Les 1 Psychotische stoornissen

Periode 4 verdiepen op de doelgroepen
Les 1 Psychotische stoornissen








wat gebeurd er hier denk je?
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
DoelgroepenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

Onderdelen in deze les

Periode 4 verdiepen op de doelgroepen
Les 1 Psychotische stoornissen








wat gebeurd er hier denk je?

Slide 1 - Tekstslide

Keisnijden zal iets met Drenthe met al zijn keien te maken hebben, zul je denken.
Maar nee, oorspronkelijk had het woord ‘kei’ een andere betekenis. Als men zei dat iemand een kei in het hoofd had, dan was dat een dom of dwaas persoon.
Het begrip ‘kei’ stond voor dwaasheid zonder aan een kei, steen te denken. Maar in de middeleeuwen werd het begrip kei verbonden aan een steen. Hoe kwam men aan een steen in het hoofd? Tijdens de slaap kon één of ander diertje zo maar via je oren of neus naar binnen lopen en zich in het hoofd nestelen. Na verloop van tijd zouden de diertjes verstenen en de persoon tot dwaasheid brengen. Maar gelukkig, er was raad, een chirurgijn kon de dwaze persoon genezen door de steen uit het hoofd te snijden, het zogenaamde keisnijden. Dit gebeurde vooral in het openbaar, een beetje reclame voor de heelmeester, op de kermis of markt. Dat de heelmeester ook de handigheid van een goochelaar bezat blijkt uit het feit dat de dwaze patiënt inderdaad met een scherp voorwerp in het hoofd werd gekerfd maar door een ‘handige’ handeling kwam er inderdaad een kei tevoorschijn. Vol trots werd de kei op een rijtje gelegd om aan te tonen dat de heelmeester zijn kunst verstond en er weer een dwaze minder op de wereld was. Inderdaad was het laatste soms het geval daar de operatie zodanig was dat de patiënt aan de ingreep bezweek.
Wat gaan we doen
Recap periode 3
schizofrenie
psychoses
Hallucinaties en wanen
ervaringsoefening
uitleg begeleiding + behandeling
opdracht boom

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Recap
We hebben de afgelopen periode veel gedaan:
We hebben het gehad over de diagnoses die beschreven staan in de DSM
We hebben verdiept op de volgende doelgroepen:

LVB, Neurologische aandoeningen, zintuigelijke aandoeningen,
angst stoornissen, fobieen, OCS, Hoarding, Stress en trauma gerelateerde stoornissen, Stemmingsstoornissen, Persoonlijkheidstoornissen.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Hoe hoog is de IQ-score van een cliënt met een licht verstandelijke beperking?
A
De IQ score ligt tussen de 80 en de 90.
B
De IQ score ligt tussen de 90 en 100.
C
De IQ score ligt tussen de 50 en 80.
D
De IQ score ligt tussen de 75 en 80.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Mw. Popkens heeft een beroerte gehad en kan na een ziekenhuisopname niet meer thuis wonen omdat zij intensieve (medische) zorg nodig heeft. Waar kan zij terecht?
A
Maatschappelijke opvang
B
Thuiszorg en huishoudelijke zorg
C
GGZ
D
Verpleeg en verzorgingstehuis

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke zaken zijn 'triggers', die de kans op een epileptische aanval vergroten?
A
overmatig alcoholgebruik en bepaalde vormen van drugs
B
slaaptekort spanningen/emoties/stress
C
voor en tijdens de menstruatie en lichtflitsen
D
koorts niet innemen van medicatie

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat FAST voor?
A
File Auto Stay Tuned
B
Face Arm Speech Time
C
Face Auto Speed Time
D
Film Arm Speech Test

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stelling: Bij een paniekstoornis heeft de client last van continue paniek de hele dag
A
Correct
B
Niet correct

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke behandeling heeft de voorkeur bij zorgvragers met een ernstige depressie?
A
Psychotherapie
B
Medicatie en een psychotherapeut
C
elektroconvulsieve therapie
D
licht therapie

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat de afkorting PTSS voor
A
PaniekTraumatische StressStoornis
B
PaniekTraumatische SuperStoornis
C
PostTraumatische StressStoornis
D
PostTraumatische SuperStoornis

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stelling: Het gevoel dat iedereen veel kritiek heeft op jouw past bij een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis
A
Correct
B
Niet correct

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

geen inlevingsvermogen hebben past het meest bij mensen met een
A
vermijdende persoonlijkheidstoornis
B
borderline persoonlijkheidstoornis
C
anti sociale persoonlijkheidstoornis
D
schizoide persoonlijkheidstoornis

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je boek Mensen
Check uit je boek Mensen
06 Aandoeningen diagnosticeren en classificeren
08 Neurologische en zintuiglijke aandoeningen
14.2 Stemmingsstoornissen
14. Schizofrenie en verslavingsstoornissen
15 Angststoornissen en PTSS
16.1 stoornissen in de persoonlijkheid

