
😒🙁😐🙂😃

Slide 29 - Poll

Ik kan vertellen welke klassieke grondrechten in de grondwet van 1848 staan.
😒🙁😐🙂😃

Slide 30 - Poll

Ik kan uitleggen welke bevoegdheden de Eerste en Tweede Kamer hebben.
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll

Welk onderwerp van vandaag vind je nog lastig?

Slide 32 - Open vraag

Einde 

Slide 33 - Tekstslide