Sprookjes les 2

Leg je deze materialen op tafel?

iPad

Leesboek


 

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 1,3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Leg je deze materialen op tafel?

iPad

Leesboek


 

Programma vandaag

- Lezen: Leeskwartiertje


- Sprookjes uitleg + quiz


- Sprookjes: Zelf aan de slag



15

minute

00

second

Doelen

  • Schrijven: Je herhaalt wat de herkomst van het sprookje is

  • Je test je kennis over sprookjes

  • Je bedenkt welk sprookje jij wilt gaan herschrijven

  • Je maakt een start door personages te kiezen en in korte stappen de verhaallijn uit te schrijven



Wat is een ander woord voor 'sprookje'?

A

Mythe

B

Sage

C

Volksverhaal

D

Legende

Wat stopte de jager, uit Roodkapje, in de buik van de wolf?

Wat is de kracht van een sprookje?

A

Een sprookje eindigt altijd goed.

B

In een sprookje kun je door slim te zijn overwinnen en dus leer je iets.

C

Een sprookje maakt iedereen blij.

D

In een sprookje kun je door sterk te zijn overwinnen.

Welke schrijver hoort bij welk sprookje?

Hans Christian Andersen

Gebroeders Grimm

Charles Perrault

Jean de la Fountaine





Is Frozen een sprookje?

1

ja

2

nee

Welke kenmerken vind je terug?

Is Frozen een sprookje?

Frozen voldoet niet aan alle kenmerken, maar is wel degelijk een sprookje.


Frozen is losjes gebaseerd op het sprookje De Sneeuwkoningin van de Deense schrijver Hans Christian Andersen.








Ezeltje strek je

Jaap en de bonenstaak

De Bremer stadsmuzikanten

De prinses op de erwt

Repelsteeltje

Hans en Grietje



Alle sprookjes hebben een wijze les (een moraal) 


Roodkapje

In de meeste gevallen gaat het in sprookjes om het verschil tussen goed en kwaad. De moraal in bijvoorbeeld het sprookje Roodkapje is dat je vooral goed moet luisteren naar je ouders en vooral niet iedereen moet vertrouwen. 

Repelsteeltje

Een andere belangrijke moraal is dat je niet mag liegen. Neem bijvoorbeeld het sprookje Repelsteeltje. Daarin liegt de molenaar dat zijn dochter stro in goud kan laten veranderen. Hiervoor wordt zijn dochter gestraft door haar net zo lang in een torenkamertje op te sluiten totdat zij dit gedaan heeft.

De Bremer stadsmuzikanten

Een derde belangrijke moraal komt uit het sprookje De Bremer Stadsmuzikanten. In dit verhaal worden 3 muzikanten overvallen door rovers. Echter door snel op elkaar te gaan staan en te doen alsof ze 1 grote tegenstander waren wisten ze de rovers te verjagen. De moraal van dit sprookje is dan ook: Samen ben je sterk. 

Zij leefden nog lang en gelukkig

De positieve boodschap van vrijwel elk sprookje "zij leefden nog lang en gelukkig" gaf je het idee dat het allemaal goed afliep. Dit moest je ook vertrouwen geven in het werkelijke leven. Er zullen hindernissen op je pad komen maar als je goed je best doet, dan kun je deze overwinnen.

Op hoe veel matrassen moet de prinses op de erwt slapen om te bewijzen dat ze de erwt voelt liggen?

A

10

B

20

C

25

D

50

De gebroeders Grimm....

A

haalden hun inspiratie uit de klassieke mythologie.

B

verzamelden volkssprookjes.

C

schreven zelf al hun sprookjes.

D


Waarom lieten de ouders van Hans en Grietje hun kinderen verdwalen in een bos?

A

Hans en Grietje hadden geen ouders

B

Ze waren niet verdwaald

C

Ze hadden weinig geld

D

Ze waren slecht ter been om zelf te gaan

Wat zou Repelsteeltje krijgen in ruil voor het spinnen van goud?

A

Hij zou het kasteel krijgen

B

Hij mocht met de molenaars dochter trouwen

C

Het eerst geboren kind

D

Hij werd koning

Uit welk sprookje komt deze afbeelding?

Hoe heten de stief zussen van Assepoester?

A

Drizella & Anastasia

B

Anastasia & Tremaine

C

Drizella & Beatricia

D

Anastacia & Beatricia

Welke kleur had de appel die Sneeuwwitje at?

Vandaag ga je de eerste voorbereidingen doen. 

Geef antwoord in hele zinnen.


1. Welk sprookje ga je kiezen en waarom? 

2. Wie zijn de hoofdpersonen (goede en slechte personen).

3. Wat zijn de eigenschappen van de hoofdpersonen?

4. Hoe begint jouw sprookje?

5. Hoe eindigt jouw sprookje?

6. Wat is het moraal/ de wijze les

7. Hoe verloopt het middenstuk, kort omschreven (wie doet wat?)

8. Welke drie moderne dingen ga je in je verhaal gebruiken?

Klaar? Mail mij deze gegevens VOOR de volgende les
j.vannus@onc.unicoz.nl