2.7 herhalen sameng zin,hz/bz+ onderschikkend/nevenschikkend

Welkom in deze les!




Pak je leesboek      Leg je                                                     spullen klaar





Geen telefoon         IPad dicht
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welkom in deze les!




Pak je leesboek      Leg je                                                     spullen klaar





Geen telefoon         IPad dicht

Slide 1 - Tekstslide

we starten met stillezen
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Doelen
Ik kan het verschil tussen een enkelvoudige zin en een samengestelde zin benoemen. (herhalen)
Ik kan het verschil aanwijzen tussen een hoofdzin en een bijzin.(herhalen)
Ik kan een hoofdzin en een bijzin benoemen.(nevenschikkend en onderschikkend)
Ik kan het wwg met een wederkerend werkwoord benoemen

Slide 3 - Tekstslide

enkelvoudige zin
Een enkelvoudige zin bestaat uit één zin, met één persoonsvorm.

Isa heeft een nieuwe telefoon gekocht.

Slide 4 - Tekstslide

samengestelde zin
Een samengestelde zin bestaat uit twee of meer zinnen die aan elkaar geplakt zijn. Dat kan op verschillende manieren.

Tussen de zinnen van een samengestelde zin zet je dubbele zinsdeelstrepen.


Slide 5 - Tekstslide

even oefenen

Slide 6 - Tekstslide

deze zin is:
Na het eten ruimen wij altijd de vaatwasser in.

A
enkelvoudig
B
samengesteld

Slide 7 - Quizvraag

deze zin is:
Nederlanders kijken eerst goed, voordat ze iets kopen.


A
enkelvoudig
B
samengesteld

Slide 8 - Quizvraag

deze zin is:

Bij het zwemmen in zee krijgen sommige kinderen kramp of ze worden onwel.



A
enkelvoudig
B
samengesteld

Slide 9 - Quizvraag

deze zin is:

Dat komt vaak door het koude water.



A
enkelvoudig
B
samengesteld

Slide 10 - Quizvraag

hoofdzin
In een hoofdzin staan de persoonsvorm en het onderwerp naast elkaar.
Tussen persoonsvorm en onderwerp kun je geen andere zinsdelen plaatsen.

Slide 11 - Tekstslide

bijzin
In een bijzin staan de persoonsvorm en het onderwerp vaak niet naast elkaar. Je kunt er ook andere zinsdelen tussen plaatsen. 

De persoonsvorm staat zoveel mogelijk achteraan in de bijzin.

Een bijzin begint met een voegwoord, zoals omdat, toen, sinds enzovoort. De bijzin is meestal aan een hoofdzin geplakt.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Link

we weten nu wat een hoofdzin en bijzin is
we gaan dat ook benoemen

Slide 14 - Tekstslide

nevenschikking
1 Een samengestelde zin kan bestaan uit twee (of meer) hoofdzinnen. Je plakt de zinnen aan elkaar met de voegwoorden want, maar, en, of en dus.(dat zijn de meest voorkomende)



Slide 15 - Tekstslide

voorbeeld van 2 hoofdzinnen
Isa heeft een nieuwe telefoon gekocht, maar hij doet het niet goed.

Hoofdzin: Isa heeft een nieuwe telefoon gekocht,
o: Isa
pv: heeft
Hoofdzin: hij doet het niet goed.
o: hij
pv: doet

Slide 16 - Tekstslide

onderschikking
2 Een samengestelde zin kan ook bestaan uit een hoofdzin en een (of meerdere) bijzinnen.

Dan noemen we dat een onderschikking
 

Slide 17 - Tekstslide

voorbeeld bijzin-hoofdzin (onderschikking)
Toen Isa haar nieuwe telefoon had aangezet, werkte het touchscreen niet goed.
Hoofdzin: werkte het touchscreen niet goed.
o: het touchscreen
pv: werkte
Bijzin:Toen Isa haar nieuwe telefoon had aangezet,
o: Isa
pv: had

Slide 18 - Tekstslide

Wat is deze zin?
In elke kamer stonden meubels die haar grootvader nog gemaakt had.



A
onderschikkend
B
nevenschikkend

Slide 19 - Quizvraag

Wat is deze zin?
Ze kende alleen maar een hut en die was zoals die van alle dorpelingen.





A
onderschikkend
B
nevenschikkend

Slide 20 - Quizvraag

Wat is deze zin?




Wat is deze zin?
Eerst had ze een rechthoekige kuil van een halve meter uit de bodem gehakt en daarrond werd een lage muur opgetrokken met stenen uit het gat.






A
onderschikkend
B
nevenschikkend

Slide 21 - Quizvraag

oefeningen
De opdrachten die bij 2.7 horen zijn: opdr 
1,2,3,4,5,6,7, 9 t/m 12 en 14 + test jezelf 2.7. 
Je hebt dit af op ma 29 november voor je de les in komt. 

Het proefwerk over 2.5 (alleen de Griekse en Latijnse voor-en achtervoegsels) en 2.7 grammatica zinsdelen is op dinsdag 30 november

Slide 22 - Tekstslide