cross

4.1 B3 Lezen: verbanden en signaalwoorden

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlandsvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 1 - Tekstslide

DOEL

- je kunt met behulp van signaalwoorden de tekstverbanden tijdsvolgorde (chronologie) en oorzaak-gevolg in een tekst herkennen en begrijpen
Verbanden en signaalwoorden

Slide 2 - Tekstslide

Lees (en beluister) de tekst

Mensen vast

in reuzenrad

Slide 3 - Tekstslide

Staan de gebeurtenissen in alinea 2 en 3 in de volgorde waarin ze zijn gebeurd?
A
ja
B
nee

Slide 4 - Quizvraag

Hoe kwam het dat het reuzenrad niet verder draaide?

Slide 5 - Open vraag

Waardoor war de bezoekers heel koud geworden?

Slide 6 - Open vraag

Ingewikkeld

of niet?


Verbanden in teksten

Slide 7 - Tekstslide

TEKSTVERBANDEN

Zorgen ervoor dat

woorden, zinnen en alinea's

met elkaar samenhangen.

Slide 8 - Tekstslide

SIGNAALWOORDEN

Aan een

signaalwoord

zie je met

welk tekstverband

je te maken hebt.

Slide 9 - Tekstslide

Eerder leerde je de tekstverbanden:


- opsomming

- tegenstelling

- voorbeeld

Slide 10 - Tekstslide

In deze les leer je de tekstverbanden:


- tijdvolgorde (chronologie)

- oorzaak - gevolg

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

OEFENING

Wat is de oorzaak en het gevolg in de zinnen op de volgende slides.


Bijvoorbeeld:

Doordat de oven kapot was, mislukte de cake.


Oorzaak: de oven is kapot

Gevolg: De cake mislukte

Fouten maken mag,
verbeter deze wel!

Slide 16 - Tekstslide

Wat is de oorzaak?
Het regende flink toen ik naar school fietste. Daardoor heb ik een natte broek.
A
Het regende flink
B
Ik heb een natte broek

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het gevolg?
Het regende flink toen ik naar school fietste. Daardoor heb ik een natte broek.
A
Het regende flink.
B
Ik heb een natte broek.

Slide 18 - Quizvraag

Wat is de oorzaak?
Ten gevolge van een kortsluiting ontstond brand in het oude kantoorpand.
A
Er was kortsluiting.
B
Er ontstond brand in het oude kantoorpand.

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het gevolg?
Ten gevolge van een kortsluiting ontstond brand in het oude kantoorpand.
A
Er was kortsluiting.
B
Er ontstond brand in het oude kantoorpand.

Slide 20 - Quizvraag

Wat is de oorzaak?
Weefsel rond de ogen wordt met de jaren slapper, waardoor wallen onder je ogen duidelijk te zien zijn.

Slide 21 - Open vraag

Wat is het gevolg?
Weefsel rond de ogen wordt met de jaren slapper, waardoor wallen onder je ogen duidelijk te zien zijn.

Slide 22 - Open vraag

Wat is de oorzaak?
In Groningen zaten scheuren in de huizen, doordat er een aardbeving had plaatsgevonden.

Slide 23 - Open vraag

Wat is het gevolg?
In Groningen zaten scheuren in de huizen, doordat er een aardbeving had plaatsgevonden.

Slide 24 - Open vraag

Lees (en beluister) de tekst.

Slide 25 - Tekstslide

Wat is het onderwerp van de tekst?
A
7-jarig jongetje
B
fietstocht op dinsdagochtend
C
jongen gewond
D
verkeerslicht kapot

Slide 26 - Quizvraag

Welk signaalwoord voor oorzaak-gevolg staat in alinea 1?

Slide 27 - Open vraag

Noteer de oorzaak
uit alinea 1?

Slide 28 - Open vraag

Noteer het gevolg
uit alinea 1?

Slide 29 - Open vraag

Welk verband herken je
in alinea 2?
A
oorzaak-gevolg
B
tijdsvolgorde
C
voorbeeld

Slide 30 - Quizvraag

Welke twee hulpdiensten (alinea 2) worden in alinea 3 genoemd?

Slide 31 - Open vraag

Welk verband herken je in de laatste zin van alinea 3?
A
opsomming
B
tegenstelling
C
tijdsvolgorde

Slide 32 - Quizvraag

Wat staan er in de tekst?
A
vooral feiten
B
vooral meningen
C
zowel feiten als meningen

Slide 33 - Quizvraag

GELEERD?

- je kunt met behulp van signaalwoorden de tekstverbanden tijdsvolgorde (chronologie) en oorzaak-gevolg in een tekst herkennen en begrijpen
Verbanden en signaalwoorden

Slide 34 - Tekstslide

Schrijf één ding op wat je deze les hebt geleerd en niet meer vergeet.

Slide 35 - Open vraag

Stel één vraag over iets dat je nog niet zo goed
hebt begrepen.

Slide 36 - Open vraag

GIDS NEDERLANDS
INFORMATIE VOOR LESSEN NEDERLANDS

Slide 37 - Tekstslide