NUN 1F-2F Luisteren H.1.2 Functie van Beeld, opdrachten

les-informatie
lesdoel   uitleggen / oefenen / toetsen

past bij   Nu Nederlands 1F-2F boek A / B

auteur   MB
datum   jan. 2022

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlands voor anderstaligenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

les-informatie
lesdoel   uitleggen / oefenen / toetsen

past bij   Nu Nederlands 1F-2F boek A / B

auteur   MB
datum   jan. 2022

Slide 1 - Tekstslide

p.115, opdracht 1 kennismaking met functie v. beeld
1 zonder geluid
2 met geluid
3 eigen mening koppelen aan filmpje
4 functie van het beeld benoemen    >>>

Slide 2 - Tekstslide

p.115, opdracht 1, nummer 1
Nadat we het instructie-filmpje zonder geluid hebben bekeken,
kunnen we de volgende vragen beantwoorden:
a. Hoe maak ik kartelrandjes ...

b. Hoe maak ik raviolikussentjes ...

c. Hoeveel ruimte moet ik laten tussen ...

(f.   Wat voor soort vulling ...)

Slide 3 - Tekstslide

p.115, opdracht 1, nummer 1
Nadat we het instructie-filmpje zonder geluid hebben bekeken,
kunnen we de volgende vragen beantwoorden:
a. Hoe maak ik kartelrandjes ...
met een ravioli-uitsteker
b. Hoe maak ik raviolikussentjes ...
door het hele filmpje te volgen
c. Hoeveel ruimte moet ik laten tussen ...
ongeveer 4 cm
(f.   Wat voor soort vulling ...)

Slide 4 - Tekstslide

p.115, opdracht 1, nummer 2
Nadat we het instructiefilmpje met beeld en geluid hebben bekeken, kunnen we de volgende vragen beantwoorden.
a, b, c en
d Waarmee bestrooi ik de ravioli voor het koken?

e. Wat gebruik ik om de vellen deeg aan elkaar te plakken?

f. Wat voor soort vulling moet ik gebruiken?    >>>

Slide 5 - Tekstslide

p.115, opdracht 1, nummer 2
Nadat we het instructiefilmpje met beeld en geluid hebben bekeken, kunnen we de volgende vragen beantwoorden.
a, b, c en
d Waarmee bestrooi ik de ravioli voor het koken?
bloem
e. Wat gebruik ik om de vellen deeg aan elkaar te plakken?
eiwit
f. Wat voor soort vulling moet ik gebruiken? stevig, eigen smaak

Slide 6 - Tekstslide

p.115-116, opdracht 2
1 onderwerp benoemen
2 functie van het beeld
3 anticiperen
4 houding en gevoel
5 functie van beeld
6 functie van beeld
7 gericht luisteren en kijken
8 eigen mening over tekst-beelden   >>>

Slide 7 - Tekstslide

p.115, 2-1
Wat is het onderwerp van dit fragment?
timer
2:00

Slide 8 - Open vraag

p.115, 2-2 Op welke manier maakt de maker duidelijk welke vraag gesteld gaat worden?
timer
1:00
A
Je ziet het alleen.
B
Het wordt alleen gezegd.
C
Je ziet het en het wordt gezegd.

Slide 9 - Quizvraag

p.115, 2-3
Welke vraag wordt beantwoord in dit fragment?
timer
2:00

Slide 10 - Open vraag

p.115, 2-4 Wat blijkt uit de manier waarop de mannelijke presentator in het eerste deel van het filmpje de vragen stelt?
timer
1:00
A
Hij is wat zenuwachtig.
B
Hij is niet echt geïnteresseerd.
C
Hij is nogal verbaasd.

Slide 11 - Quizvraag

p.116, 2-5 Hoe maken de makers duidelijk dat je voor 32 euro heel veel kunt eten? Er kunnen meerdere antwoorden juist zijn.

timer
1:00
A
Ze laten allerlei plaatjes van voedsel onder in beeld verschijnen.
B
Ze laten de presentator allerlei dingen opnoemen die je kunt eten.
C
Ze laten een menukaart zien waarop alles staat ...
D
Ze laten zien hoe een restaurant eruitziet en wat je er kunt krijgen.