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

planning ziektebeelden
psychotische stoornissen
Autisme spectrum stoornissen
verslavingsstoornissen
Dak- en thuislozen mensen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

vakken + eindopdracht
 Begeleiden van de cliënt bij zelfredzaamheid op verschillende leefgebieden
+ verdiepen op de doelgroepen
zijn samen 1 grote eind opdracht  
hiervoor kies je 1 doelgroep en een leefgebied om je eindopdracht voor te maken.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel van de les
  • Je herkent het ziektebeeld schizofrenie  en symptomen van een psychose.
  • Het verschil weten tussen een hallucinatie en een waanbeeld
  • Je benoemt de symptomen, gevolgen en behandeling van schizofrenie
  • je weet hoe je iemand moet begeleiden tijdens een psychose


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een psychose?

Slide 17 - Open vraag

Wat is een psychose?
  1. Een psychose is een toestand waarbij je contact met de werkelijkheid ernstig verstoord is
  2. Een psychose komt vaak eenmalig voor, of kan optreden bij andere ziektebeelden zoals een manisch-depressieve (bi-polaire) stoornis of ernstige depressies.

Een psychose
Wat is een Psychose?

  • Een psychose is een toestand waarbij je contact met de werkelijkheid ernstig verstoord is

  • Een psychose komt vaak eenmalig voor, of kan optreden bij andere ziektebeelden zoals een manisch-depressieve (bi-polaire) stoornis of ernstige depressies.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is schizofrenie?

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Schizofrenie

  • Het lijkt of denken, doen en voelen geen verband met elkaar hebben.
  • De patiënt ”doet raar’’, is chaotisch en denkt ’’vreemde’’ dingen. 
  • Veelvoorkomende symptomen van schizofrenie zijn wanen, hallucinaties en denkstoornissen, verstoring van aandacht, gebrek aan emoties, en geheugenstoornissen.
  • Wanneer twee of meer van deze verschijnselen in een bepaalde periode samenkomen, spreken we van een psychose.
  • Daarnaast komt ook depressie veel voor en is het risico op zelfdoding zo’n 10%. 

Vaak wordt bij schizofrenie ten onrechte gesproken van een ‘gespleten persoonlijkheid’.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schizofrenie
  • Komt voor bij 1 op de honderd mensen ( meer man dan vrouw) tussen de 18 en 35 jaar. Vaak door gebruik van veel en frequent Cannabis gebruik. ( bron: Ypsilon)
 Ongeveer 15% van de patiënten kan na een enkele psychose weer een relatief normaal leven oppakken, 60% blijft regelmatig last houden van psychoses, en 25% herstelt niet en zal niet meer zelfstandige kunnen leven.



Slide 22 - Tekstslide

  • Een psychose en schizofrenie lijken veel op elkaar. 
Het belangrijkste verschil is dat schizofrenie langer duurt dan een psychose. Je kunt een keer een psychose krijgen en daarna nooit meer. Iemand die schizofrenie heeft, heeft eigenlijk een hele lange psychose of meerdere psychoses achter elkaar

Symptomen schizofrenie 
 Wanen

 Hallucinaties

 Verward denken

 Verminderd functioneren

Slide 23 - Tekstslide

Waan= Persoonlijke overtuiging die niet matchen met de werkelijkheid. De client houdt vast aan zijn denkbeelden ( grootheidswaan/achtervolgingswaan)

Hallucinaties= Iemand neemt iets waar wat er niet is ( beelden, geur, geluiden, proeven) meetvoorkomende is stemmen.

Verward denken= Denken gaat te traag/snel/chaotisch slechte concentratie, geen goede realiteitsbeleving, activiteiten verlopen chaotisch.
Schizofrenie spectrum
Binnen het schizofreniespectrum kun je een aantal verschillende stoornissen onderscheiden, die oplopen in ernst. De waanstoornis veroorzaakt de minst ernstige beperkingen. De cliënt heeft hier alleen last van wanen. Bij het ontbreken van wanen functioneert hij vaak normaal.

de kortdurende psychotische stoornis. Daarbij komen alle symptomen voor, met uitzondering van de negatieve symptomen. De psychotische toestand duurt een dag tot hooguit een maand. Daarna functioneren cliënten weer als vanouds.  de schizofreniforme stoornis, waarbij alle beschreven symptomen voorkomen een half jaar lang. Bij schizofrenie wordt het dagelijks. functioneren het sterkst beïnvloed. Ook is de kans op zelfmoord hierbij het grootst.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Testje doen
We gaan het spel: ik ga op reis en ik neem mee spelen. Hierbij moet je onthouden wat je klasgenoten voor jou hebben opgenoemd. ( fiets, zonnebrand, handdoek etc...)
En dat terwijl we veel ruis horen via onze oordopjes..
Klik op de video en speel de video op normaal/luid volume af.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen schizofrenie 
Bij schizofrenie wordt onderscheid gemaakt tussen positieve en negatieve symptomen
 

