Les 3 26/27

Les 3 2026/2027
Wat gaan we vandaag doen?
- Hoe was je huiswerk?;
- Heb  niets van je  ontvangen voor deze week: geef je het vrijdag?;
- werkwoordspelling;
- lezen;
- schrijven;.
- bij tijd over: spelling


1 / 83
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlands

In deze les zitten 83 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 3 2026/2027
Wat gaan we vandaag doen?
- Hoe was je huiswerk?;
- Heb  niets van je  ontvangen voor deze week: geef je het vrijdag?;
- werkwoordspelling;
- lezen;
- schrijven;.
- bij tijd over: spelling


Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk

- Hoe vond je het huiswerk: moeilijk, makkelijk, te doen?


Slide 2 - Tekstslide

Werkwoordspelling

Bekende afbeelding -> pak 'm erbij

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Foutjes in huiswerk
Zin 8: Soms gebeuren er vreemde dingen in dit huis.
Zin 9: Kleed jij je snel aan voor het feest?
Zin 15: meester
Zin 20: Het kost moeite om mijn pen te vinden

Slide 5 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord? -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm" -> ik loop
Stap 4: om wie gaat het? -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u) stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord

Slide 6 - Tekstslide

Even oefenen

Maak de volgende oefeningen

Slide 7 - Tekstslide

...(worden) jij volgend jaar de nieuwe directeur?.

Slide 8 - Open vraag

Jij (rijden) veel te hard.

Slide 9 - Open vraag

Wat ...(vinden) je broer eigenlijk van dit ingewikkelde voorstel?'.

Slide 10 - Open vraag

De aannemer ... (verbreden) het trottoir om de verkeersveiligheid te verbeteren.

Slide 11 - Open vraag

Wat ... (gebeuren) er eigenlijk als je op deze knop drukt?

Slide 12 - Open vraag

Jij (kleden) je altijd zo kleurrijk.

Slide 13 - Open vraag

Welke van de onderstaande zinnen is in de tegenwoordige tijd volledig correct gespeld?
A
Wat vind jij van de plannen die de gemeente nu voorstelt?
B
Wat vindt jij van de plannen die de gemeente nu voorsteld?
C
Wat vindt jij van de plannen die de gemeente nu voorstelt?
D
Wat vind jij van de plannen die de gemeente nu voorsteldt?

Slide 14 - Quizvraag

Tegenwoordige tijd

UITZONDERING:

Als er 'je' of 'jij' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen

Slide 15 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Bijvoorbeeld

Slaap je altijd met de gordijnen open?

Neem je meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Word je ook zo moe van de hitte?

Slide 16 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Maar ALLEEN als het om jou gaat:

Slaapt je moeder altijd met de gordijnen open?

Neemt je zus meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Wordt je broer ook zo moe van de hitte?

Slide 17 - Tekstslide

(kneden) je oma het brooddeeg altijd met de hand?

Slide 18 - Open vraag

(melden) je zus zich altijd zo laat?

Slide 19 - Open vraag

(beantwoorden) jij die dringende
e-mail nog even?

Slide 20 - Open vraag

Van B1 naar B2: Leesstrategie (geldt ook voor luisteren) 
Kijk eerst naar de 5 BELANGRIJKE vragen (vraag je dit ALTIJD af):

- Waar gaat deze tekst over?
- Wat is de belangrijkste boodschap?
- Waarom heeft de schrijver deze tekst geschreven?
- Welke argumenten/voorbeelden gebruikt de schrijver?
- Wat moet ik afleiden?

Slide 21 - Tekstslide

Moeilijke woorden

Schrijf ook de woorden die je niet begrijpt op!

Slide 22 - Tekstslide

Leestekst
Waarom verveling misschien helemaal niet zo slecht is
Voor veel jongeren is verveling iets wat zo snel mogelijk moet worden opgelost. Zodra er even niets te doen is, wordt de telefoon erbij gepakt. Een paar berichten bekijken, een filmpje op sociale media openen of even door foto's scrollen: binnen enkele seconden is het lege moment verdwenen. Toch zijn er steeds meer mensen die zich afvragen of we onszelf daarmee niet juist een belangrijke ervaring ontzeggen. Volgens sommige deskundigen kan verveling namelijk ook nuttig zijn.

