In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Bouw een aquaduct
Slide 1 - Tekstslide
Om sommige historische vragen te kunnen beantwoorden is kennis van wetenschap en techniek nodig
Slide 2 - Tekstslide
Je zal leren:
hoe belangrijk water voor Rome was.
hoe Romeinen water naar de stad brachten
hoe bogen gebouwd werden
hoe techniek geschiedenis helpt bepalen.
welke kennis toen al werd toegepast.
Slide 3 - Tekstslide
Wat denk je? Hoeveel water verbruikt een gemiddelde Belg gemiddeld per dag?
A
22 liter
B
110 liter
C
1050 liter
D
550 liter
Slide 4 - Quizvraag
Wat denk je? Hoeveel water verbruikte een gemiddelde Romein gemiddeld per dag?
A
22 liter
B
100 liter
C
1050 liter
D
550 liter
Slide 5 - Quizvraag
WATER
Bovenop persoonlijk gebruik was ook water nodig voor fonteinen, badhuizen en soms zelfs om zeeslagen na te doen in de amfitheaters. De totale hoeveelheid water die nodig was in de steden, kwam neer op ongeveer 500 liter per persoon per dag.
Slide 6 - Tekstslide
WATER
In Romeinse steden was drinkbaar water altijd beschikbaar door fonteinen op verschillende plaatsen.
Slide 7 - Tekstslide
Ongeveer 2000 jaar geleden al zorgden AQUADUCTEN ervoor dat Romeinse steden voortdurend vers water ter beschikking hadden voor badhuizen, fonteinen en persoonlijk gebruik.
Slide 8 - Tekstslide
Er moest dus water van veraf gelegen bron naar de stad gebracht worden en daar stromend en drinkbaar aankomen. Waar moesten Romeinse ingenieurs allemaal rekening mee houden, denk je?
Slide 9 - Open vraag
Aquaduct: Waar moet je rekening mee houden?
Om water van een waterbron (bijvoorbeeld een rivier) naar een stad te transporteren, moet
het lichtjes bergaf vloeien.
het water moest door verschillende landschappen: afwisselend bovengronds, gelijk met het aardoppervlak of ondergronds stromen
de hellingsgraad van het aquaduct moest ongeveer gelijk blijven. Zo ontstonden er geen stroomversnellingen of opstoppingen, maar stroomde het water aan een constante snelheid richting stad.
Slide 10 - Tekstslide
Voor een gracht zijn geen ondersteunende bogen of diepe tunnels nodig. De grachten werden overdekt om het stromende water te beschermen tegen winderosie en tegen vijanden.
Welke stelling is juist?
A
Wanneer een heuvel of berg de waterweg blokkeerde, werd er voor deze optie gekozen.
B
80% bestond uit dit onderdeel. Dit was de gemakkelijkste oplossing wanneer het aquaduct gewoon het aardoppervlak volgde.
C
Wanneer een vallei te breed of te diep was om het water er om of over te leiden, maakten de Romeinen gebruik van de deze techniek.
D
Bij kleine hoogteverschillen in het landschap was het handig om deze eenvoudige bouwwerken te gebruiken.
Slide 11 - Quizvraag
Wanneer werd een tunnel gebouwd?
Welke stelling is juist?
A
Bij kleine hoogteverschillen in het landschap was het handig om deze eenvoudige bouwwerken te gebruiken.
B
80% bestond uit dit onderdeel. Dit was de gemakkelijkste oplossing wanneer het aquaduct gewoon het aardoppervlak volgde.
C
Wanneer een vallei te breed of te diep was om het water er om of over te leiden, maakten de Romeinen gebruik van de deze techniek.
D
Wanneer een heuvel of berg de waterweg blokkeerde, werd er voor deze optie gekozen.
Slide 12 - Quizvraag
Slide 13 - Tekstslide
Pont du Gard (Frankrijk) is een Romeins aquaduct dat later is uitgebreid tot brug.
Het woord ‘aquaduct’ is afgeleid van de Latijnse woorden ‘aqua’ (water) en ‘ducere’ (leiden). De Romeinen hebben het aquaduct echter niet zelf uitgevonden.