Slide 12 - Quizvraag

p.116, 2-6 Zou de uitleg evengoed te begrijpen zijn zonder de plaatjes op het tekenbord?
Ja, want .... of Nee, want .....
timer
2:00

Slide 13 - Open vraag

het eiland
het eiland                          het kookeiland

Slide 14 - Tekstslide

p.116, 2-7 Welke verleidingstactieken zal een slimme ondernemer volgens de uitleg gebruiken?
LET OP: Niet alles van het boek staat hierbij!
timer
1:00
A
Bied niet te veel verschillende soorten producten aan.
B
laat dure producten niet door de klant zelf opscheppen.
C
Zet alle producten op eilanden zodat mensen er goed omheen kunnen lopen.
D
Zet grote borden neer bij goedkope producten.

Slide 15 - Quizvraag

Wat vind jij ervan dat er veel woorden in beeld verschijnen?
A Ik vind het handig, ...
B Ik word erdoor afgeleid ...
C Iets anders

Slide 16 - Poll

p.116-117, opdracht 3
Bekijk de film en beantwoord nummer 1-4
1, 2 het (deel)onderwerp bepalen
3, 4 waarom dit beeld
5, 8 gericht luisteren/kijken
6     uitdrukking koppelen aan inhoud
7     functie van beeld
9     eigen interpretatie 
10   conclusie trekken
11   houding beoordelen

Slide 17 - Tekstslide

p.116, 3-1 Wat is het onderwerp van de serie?
timer
2:00

Slide 18 - Open vraag

p.116, opdracht 3, nummer 1 en 2
1. Het onderwerp is
foodtrends, mode in voedsel

2. Het deel onderwerp is

Slide 19 - Tekstslide

p.116, 3-2
Over welk deelonderwerp gaat dit filmpje?
timer
2:00

Slide 20 - Open vraag

p.116, 3-3 Waarom laat de maker de reactie van de voorbijgangers zien?
Om duidelijk te maken dat
timer
0:50
A
je van insecten heel makkelijk lekkere snacks kunt maken.
B
mensen altijd 'ja' zeggen als ze een gratis snack krijgen ...
C
veel mensen het gek of eng vinden om insecten te eten.

Slide 21 - Quizvraag

p.116, 3-4 De maker laat levende insecten zien, vooral
timer
0:30
A
om informatie te geven: zo zien levende insecten eruit.
B
om sfeer op te roepen: bah, vies, niet om te eten.

Slide 22 - Quizvraag

p.116, 3-5 Welke belangrijke voedingsstof bevatten insecten?
timer
2:00

Slide 23 - Open vraag

p.116, opdracht 3, nummer 5
De belangrijkste voedingstof van insecten is eiwit / proteïne.

Slide 24 - Tekstslide

p.117, 3-6
Welke uitdrukking past het best bij de uitleg over wel gamba's maar geen sprinkhaan?
timer
1:00
A
Hij is zo gezond als een vis.
B
Over smaak valt niet te twisten.
C
Wat de boer niet kent, dat eet hij niet.

Slide 25 - Quizvraag

p.117, 3-7 Functies van beelden.
In dit filmpje:
timer
1:00
A
informatie geven
B
sfeer oproepen
C
info en sfeer

Slide 26 - Quizvraag

p.117, 3-11 Welk woord past het best bij de houding van Naresh?
timer
1:00
A
enthousiast
B
onzeker
C
serieus

Slide 27 - Quizvraag

p.117, 3-8 De mensen vinden een snack met onherkenbaar insect
timer
1:00
A
wel lekker
B
niet lekker

Slide 28 - Quizvraag

p.117, 3-9 Waarom reageren de mensen aan het eind anders dan die aan het begin?
timer
2:00

Slide 29 - Open vraag

p.117, 3-10 De conclusie van Naresh:
timer
1:00
A
De meeste mensen zullen nooit insecten gaan eten, omdat ze eng zijn.
B
Mensen gaan in de toekomst wel insecten kopen, maar ze laten ze gewoon in de kast staan.
C
Over een paar jaar vinden we het eten van insecten heel gewoon.

Slide 30 - Quizvraag

p.117, opdracht 3-11
Welk woord past het best bij de houding van Naresh?
timer
0:30
A
enthousiast
B
onzeker
C
serieus

Slide 31 - Quizvraag

Zou jij een snack met onherkenbare insecten willen proberen?
ja zeker
ja misschien
nee

Slide 32 - Poll