Slide 23 - Tekstslide

Leestekst
Wanneer mensen zich vervelen, zijn ze niet voortdurend bezig met prikkels van buitenaf. Daardoor krijgen hun gedachten meer ruimte. Iemand die bijvoorbeeld op de bus wacht zonder naar een scherm te kijken, kan ineens beginnen na te denken over een probleem waar hij eerder niet uitkwam. Ook kunnen er onverwachte ideeën ontstaan. Dat betekent niet dat verveling automatisch leidt tot creativiteit, maar een periode waarin je even niets hoeft te doen, kan daar wel ruimte voor bieden.

Slide 24 - Tekstslide

Leestekst
Daarnaast kan verveling ervoor zorgen dat mensen beter ontdekken waar ze werkelijk behoefte aan hebben. Wie zich voortdurend bezighoudt met filmpjes, games of sociale media, hoeft zich immers niet af te vragen waarom hij zich verveelt. De verveling wordt meteen onderdrukt. Wanneer iemand daarentegen zijn telefoon weglegt en niets anders gaat doen, kan het ongemakkelijke gevoel langer blijven bestaan. Juist daardoor kan de vraag ontstaan: Waar heb ik eigenlijk zin in? Misschien wil iemand naar buiten, muziek maken, sporten of met een vriend afspreken.

Slide 25 - Tekstslide

Leestekst
Toch is het te simpel om te zeggen dat jongeren hun telefoon maar helemaal moeten wegleggen. Smartphones hebben immers ook voordelen. Ze maken het gemakkelijk om contact te onderhouden, informatie op te zoeken en jezelf te vermaken wanneer je ergens moet wachten. Bovendien is het niet realistisch om te verwachten dat jongeren iedere vorm van verveling bewust zullen opzoeken. Het probleem zit volgens deskundigen dan ook niet zozeer in het gebruik van een smartphone, maar in het feit dat we soms geen moment meer zonder prikkels lijken te kunnen.

Slide 26 - Tekstslide

Leestekst
Daarmee verandert de vraag eigenlijk van “Hoe voorkom ik dat ik me verveel?” in “Kan ik het verdragen om me soms te vervelen?” Dat verschil is belangrijk. Verveling hoeft namelijk niet prettig te zijn om toch waardevol te kunnen zijn. Net zoals rust soms ongemakkelijk kan voelen, kan een leeg moment uiteindelijk ruimte geven aan gedachten waarvoor we normaal gesproken geen tijd maken.

Slide 27 - Tekstslide

Leestekst
Misschien hoeven jongeren dus niet minder te doen, maar vooral niet altijd iets te hoeven doen. Een paar minuten wachten zonder telefoon lijkt op het eerste gezicht misschien verloren tijd. Maar juist die verloren tijd kan ervoor zorgen dat er ruimte ontstaat voor iets wat je niet had gepland.

Slide 28 - Tekstslide

Begrijp je de tekst?


Wat is het belangrijkste onderwerp?



Slide 29 - Tekstslide

kernboodschap?


Wat is de kernboodschap van deze tekst?

Slide 30 - Tekstslide

Kernboodschappen

Verveling kan soms nuttig zijn, omdat het ruimte geeft aan gedachten en nieuwe ideeën.

Slide 31 - Tekstslide

Noem twee voordelen van verveling.

Slide 32 - Open vraag

Wat betekent “De verveling wordt meteen onderdrukt”?

Slide 33 - Open vraag

Waarom kan iemand die zijn telefoon weglegt beter ontdekken waar hij behoefte aan heeft?

Slide 34 - Open vraag

Waarnaar verwijst “het probleem”?

Slide 35 - Open vraag

Wat betekent “prikkels” in deze tekst?