Wanen, hallucinaties en verward denken (horen ook bij een psychose) worden de positieve symptomen van schizofrenie genoemd: ze zijn duidelijk aanwezig


Het verminderd functioneren worden de negatieve symptomen van schizofrenie genoemd: bepaalde vaardigheden of eigenschappen zijn afwezig.  Meer lichamelijk.
katatonie


Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaak?
Veranderingen die in de hersenen ontstaan bij schizofrenie hebben voor 80% een erfelijke aanleg als oorzaak. De veranderingen kunnen daarnaast ook nog versterkt worden door omgevingsfactoren. Een grote stad wonen, gediscrimineerd worden, gepest worden, cannabis gebruiken of een etnische minderheid zijn: allemaal vormen ze een risico.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Keuze test ( Hoeft niet)
Stemmen zijn vaak negatief, oordelend en geven soms opdrachten. dit kan heel eng zijn en doodvermoeiend.
Je mag kiezen, wil je dat voor 1 min ervaren of liever niet?

Slide 29 - Tekstslide

Zo ja, klik op de video en spoel door naar 0:57.
Zo nee, doe even in stilte iets voor jezelf.
Leroy durft zijn kamer niet meer op te gaan. Hij verteld dat er demonen ronddwalen die in hem willen kruipen en hem willen bezitten. Hij vertelt dat ze boos naar hem kijken, om hem heen dansen en wachten op een geschikt moment om toe te slaan.
A
Leroy heeft last van wanen
B
Leroy heeft last van hallucinaties
C
Leroy heeft teveel televisie gekeken
D
Leroy heeft last van mutisme.

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Joep denkt achtervolgd te worden door de CIA. Hij sluit zich op in zijn huis en heeft alle elektrische apparaten het huis uitgedaan omdat de CIA d.m.v. straling ook zijn gedachten kan lezen.
A
Joep heeft last van wanen
B
Joep heeft last van hallucinaties
C
Joep heeft apathie
D
Joep heeft last van katatonie

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Type schizofrenie
  • Paranoïde type
  •  Katatone type
  •  Gedesorganiseerde type
  •  Ongedifferentieerde type
  •  Resttype





Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je bent een potje aan het schaken met Adriaan, een man van 57 jaar. Hij was ooit nationaal kampioen bij de junioren in het schaken. Na tien minuten schudt hij zijn hoofd en wil weg. Na tien minuten is hij nog niet terug. Als je hem zoekt, ligt hij op bed met zijn ogen dicht. Hij is moe, zegt hij.
A
Adriaan heeft last van negatieve symptomen
B
Adriaan heeft last van positieve symptomen

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Roy heeft zijn televisie kapot gegooid. ‘Ik moest dit wel doen, anders vinden de aliens mij’, aldus Roy. Hij geeft aan dat ze hem via zijn televisie op kunnen sporen en hij wil niet dat ze hem vinden. Uit voorzorg was dit de beste optie volgens Roy.

A
Roy heeft een waan
B
Roy heeft een hallucinatie

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling
In de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)

  • Medicijnen, de zogenaamde antipsychotica
                Nadeel zijn de bijwerkingen
  • Voorlichting, psycho educatie

Slide 36 - Tekstslide

Medicijnen
Bieden geen genezing
Door de bijwerkingen niet goed vol te houden
Schizofrenie verloopt in fasen
Begin: acute psychotische toestand.
  • Patiënt krijgt waan-denkbeelden en hij hallucineert
  • Deze noemt men akoestische wanen.

(Zij vormen een speciaal gevaar door hun bevelende (imperatieve) vorm, omdat ze de patiënt kunnen aanzetten tot suïcide of zelfs doodslag)




Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten in de begeleiding
  • Belangrijk om te realiseren: Cliënt heeft weinig/ geen ziektebesef dus weinig/ geen acceptatie.

Doen in de begeleiding: 
  • Stimuleer de cliënt medicatie in te nemen
  • Vraag naar gedachten en gevoelens (tweezijdig effect)
  • Benadruk de realiteit en wees duidelijk
  • Wees duidelijk en gebruik geen dubbelzinnige woordspelingen
  • Help de cliënt de dagelijkse structuur op te pakken/ aan te houden






Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Opdrachten in het boek Mensen
Mensen - 14 Schizofrenie, stemmingsstoornissen en verslaving
Opdracht 3. Symptomen
Mensen - 14 Schizofrenie, stemmingsstoornissen en verslaving
Opdracht 8. Achtervolgd

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

To Do
Bekijk de stappen van de eindopdracht die in je portfolio komt.
Begin bij stap 1 en werk aan je eind opdracht.

Ik loop rond zodat wanneer ik bij je tafel ben, je een vraag kan stellen.

Succes!

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Volgende week
Gastles NAH

Wees op tijd en bereid vast 2 vragen voor die je kunt stellen aan de de begeleider of Paul.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies