Pathologie urinewegstelsel

Pathologie urinewegstelsel
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Pathologie urinewegstelsel

Slide 1 - Tekstslide

Placemat maken en meenemen
printen werkblad incontinentie

Opdracht 1
Teken in 2 minuten het urinewegstelsel
timer
2:00

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denken we aan?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag
Urineweginfecties
Nierbekkenontsteking
Nierstenen
Vergroot prostaat
Urineretentie
Urine-incontinentie

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis activeren
Placemat
  • Groepje van 4, 5 of 6
  • Elk een eigen deel A3
  • Schrijf zoveel mogelijk op wat je weet over deze ziektebeelden en wat er mee te maken heeft
  • Bespreek met elkaar en maak een samenvatting in het midden

Slide 6 - Tekstslide

ik ben benieuwd of jullie de volgende woorden ook op je placemat hebben staan....
Even terug naar de basis...
Hoe plassen we?
Hoe observeren we urine?
Ken je de deze woorden?

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urineren
  • De inwendige sluitspier is niet beïnvloedbaar met onze wil
  • Uitwendige sluitspier (deel bekkenbodem) is beïnvloedbaar
  • 1,5- 2 liter urine per dag
  • 3-6 x per dag legen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Observeren van urine 
Observatiepunten van urine zijn:
  • Frequentie    = aantal keer dat iemand urineert per 24 uur
  • Hoeveelheid = hoeveel urine per 24 uur.
  • Kleur                = wordt bepaalt door de concentratie van opgeloste stoffen (zie volgende dia)
  • Helderheid
  • Geur
  • Manier van urineren = moet pijnloos zijn, en blaas in 1 keer kunnen ledigen.

EN RAPPORTEREN!



Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Observeren urine
  • Licht geel (helder) - Veel gedronken
  • Donkere urine - Weinig gedronken
  • Rode urine - Bloed in de urine
  • Bruine urine - Oud bloed/ leveraandoening

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mictie

Diurese

Urineretentie

URINE

moeilijke woorden


Hematurie

Slide 11 - Tekstslide

mictie is ander woord voor plassen

diurese is vorming van urine door de nieren

urineretentie is het onvermogen de blaas gedeeltelijk of geheel te legen

heamaturie is medische term voor bloed in de urine
Urineweginfectie
Een UWI is een verzamelnaam 
  • Urethritis: ontsteking van de urinebuis 
  • Cystitis: ontsteking van de blaas
  • Pyelonefritis: ontsteking van het nierbekken en nierweefsel

Slide 12 - Tekstslide

Urinebuis: Urethra
Pyelum is nierbekken in latijns
Nierbekken ontsteking: urosepsis en nierschade!
verschijnselen urineweginfectie
  • steeds aandrang  om te moeten plassen
  • branderig gevoel bij plassen
  • steeds kleine beetjes plassen
  • pijnlijk gevoel in de onderbuik
  • troebele urine
  • soms verwardheid
  • soms verhoging of koorts

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zorgvragers met een blaaskatheter hebben een grotere kans op een urineweginfectie.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 14 - Quizvraag

Open verbinding naar de blaas
Normale spoeling van bacteriën door urineren ontbreekt.
Urosepsis

  • Onbehandelde urineweginfectie zich verspreidt naar de bloedbaan, vaak vanuit de nieren
  • Meestal darmbacteriën zoals E. coli de boosdoener
  • Gevolg: hoge koorts, lage bloeddruk, misselijkheid, braken, rillingen, moeheid, geen eetlust en soms bloedingen en uitval van organen kunnen ontstaan.
  • Levensbedreigend!

Slide 15 - Tekstslide

samengevat
behandeling AB
Blaasontsteking voorkomen
  • Drink voldoende. Het liefst anderhalf tot twee liter per dag. 
  • Stel plassen niet onnodig uit. 
  • Plas de blaas altijd helemaal leeg. 
  • Veeg na een grote boodschap altijd van voren naar achteren af. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(In)continentie
  • Continent -> het kunnen ophouden van urine/ontlasting
  • Incontinentie-> het NIET (MEER) op kunnen houden van urine/ontlasting

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Urine-incontinentie
  • 1 op de 20 mensen lijdt aan urine-incontinentie
  • Komt niet alleen bij ouderen voor!
  • Veel vaker bij vrouwen dan bij mannen

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bij hoeveel milliliter vulling van de blaas ervaar je aandrang?
A
150 ml
B
300 ml
C
350 ml
D
500 ml

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken van incontinentie
Ziekten of beperkingen van blaas, sluitspieren, bekkenbodem 
Ziekten van zenuwstelsel
Problemen met mobiliteit 
Problemen met cognitie (bijv. geheugen)
Bijwerkingen van medicijnen

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2
Maak het werkblad over de verschillende soorten incontinentie

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vormen incontinentie

  • Overloopincontinentie (druppelincontinentie)
  • Stressincontinentie (inspanningsincontinentie)
  • Urge-incontinentie (aandrangincontinentie)
  • Reflexincontinentie
  • Functionele incontinentie.

Slide 22 - Tekstslide

Overloopincontinentie (druppelincontinentie)
Stressincontinentie (inspanningsincontinentie)
Urge-incontinentie (aandrangincontinentie)
Reflexincontinentie
Functionele incontinentie.
Urine-incontinentie = onwillekeurig verlies van urine

Slide 23 - Tekstslide

Reflex, bij een normale vulling wordt de blaasinhoud uitgeplast terwijl de zorgvrager hier geen controle over heeft. (M.n. bij beschadigingen van het ruggenmerg b.v. dwarslaesie, MS.)