Slide 36 - Open vraag

Waarom heeft de schrijver deze tekst vooral geschreven?

Slide 37 - Open vraag

Waarom vindt de schrijver het te simpel om te zeggen dat jongeren hun telefoon helemaal moeten wegleggen?
Noem twee redenen.

Slide 38 - Open vraag


Welke uitspraak past het beste bij de mening van de schrijver?

Slide 39 - Open vraag

Welke tegenstelling maakt de schrijver in de laatste alinea?
A
Jongeren hebben te weinig vrije tijd, terwijl volwassenen juist te veel vrije tijd hebben.
B
Verveling kan op het eerste gezicht tijdverlies lijken, maar kan tegelijkertijd waardevol zijn.
C
Smartphones zijn handig voor jongeren, maar verveling is beter voor hun gezondheid.
D
Jongeren willen zich vervelen, maar weten niet hoe ze dat moeten doen.

Slide 40 - Quizvraag

Geef een persoonlijke reactie op de tekst, ben je het b.v. met de schrijver eens?

Slide 41 - Open vraag

Wat kun je uit de tekst afleiden over de houding van de schrijver tegenover smartphones?
A
De schrijver vindt dat smartphones vooral negatieve gevolgen hebben.
B
De schrijver vindt dat jongeren hun smartphone zo weinig mogelijk moeten gebruiken.
C
De schrijver ziet zowel voordelen als nadelen en pleit vooral voor bewuster gebruik.
D
De schrijver vindt dat jongeren zelf niet kunnen bepalen hoeveel tijd ze online doorbrengen.

Slide 42 - Quizvraag

Eens
Ik ben het er wel mee eens dat verveling soms nuttig kan zijn. Als je je telefoon niet meteen pakt wanneer je je verveelt, krijg je meer tijd om na te denken. Bovendien kun je daardoor misschien op ideeën komen die je anders niet zou krijgen. Aan de andere kant vind ik het niet nodig om bewust vaak niets te doen. Een telefoon kan ook handig zijn om contact te hebben met vrienden of iets nieuws te leren. Volgens mij gaat het er daarom vooral om dat je een goede balans vindt.

Slide 43 - Tekstslide

Moeilijke woorden

Beantwoord de volende vragen:

Slide 44 - Tekstslide

Wat betekent het woord 'prikkel'

Slide 45 - Open vraag

Wat betekent het woord onderdrukken?

Slide 46 - Open vraag

Wat betekent het woord ongemakkelijk?

Slide 47 - Open vraag

Wat betekent het woord waardevol?

Slide 48 - Open vraag

De vormen van schrijvenopdrachten
Tijdens een CNaVT B2 examen kunnen er voor wat betreft een schrijfopdracht allerlei vormen worden gevraagd. 
Je moet dan wel weten wat er verwacht wordt>

Slide 49 - Tekstslide

Betogende en opiniërende teksten
- Betoog (Essay / Argumentative text) 
- Ingezonden brief / Artikel 
- Recensie 
- Samenvating

Slide 50 - Tekstslide

Zakelijke en professionele communicatie
- formele brief of e-mail (Formal letter / Email): 
       Zo'n brief kan verschillende doelen hebben:
               -Klachtenbrief: 
              - Informatiebrief: 
              - Sollicitatiebrief: 
- Memo: 
- Zakelijk verslag / Rapport (Report)

Slide 51 - Tekstslide

Informerende en informele teksten
- Informele brief of e-mail 
- Blogpost 

Slide 52 - Tekstslide

Betoog en ingezonden brief
Betoog: Je geeft je mening over een actueel onderwerp, onderbouwt dit met argumenten en weerlegt mogelijke tegenargumenten 

Ingezonden brief: Een opinieartikel voor een krant, tijdschrift of website waarin je reageert op een actuele gebeurtenis of stelling. 

