Na Klar! 2HV Kapitel 4 Wien, Stunde 7+8

Kapitel 4, Wien!
Klasse 2HV
Deutsch
Na Klar! 


1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kapitel 4, Wien!
Klasse 2HV
Deutsch
Na Klar! 


Slide 1 - Tekstslide

Heute
-LogoTV/Zib Zack
-Aufgabe 34 zusammen
-Grammatik A+B+C Wiederholung
-Hausaufgaben machen

Slide 2 - Tekstslide

Kapitel 4, Wien!
Nehmt bitte Seite 44, Aufgabe 34 vor euch! Wir schauen uns ein Video über Wien an. 

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Vervoeg het werkwoord in de juiste vorm: ich _____ (lesen)

Slide 5 - Open vraag

Vervoeg het werkwoord in de juiste vorm: Max _____ (treffen)

Slide 6 - Open vraag

Vervoeg het werkwoord in de juiste vorm: Jelke und Jens _____ (rechnen)

Slide 7 - Open vraag

Vervoeg het werkwoord in de juiste vorm: du_____ (helfen)

Slide 8 - Open vraag

Vervoeg het werkwoord in de juiste vorm: Lisa______(lesen)

Slide 9 - Open vraag

Vervoeg het werkwoord in de juiste vorm: Ihr ______ (sehen)

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Was stimmt hier nicht?
Door hij kan ik morgen niet naar de voetbaltraining.

Slide 13 - Tekstslide

Was stimmte nicht?
A
Door hij
B
kan ik
C
morgen
D
naar de voetbaltraining

Slide 14 - Quizvraag

Naamvallen
Ook in NL kan het persoonlijk voornaamwoord veranderen.

Door hem ipv door hij.
Voor mij ipv voor ik.

Dit doe je in NL automatisch.

Slide 15 - Tekstslide

Welke persoonlijke voornaamwoorden ken je?
timer
1:00

Personalpronomen

Slide 16 - Woordweb

Personalpronomen Nominativ (1e naamval)
1e nv
ik
ich
jij
du
hij
er
zij
sie
het
es
1e nv
wij
wir
jullie
ihr
zij
sie
u
Sie
wie
wer

Slide 17 - Tekstslide

Personalpronomen Akkusativ (4e naamval)
1e nv
4e
ik
ich
mich
jij
du
dich
hij
er
ihn
zij
sie
sie
het
es
es
1e nv
4e
wij
wir
uns
jullie
ihr
euch
zij
sie
sie
u
Sie
Sie
wie
wer
wen

Slide 18 - Tekstslide

Personalpronomen Akkusativ (4e naamval)
<b>mich</b>
<b>es</b>
<b>uns</b>
<b>euch</b>
<b>sie (mv)</b>
<b>sie (ev)</b>
<b>dich</b>
<b>Sie</b>
<b>ihn</b>
<b>wen?</b>
mij
haar
ons
jou
hen
het
jullie
u
hem
wie?

Slide 19 - Sleepvraag

Wann Akkusativ?
Je krijgt de Akkusativ (4e naamval) na een aantal voorzetsels.
bis
durch
für                                              
gegen
ohne
um

Slide 20 - Tekstslide

       Vertaal de voorzetsels
door
voor
tegen
zonder&nbsp;
om
tot
durch 
  für
gegen
ohne
um
bis

Slide 21 - Sleepvraag

Vragend voornaamwoord in de juiste naamval:
Für w.... hast du diese Geschenke gekauft?
A
wer
B
wen
C
wem
D
wessen

Slide 22 - Quizvraag

Het persoonlijk voornaamwoord U in de 4e naamval is?
A
sie
B
Sie
C
euch
D
ihn

Slide 23 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Wat betekent 'voor hem' in het Duits?
A
für ihn
B
um dich
C
ohne Sie
D
für sie

Slide 24 - Quizvraag

Persoonlijk voornaamwoord 4e naamval
Wat is 'om jullie' in het Duits?
A
für dich
B
um euch
C
ohne mich
D
ohne ihn

Slide 25 - Quizvraag

1e en 4e naamval van:
ik en mij
A
ich - mich
B
ich - mir
C
ich - dich
D
ich - dir

Slide 26 - Quizvraag

1e en 4e naamval van:
wij en ons
A
wir - mich
B
wir - es
C
wir - euch
D
wir - uns

Slide 27 - Quizvraag

Kapitel 4, Wien!
Ga aan het werk met opgave 1,2,3,4 van Differenzierung (Blz 36), Kapitel 4 en 29,30 van Lektion 4 
Probeer de opgaven zo goed mogelijk door te lezen!
Eerste 10 minuten in stilte, daarna mag je rustig overleggen.
Muziek luisteren= prima. 
Ben je klaar? Steek dan je hand omhoog, ik kom controleren! Ga daarna verder met de woordtrainer van de licentie.
Niet af? = Huiswerk!

Slide 28 - Tekstslide