PW H6 leerjaar 2 kader

  Leerjaar / Niveau : Basis
  Versie: A
  Vak / Onderwerp: M&M hoofdstuk 6

Aantal vragen:  20                                               Maximaal te behalen punten: 40
Je hebt een voldoende bij 20 punten                 Toegestane tijd: 45 min & sluit automatisch
Te gebruiken hulpmiddelen: laptop & atlas

Instructies:  
  • Klaar? lees een leesboek. 
  • Je bent stil en je blijft stil, ook als je klaar bent.
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & MaatschappijVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

  Leerjaar / Niveau : Basis
  Versie: A
  Vak / Onderwerp: M&M hoofdstuk 6

Aantal vragen:  20                                               Maximaal te behalen punten: 40
Je hebt een voldoende bij 20 punten                 Toegestane tijd: 45 min & sluit automatisch
Te gebruiken hulpmiddelen: laptop & atlas

Instructies:  
  • Klaar? lees een leesboek. 
  • Je bent stil en je blijft stil, ook als je klaar bent.

Slide 1 - Tekstslide

Hoe noem je een samenleving met allerlei verschillende groepen mensen?
A
Multi-etnische samenleving
B
Participatie samenleving
C
Pluriforme samenleving
D
Verzorgingsstaat

Slide 2 - Quizvraag

Door welke ontwikkeling zijn de welvaart en het welzijn van ouderen in Nederland na de Tweede Wereldoorlog alsmaar toegenomen?
A
de introductie van luxeartikelen
B
de ontkerkelijking van de samenleving
C
de opkomst van de verzorgingsstaat
D
de toename van individualisering

Slide 3 - Quizvraag

Leg uit: 'Door de komst van de AOW-uitkering werd Nederland een verzorgingsstaat.'

Slide 4 - Open vraag

Sleepvraag: Koppel het begrip aan de juiste uitleg.
Ouderdomsuitkering van de overheid.
Het geheel van regelingen voor mensen die minder goed voor zichzelf kunnen zorgen.
staat waarin de overheid zorgt voor mensen die niet goed voor zichzelf kunnen zorgen
AOW
Sociale zekerheid
Verzorgingsstaat

Slide 5 - Sleepvraag

Bekijk de foto:
Welk begrip past bij de afbeelding?

Slide 6 - Open vraag

Bekijk de afbeelding: Wat heeft de
afbeelding met 'globalisering' te maken?

Slide 7 - Open vraag

Is de uitspraak juist of onjuist?
1. De televisie had in de jaren 1960 een grote invloed op de samenleving
2. Door de ontkerkelijking werd de invloed van de kerk op de mensen groter
3. Jongeren vormden in de jaren 1960 een eigen groep
4. Jongeren in de jaren 1960 deden braaf wat de autoriteiten wilden
1.Juist
1.Onjuist
2.Juist
3.Juist
4.Juist
2.Onjuist
3.Onjuist
4.Onjuist

Slide 8 - Sleepvraag

Oorzaak of Gevolg:

1. De bemoeienis van de VS in het Midden-Oosten is een ______1_______ van de terroristische aanslag op de Twin Towers. 

2. De oorlog in Irak en Afghanistan is een ____2_____ van de terroristische aanslag op de Twin Towers.

1. Oorzaak
2. Oorzaak
1. Gevolg
2. Gevolg

Slide 9 - Sleepvraag

Wat was de directe aanleiding voor bestrijding van terrorisme door de Verenigde Staten?
A
de oneerlijke verdeling van de welvaart in Iran
B
de uitgebroken burgeroorlog in Afghanistan
C
de verwoesting van de Twin Towers in New York
D
het dictatorschap van Sadam Hussein in Irak

Slide 10 - Quizvraag

1. Leg uit wat is 'genocide'?
2. Geef een voorbeeld van een 'genocide'.

Slide 11 - Open vraag

Noem 3 migratieredenen

Slide 12 - Open vraag

Gert woonde in Zeerijp. Vanwege de aard-
bevingen is hij verhuisd naar Oploo.
Wat is zijn migratiereden?

Slide 13 - Open vraag

1. 'In Nigeria hing ik op straat rond, omdat er geen werk was.'
2. 'Mijn Malinese man woont al in Zweden, maar nu ga ik er ook heen.'
3. 'Door de jarenlange burgeroorlog is het hier niet veilig.'

4. 'Ons eiland is overstroomd door een tsunami.'


Kies de juiste migratiereden:
1?
2?
3?
4?
Economische
Natuurlijke
Politieke
Sociale

Slide 14 - Sleepvraag

Waaraan kun je zien in de afbeelding dat er
koloniale migranten naar Nederland zijn
gekomen?

Slide 15 - Open vraag

Leg uit dat vanuit Turkije en Marokko er veel gezinsmigratie naar Nederland heeft plaatsgevonden?

Slide 16 - Open vraag

Welk begrip zien we op
de afbeelding?

Slide 17 - Open vraag

Is het een voordeel of nadeel voor het herkomstland? Maak de juiste combinaties.
1. nadeel
2. nadeel
2. nadeel
1. voordeel
2. voordeel
3. voordeel
1. Studenten gaan in een ander land
    studeren (braindrain).
2. Families in herkomstlanden zijn soms helemaal
    afhankelijk van geld dat een familielid stuurt.
3.  Door het geld van arbeidsmigranten
     zijn er schoolcomputers. 

Slide 18 - Sleepvraag

Een werkloze man van 26 jaar migreert van Ghana naar Nederland en vindt hier een baan in de schoonmaaksector.

Wat is een gevolg voor achterblijvers in het herkomstland?
A
Uitbuiting
B
Financiële onafhankelijkheid
C
Braindrain
D
Culturele shock

Slide 19 - Quizvraag

Wat is een voorbeeld van 'Braindrain'?
A
Een tandarts uit Spanje vindt een vaste baan als tandarts in Nederland.
B
Een Poolse vuilnisman komt in een tomatenkwekerij in Nederland werken.
C
Een Nederlandse buschauffeur migreert permanent naar Frankrijk.
D
Een kunstenaar uit Nederland houdt een tijdelijke expositie in Japan.

Slide 20 - Quizvraag

Noem 2 nadelen voor het herkomstland wanneer migranten het land verlaten?

Slide 21 - Open vraag

Atlasvragen
Gebruik voor de volgende vragen een atlas.

Slide 22 - Tekstslide

De vluchtroute over zee tussen Egypte en Griekenland is gevaarlijk.

Hoeveel vluchtelingen verdronken tussen 2014-2016?

Slide 23 - Open vraag

Asielzoekers:
1. Uit welk werelddeel komen de meeste asielzoekers naar
Europa?
2. In welk Europees land worden de meeste asielaanvragen
gedaan?

Slide 24 - Open vraag

Migratie in Nederland:
1. Hoeveel Nederlanders met een migratie-achtergrond wonen er in Friesland?
2. In welke 2 provincies wonen de meeste niet-Nederlanders?

Slide 25 - Open vraag