Slide 53 - Tekstslide

Recensie of samenvatting
Recensie: Een kritische beoordeling van een boek, film, restaurant, product of evenement, inclusief een duidelijke aanbeveling of afraden 

Samenvatting:
• Informatie uit een artikel selecteren en in eigen woorden weergeven 
• Hoofd- en bijzaken onderscheiden
Heel typisch in CNaVT 

Slide 54 - Tekstslide

Formele brief of e-mail
Formele brief of e-mail: Een officiële brief aan een instantie, bedrijf of de gemeente. 

Dit kan verschillende doelen hebben:

- Klachtenbrief: Een probleem aankaarten en een oplossing eisen.
- Informatiebrief: Vragen om specifieke details over een dienst of product.
- Sollicitatiebrief: Jezelf presenteren voor een baan of stage.

Slide 55 - Tekstslide

Memo, zakelijk verslag of rapport
Memo: Een korte, interne zakelijke mededeling voor collega's of het management om hen te informeren over een besluit, wijziging of herinnering.

Zakelijk verslag / Rapport: Een feitelijke beschrijving van een situatie, project of evenement op de werkvloer of opleiding, vaak inclusief conclusies of aanbevelingen [1.1].

Slide 56 - Tekstslide

Informale brief/e-mail en bologpost
Informele brief of e-mail: Een bericht aan een vriend, kennis of naaste collega om updates te delen, advies te vragen of een uitnodiging te sturen.

Blogpost: Een online tekst waarin je informatie deelt over een specifieke hobby, ervaring of expertise, geschreven in een toegankelijke maar correcte stijl.

Slide 57 - Tekstslide

Samenvatting
Samenvatting
• Informatie uit een artikel selecteren en in eigen woorden weergeven 
• Hoofd- en bijzaken onderscheiden
Heel typisch in CNaVT 

Slide 58 - Tekstslide

Huiswerk

Je huiswerk gaat over het schrijven van een betoog.

Slide 59 - Tekstslide

Betoog
Een betoog bestaat altijd uit drie hoofdonderdelen:

1. De Inleiding (Introductie);
2. De Kern (Middenstuk);
3. Het Slot (Conclusie)


Slide 60 - Tekstslide

Inleiding/introductie
De inleiding trekt de aandacht en zet de toon. 

Dit moet erin:
- De aanleiding (of 'hook'): Een actuele gebeurtenis, een opvallend cijfer of een korte anekdote om de lezer te interesseren.
- De stelling (thesishandeling): Jouw hoofdmening, heel duidelijk geformuleerd (bijv. "Het is noodzakelijk dat er een algeheel smartphoneverbod komt op scholen")

Slide 61 - Tekstslide

Kern/middenstuk
Hier overtuig je de lezer. 
Gebruik één alinea per argument volgens de vaste structuur van de argumentatieketen:
Voorargumenten (minstens 2): Benoem je argument, leg uit waarom dit zo is en geef een concreet voorbeeld of feit om het te bewijzen.
- Tegenargument + Weerlegging (cruciaal voor B2): Je benoemt wat de tegenpartij vindt (het tegenargument), maar legt direct daarna uit waarom dat argument minder belangrijk of onjuist is (de weerlegging). Dit maakt je betoog vele malen sterker.

Slide 62 - Tekstslide

Het slot/conclusie
Het slot is de afronding van je tekst. 
Let op: hier mag je geen nieuwe informatie of nieuwe argumenten meer noemen.

Korte samenvatting: 
- Kort de belangrijkste punten uit je middenstuk herhalen.
- Eindoordeel / Conclusie: Een krachtige herhaling van je stelling, vaak gecombineerd met een oproep tot actie of een blik op de toekomst

Slide 63 - Tekstslide

Foutjes in je werkwoord oef.

Zin 8: Soms gebeuren er  vreemde dingen in dit huis.
Zin 9: Kleed jij je snel aan voor het feest?
Zin 15: meester
Zin 20: Het kost moeite om mijn pen te vinden

Slide 64 - Tekstslide

Spelling
Een van de belangrijkste en meest gemaakte fouten (buiten de werkwoorden) op B2-niveau is het aan elkaar schrijven van woorden (onjuist spatiegebruik) en het gebruik van de tussen-n.

