Les 1 24 maart Huis

Wat gaan we vandaag doen?
Opwarmer
Woorden oefenen proefles
Hoor jij verschil?
Dagen van de week
Thema: huis
Kleuren

1 / 73
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Enseignement Secondaire

In deze les zitten 73 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Wat gaan we vandaag doen?
Opwarmer
Woorden oefenen proefles
Hoor jij verschil?
Dagen van de week
Thema: huis
Kleuren

Slide 1 - Tekstslide

pencil - Potlood
crayon - krijtje
football - voetbal

Slide 2 - Tekstslide

Woorden oefenen
Noem het woord
Type het woord

Slide 3 - Tekstslide


Slide 4 - Open vraag


Slide 5 - Open vraag


Slide 6 - Open vraag


Slide 7 - Open vraag


Slide 8 - Open vraag

Hoor jij verschil?
B/P

Slide 9 - Tekstslide

dagen van de week 

Slide 10 - Tekstslide

welke dag is het vandaag?

Slide 11 - Open vraag

Vandaag is het dinsdag, morgen is het....
A
vrijdag
B
dinsdag
C
zaterdag
D
woensdag

Slide 12 - Quizvraag

welke dag is het morgen
A
dinsdag
B
maandag
C
woensdag
D
vrijdag

Slide 13 - Quizvraag

welke dag was het gisteren?

Slide 14 - Open vraag

De eerste dag van de week is ...
A
dinsdag
B
maandag
C
vrijdag
D
zaterdag

Slide 15 - Quizvraag

De laatste dag van de werkweek is:

Slide 16 - Open vraag

Op welke dagen is het weekend?
A
maandag & dinsdag
B
zondag & maandag
C
zaterdag & zondag
D
woensdag & donderdag

Slide 17 - Quizvraag

Het huis
Woordenschat: het huis - de flat - de garage - de schuur - de tuin

Slide 18 - Tekstslide

Het huis
Woordenschat: het raam - de deur - de muur - het dak - het balkon

Slide 19 - Tekstslide

Praat samen

Spreekopdracht 
Woon je in een huis of in een flat?
Heb je een tuin of een balkon?
Heb je een schuur?
Heb je een garage?
Hoeveel deuren heeft je huis?
Hoeveel ramen heeft de klas?
timer
2:00

Slide 20 - Tekstslide


A
de schuur
B
de garaasje
C
de garage
D
het auto

Slide 21 - Quizvraag


A
de tuin
B
het groen
C
het huis
D
de trap

Slide 22 - Quizvraag

Hierdoor kan je in een huis
naar buiten kijken.

A
de deur
B
de muur
C
de gang
D
het raam

Slide 23 - Quizvraag

De kamers
Lezen:
Hallo, ik ben Marloes. Dit is mijn huis.
Mijn huis heeft veel kamers.
Ik heb drie slaapkamers.
De woonkamer en de keuken zijn beneden.
De badkamer en twee slaapkamers zijn boven.
Eén slaapkamer is op de zolder.
De wc is beneden in de gang.

Slide 24 - Tekstslide

 De kamers
WAAR
NIET WAAR
Marloes heeft 2 slaapkamers.
Het huis heeft een badkamer.
De keuken is boven.
De wc is in de gang.
De woonkamer is beneden.
Het huis heeft een zolder.
2 slaapkamers zijn op de zolder.

Slide 25 - Sleepvraag


A
de keuken
B
de woonkamer
C
de slaapkamer
D
de badkamer

Slide 26 - Quizvraag


A
de keuken
B
de badkamer
C
de woonkamer
D
de slaapkamer

Slide 27 - Quizvraag


A
de trap
B
de zolder
C
het huis
D
de keuken

Slide 28 - Quizvraag


A
de kueken
B
de keuken
C
de koken
D
de kuiken

Slide 29 - Quizvraag


A
het dak
B
de trap
C
de boven
D
de zolder

Slide 30 - Quizvraag

Het dak zit boven de zolder.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 31 - Quizvraag

Hier poets je je tanden.

A
badkamer
B
slaapkamer
C
keuken
D
woonkamer

Slide 32 - Quizvraag

Hier kook je het eten.

A
de garage
B
de schuur
C
de keuken
D
de gang

Slide 33 - Quizvraag

wonen 1

Slide 34 - Tekstslide

Wat is dit?
A
slot
B
keuken
C
slaapkamer
D
garage

Slide 35 - Quizvraag

Wat is dit?
A
slot
B
raam
C
slaapkamer
D
garage

Slide 36 - Quizvraag

Wat is dit?
A
slot
B
raam
C
slaapkamer
D
voordeur

Slide 37 - Quizvraag

slot
voordeur
raam

Slide 38 - Sleepvraag

Wat is dit?
A
slot
B
huis
C
slaapkamer
D
voordeur

Slide 39 - Quizvraag

Wat is dit?
A
slot
B
huis
C
slaapkamer
D
keuken

Slide 40 - Quizvraag

Wat is dit?
A
slot
B
sleutel
C
slaapkamer
D
keuken

Slide 41 - Quizvraag

sleutel
huis
keuken

Slide 42 - Sleepvraag

Wat is dit?
A
slot
B
sleutel
C
slaapkamer
D
schuur

Slide 43 - Quizvraag

Wat is dit?
A
slot
B
woonkamer
C
slaapkamer
D
schuur

Slide 44 - Quizvraag

Wat is dit?
A
flat
B
woonkamer
C
slaapkamer
D
schuur

Slide 45 - Quizvraag

schuur
woonkamer
flat

Slide 46 - Sleepvraag

Wat is dit?
A
flat
B
woonkamer
C
badkamer
D
schuur

Slide 47 - Quizvraag

Wat is dit?
A
flat
B
dak
C
badkamer
D
schuur

Slide 48 - Quizvraag

Wat is dit?
A
garage
B
dak
C
badkamer
D
schuur

Slide 49 - Quizvraag

garage
dak
badkamer

Slide 50 - Sleepvraag

Wat is dit?
A
muur
B
dak
C
badkamer
D
schuur

Slide 51 - Quizvraag

Wat is dit?
A
muur
B
deurbel
C
badkamer
D
schuur

Slide 52 - Quizvraag

Wat is dit?
A
muur
B
deurbel
C
zolder
D
schuur

Slide 53 - Quizvraag

muur
zolder
deurbel

Slide 54 - Sleepvraag

dak

Slide 55 - Tekstslide

Schrijf

Slide 56 - Open vraag

slot

Slide 57 - Tekstslide

Schrijf

Slide 58 - Open vraag

muur

Slide 59 - Tekstslide

Schrijf

Slide 60 - Open vraag

huis

Slide 61 - Tekstslide

Schrijf

Slide 62 - Open vraag

raam

Slide 63 - Tekstslide

Schrijf

Slide 64 - Open vraag

 De kleuren
oranje  paars  zwart  grijs  groen  geel  roze  rood  bruin  wit  blauw

Slide 65 - Tekstslide

Sleep de Nederlandse woorden naar de juiste kleuren.
geel
blauw
zwart
grijs
rood
groen
wit
oranje
roze
bruin

Slide 66 - Sleepvraag

Sleep de Nederlandse woorden naar de juiste kleuren.
geel
blauw
zwart
grijs
rood
groen
wit
oranje
roze
bruin

Slide 67 - Sleepvraag

Schrijf

Slide 68 - Open vraag

Schrijf

Slide 69 - Open vraag

Schrijf

Slide 70 - Open vraag

Schrijf

Slide 71 - Open vraag

Schrijf

Slide 72 - Open vraag

Les 1 24 maart Huis

Slide 73 - Tekstslide