Bij een blaasontsteking kan het gebeuren dat iemand zijn urine niet op kan houden. Dit is een vorm van...
A
stress-incontinentie
B
urge-incontinentie
C
functionele incontinentie
D
overloopincontinentie

Slide 24 - Quizvraag

Er zijn verschillende oorzaken van overactieve blaasklachten en urge-incontinentie:
- Overmatig gebruik van bijvoorbeeld koffie of alcohol.
- Verkeerd gebruik van de bekkenbodem tijdens het plassen. Hierbij komen ook vaker problemen met de ontlasting voor.
- Verzakking van de blaas of baarmoeder.
- Afwijkingen van de zenuwaansturing, zoals bij een dwarslaesie, multiple sclerose, Parkinson en herseninfarct.
- Veelal is er geen duidelijke oorzaak te vinden (idiopathisch).
Stress-incontinentie komt het vaakst voor bij....
A
Vrouwen die gespannen of angstig zijn.
B
Vrouwen die meerdere kinderen hebben.
C
Duursporters (bijv. marathonlopers)
D
Mensen die een dwarslaesie gehad hebben.

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij overloopincontinentie verliest men...
A
.... druppelsgewijs urine en is de blaas nooit leeg.
B
... druppelsgewijs urine en is de blaas altijd (vrijwel) leeg
C
... de hele inhoud van de blaas zodra er enige spanning op de blaaswand komt.
D
... de hele inhoud van de blaas zodra deze echt vol zit.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een verschil tussen urge-incontinentie en reflexincontinentie is....
A
...de omstandigheden waaronder men urine verliest.
B
...de frequentie waarmee men urine verliest.
C
...het wel of niet voelen van aandrang

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Incontinentie
Heel vervelend voor de cliënt
Schaamte ongemak!
Houdt hier rekening mee!

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niet kunnen plassen
Urineretentie
Niet kunnen plassen, terwijl er toch voldoende urine in de blaas zit.
Urineresidu
Als een cliënt wel plast, maar er toch nog urine in de blaas blijft zitten.

Oorzaken:
Lichamelijk: vergrote prostaat, dwarslaesie, blaasontsteking
Psychisch: angst of zich ongemakkelijk voelen


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Prostaat
  • De prostaat is een klier
  • De prostaat is belangrijk bij de voortplanting
  • De prostaat maakt prostaatvloeistof (zaadvocht) aan.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergroot prostaat
  • Prostaat neemt in omvang toe. 
  • Urinebuis wordt dichtduwt.
  • Duurt langer voordat urine komt en straal neemt in kracht af (soms druppelsgewijs). 
  • Snel nieuwe aandrang, door urineretentie.
  • Hoger risico blaasontsteking. 
  • 's Nachts vaak plassen. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nierstenen
Ontstaan als urine extra veel afvalstoffen bevat; deze slaan neer en vormen kristallen.

Oorzaak niet helemaal duidelijk, wellicht:
  • Missen stof die steenvorming tegengaat
  • Zeer eiwit- of calciumrijk dieet
  • Te weinig drinken of overmatig zweten
  • Hypertensie en chronische UWI's
  • Familiaire aanleg voor nierstenen

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stelling:
Nierstenen kun je uitplassen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen nierstenen
  • Doffe pijn in nierstreek als steen in nier zit
  • Hevige, krampende pijnaanvallen in flanken, buik, rug en liezen, als steen loslaat en in ureter bevindt
  • Sterke bewegingsdrang
  • Last van misselijkheid en braken
  • Haematurie

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe noem je zeer hevige pijnaanvallen waarbij iemand niet stil kan liggen?
A
Pijnscheut
B
Koliekpijn
C
Aanstelleritis
D
Analgetica

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Behandeling nierstenen
Afwachten:
  • Bij <5mm wordt 85% binnen twee maanden uitgeplast
  • Pijnvrije fases na niersteenaanval
  • Pijnstilling, wanneer te groot om uit te plassen; ontspant urinewegen
Operatief: 
Niersteenvergruizer, endoscopisch of percutane verwijdering.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Preventie...
Streef naar minimaal 2 L per dag plassen
Drinken voor slapen gaan
Drink op moment van koliekaanval niet (teveel)
Eet en drink gezond

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De nieren
Wat is het doel/functie van de nieren?

Maak de sleepopdracht op volgende slide:

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GEEN functie nieren
WEL functie nieren
Opslag van gal
Maken van insuline en glucagon
Regelen lichaamstemperatuur
Opslag van urine
Maken van renine en epo
Regelen van hoeveelheid zouten
Afbreken van giftige stoffen
Filteren van giftige stoffen
Regelen van hoeveelheid water
Omzetten en maken van eiwitten

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Functies/taken nieren
  1. Verwijderen van overtollig water en zouten uit het bloed
  2. Regelen bloeddruk dmv RAAS systeem
  3. Verwijderen van schadelijke (afval-)stoffen uit het bloed​


Slide 40 - Tekstslide

Uitscheiden zure en basische stoffen
1. Verwijderen overtollig water
Antidiuretisch hormoon: ADH
Regelt hoeveel water het lichaam uitscheidt

ADH kan door meer vocht vast te houden, de bloeddruk laten stijgen. 

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Regelen bloeddruk
RAAS- systeem: 
Renine-angiotensine-aldosteron systeem  

Lage bloeddruk?
Deze stoffen zorgen
  • Dat er vaatvernauwing optreed
  • Dat er meer vocht vastgehouden wordt
  • Dat er een dorstprikkel komt
Gevolg: bloeddruk stijgt

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Welk onderdeel van de nieren zie je hier?
A
Lis van Henle
B
Glomerulus
C
Ureter
D
Nierbekken

Slide 43 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies