Hoe lichtstralen onze wereld vormen
Hoe lichtstralen onze wereld vormen
Leerdoel
Aan het einde van de les kun je :
Je kunt beschrijven hoe breking en weerkaatsing ontstaan via het stralenmodel van licht.
Je past de wet van Snellius en het begrip grenshoek toe.
Je kan de brekingshoek berekenen bij gegeven lichtsnelheden door de stof.
Wat weet je nog over lichtstralen?
Wat is een doorschijnend voorwerp?
Is altijd kleurloos
Laat volledig licht door
Laat geen licht door
Laat gedeeltelijk licht door
Wat vormt schaduw?
Een reflecterend voorwerp
Een doorschijnend voorwerp
Een transparant voorwerp
Een ondoorzichtig voorwerp
Voorbeeld van ondoorzichtig voorwerp?
Houten blok
Plastic folie
Water
Glas
Soort lichtbundel
divergerend
convergerend
Het stralenmodel van licht
Licht beweegt rechtlijnig als een bundel stralen. Dit model helpt ons verschijnselen als schaduw, breking en weerkaatsing te verklaren.
Breking en weerkaatsing p10
Licht verandert van richting als het een overgang tussen twee stoffen passeert. Dit noemen we breking.
Licht kaatst terug wanneer het op een spiegelend oppervlak valt of heel schuin op doorschijnend vlak.
Weerkaatsing
Breking
taak: oefeningen
Wat is een voorbeeld van optisch dichte stof?
Lucht
Waterdamp
Rook
Glas
Wat is een optisch ijle stof?
Stof met lagere dichtheid dan lucht
Stof met hogere dichtheid dan lucht
Stof zonder brekingseigenschappen
Stof die licht absorbeert
Hoe breekt licht in optisch dichte stoffen?
Het licht wordt volledig geabsorbeerd
Het licht vertraagt en buigt af
Het licht gaat niet door de stof
boek p11
De wet van Snellius
De verhouding van sinus van de invalshoek en de brekingshoek is constant, afhankelijk van de stoffen.
Deze constante is de brekingsindex
n12 =sin i / sin r
en
n12= v1/v2
De grenshoek
Bij een bepaalde hoek gaat al het licht langs het grensvlak. Deze kritische grenshoek verschijnt bij overgang van optisch dichte naar ijle stoffen.
Weerkaatsing
Wanneer de invalshoek groter is
dan de grenshoek
De 3 brekingswetten: p15-16
Wet 1
Wet 2
wet 3
Geef de 3 brekingswetten in eigen woorden
Oefening 12
p 51-53