Slide 65 - Tekstslide

Moeilijke woorden

Beantwoord de volende vragen:

Slide 66 - Tekstslide

Schrijven

We gaan nu een korte schrijfopdracht doen

Slide 67 - Tekstslide

Schrijfopdracht
Situatie
Jouw leidinggevende overweegt om binnen het bedrijf een ‘deelpool’ in te voeren: werknemers die af en toe een auto of laptop nodig hebben, krijgen geen vast exemplaar meer, maar moeten deze via een digitaal reserveringssysteem delen met collega’s.
De directie vraagt personeelsleden om in een kort memo hun mening te geven.

Slide 68 - Tekstslide

Schrijfopdracht
De situatie: 
Jouw school overweegt om een algeheel telefoonverbod in te stellen. Leerlingen moeten hun telefoon bij binnenkomst in een kluisje leggen tot de lesdag voorbij is.
Schrijf een betoog voor de schoolkrant waarin jij jouw mening geeft over dit plan.
Lengte: 180 tot 220 woorden.

Doelgroep: De schoolleiding en andere leerlingen.Vorm: 
Betoog met een duidelijke inleiding, kern en slot.

Slide 69 - Tekstslide

Schrijfopdracht


Schrijf een betoog 
Je mag hier 10 to 15 minuten over doen.

Slide 70 - Tekstslide

Spelling: Lange klanken:
Lange klanken trekken we wat langer door bij het uitspreken. 
Je hoort alsof de klank "twee keer zo lang" duurt.
De klanken: aa – ee – ie – oo – uu
Voorbeelden:
baak
mees
kiep
rook
muur

Slide 71 - Tekstslide

Spelling
klap de lettergrepen:
piloot -> pi-loot                 -> piloten -> pi-lo-ten
bomen -> bo-men           -> boom
geven -> ge-ven               -> ik geef
gluten -> glu-ren              -> ik gluur
braden -> bra-den           -> ik braad

Slide 72 - Tekstslide

Spelling: korte klank
Korte klanken spreken we kort en krachtig uit. 
Er staat altijd maar één klinker in de lettergreep.
De klanken: a – e – i – o – u
Voorbeelden:
- bak
- mes
- kip
- rol
- bus

Slide 73 - Tekstslide

Spelling
Luister goed
Verschil tussen man en mannen en maan en manen
verschil tussen bom en bommen en boom en bomen
Verschil tussen bus en bussen en muur en muren
Verschil tussen bes en bessen en been en benen

Slide 74 - Tekstslide

Daar liggen wel 20 ....... in het water, je kunt er zo mee wegvaren

Slide 75 - Open vraag

Wat is de correcte meervoudsvorm van het woord kleed?
A
kleeden
B
kleeds
C
kleden
D
kleeten

Slide 76 - Quizvraag

De timmerman heeft de nieuwe                    in de tuin geplaatst. (poort)

Slide 77 - Open vraag

Welk van de volgende woorden krijgt een lange klinker in de open lettergreep van het meervoud (net zoals gat -> gaten)?
A
tak -> takken
B
dak -> daken
C
man -> mannen
D
les -> lessen

Slide 78 - Quizvraag

In de herfst vallen de          van de bomen. (blad)

Slide 79 - Open vraag

Wat is de juiste meervoudsvorm van het zelfstandig naamwoord 'schip'?
A
schippen
B
schips
C
scheeps
D
schepen

Slide 80 - Quizvraag

Hij ....... (klagen) altijd steen en been.

Slide 81 - Open vraag

Foutenboek
Begin een persoonlijk B2-foutenboek.
Daarin komt steeds: 
fout → verbetering → regel → eigen voorbeeldzin

Slide 82 - Tekstslide

Huiswerk
Nieuwsbegrip:
Tekst en opdrachten bij "Brand je niet aan fabels!";
Geef aan of je dit tekstniveau 'lastig' vindt;
Zoek 5 woorden die je niet begrijpt op in een woordenboek.

Slide 83 - Tekstslide