Hfdst 4 Filmtechniek

Hfdst 4 Filmtechniek
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstbeschouwingSecundair onderwijs

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

Onderdelen in deze les

Hfdst 4 Filmtechniek

Slide 1 - Tekstslide

https://onderwijs.hetarchief.be/collecties/c6902335-3e03-40be-bc2a-9e137cf735fd

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Waarin verschilt de film van een hedendaagse film? (stomme film, afspeelsnelheid, decor, statische camera …)

Slide 4 - Open vraag

1. Filmlagen

Slide 5 - Tekstslide

Kunstdiscipline film
 = gaat het om wat de kijker te zien en te horen krijgt. 
De regisseur of filmmaker bepaalt niet alleen wat je ziet of hoort, maar ook hoe je het ziet of hoort
Een film bestaat uit een opeenvolging van beelden. Dankzij een materiële drager kunnen die beelden worden weergegeven. Lange tijd werden beelden vastgelegd op pellicule of filmrol. Met de introductie van computertechnologie worden films vandaag op een digitale manier bewaard en afgespeeld.

Slide 6 - Tekstslide

3 lagen
  1. Symbolische laag
  2. Filmische laag
  3. Narratieve laag 

Koppel hierbij: vorm - inhoud - context

Slide 7 - Tekstslide

vul de opdracht 1 blz 57 aan 
Zoek de definities bij de juiste kolom. Controleer je antwoord hierna met de volgende slide (niet spieken pateetjes!) 

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

2. Bouwstenen
Beeldkader: 
1. Establishing shot
2. Long shot
3. Medium shot
4. Knee shot
5. Close-up
6. Extreme close-up 

Slide 10 - Tekstslide

Opdracht 3 blz 58 
Probeer de juiste beeldkaders bij de juiste foto te matchen. Sommige zijn super duidelijk andere weer niet. Als je het niet weet, geen paniek. De oplossing staat hierachter, gebruik deze als je het echt niet weet en vul je cursus aan. 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

2. Camerastandpunt
  1. Vogelperspectief 
  2. Kikker- of kikvorsperspectief
  3. Neutraal perspectief 
  4. Point of view- standpunt= kijker kijkt mee door de ogen van de acteur
  5. Over the shoulder-standpunt = kijker kijkt mee over de schouder van de acteur naar de tegenspeler. 

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht 6 + 7 + 8 blz 60 
Wat is een trunkshot? Bekijk het filmpje 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

3. Camerabeweging blz 61 
Een regisseur beschikt over een heel palet aan camerabewegingen om betekenis te geven aan de
beelden die hij toont. Er zijn een aantal basisbewegingen die onderling gecombineerd kunnen worden.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

4. Geluid

Slide 20 - Tekstslide

Cineast
= filmmaker (synoniem: regisseur) kan ervoor kiezen om bewust stilte te gebruiken in de film. 

Geluid wijst de kijker op bepaalde gebeurtenissen, op een sfeer die niet enkel uit de beelden kan worden afgeleid

Slide 21 - Tekstslide

Soorten geluid
  1. Synchroon geluid 
  2. off-screen geluid 
  3. Voice-over 

Lees de definities na op blz 62 en duid aan. 

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht 11 blz 62 
Bekijk het filmfragment en beantwoord de vragen digitaal op de volgende slides

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Geef twee voorbeelden van synchroon geluid

Slide 25 - Open vraag

Geef twee voorbeelden van off-screen geluid

Slide 26 - Open vraag

Leg uit waarom de muziek bepalend is voor de sfeersetting van deze film

Slide 27 - Open vraag

2.5 Montage 
Nadat de beelden en geluiden opgenomen zijn, moeten ze gemonteerd worden. De montage is de rangschikking van de shots en geluiden in een film. Die rangschikking of ordening kan heel snel en afwisselend zijn of eerder traag. Afhankelijk van de plaats van de filmbeelden of shots kan de
regisseur andere betekenissen leggen in de film. De betekenis van een bepaald shot is afhankelijk van de shots die voor en na dat shot worden gemonteerd.

Slide 28 - Tekstslide

Leo Koelesjov
De Russische regisseur Leo Koelesjov (1899-1970) toonde in een experiment het effect van de montage
mooi aan. Hij liet mensen driemaal hetzelfde uitdrukkingsloze gezicht van een acteur zien, telkens
gevolgd door een ander beeld. Het publiek interpreteerde de gevoelens van de acteur driemaal anders.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Alfred Hitchcock
Een meester in de montage was de Britse regisseur Alfred Hitchcock (1899-1980). Voor de douchescène van Psycho, die amper dertig seconden duurt, gebruikte hij bijvoorbeeld twintig verschillende camerastandpunten. De montage zorgde zo voor een heel dynamisch resultaat. Met zijn film The Rope (1948) wilde hij dan weer de illusie wekken dat de film in één lange opname was gedraaid. Omdat de toenmalige filmrollen een maximale lengte hadden van amper tien minuten, was Hitchcock verplicht om via trucs te laten uitschijnen dat er niet was gemonteerd.

Slide 31 - Tekstslide

6. Mise-en-scène
= alles wat de regisseur binnen het beeldkader kan construeren. het gaat om de setting of de plaats waar er gefilmd wordt. 

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Soorten 
Foto 1: Friends is opgenomen in een studio waar er een decor werd gebouwd (tot grote teleurstelling van de fans bestaat Central Perk niet echt, sinds kort echter wel te bezoeken in NYC)

Foto 2: The Joker is opgenomen in de straten van New York = filmen op locatie 

Slide 35 - Tekstslide

Belichting 
Licht en schaduw
Warme of koude kleuren 
Zwart-wit films 

=effect van warme kleuren voor een film zijn verschillend aan de effecten van koude kleuren op een film. 

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Kostumering + make-up
belangrijk onderdeel van de mise-en-scène


Slide 38 - Tekstslide

Filmgenres
Niet te kennen, trek er maar een ferme streep door :) 

Slide 39 - Tekstslide

4. Filmanalyse
Bekijk The Gladiator 

Slide 40 - Tekstslide

Opdracht 17 blz 65 

Je dient deze opdracht te maken op Classroom. 
Filmfragment staat hieronder

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

5. Digitale filmtechniek
Vandaag worden de meeste films gemaakt met digitale filmtechnieken. Digitale camera’s en computers
hebben de mogelijkheden op vlak van cinematografie in heel sterke mate verruimd en laten toe dat filmmakers
nieuwe terreinen kunnen verkennen. Dat resulteert vaak in adembenemende en spectaculaire films.

Slide 43 - Tekstslide

Soorten 
  1. In bijna alle hedendaagse films gebruiken regisseurs blue-screening of green- screening. Bij die techniek staan de acteurs voor een blauw of groen scherm dat op digitale manier doorzichtig kan worden gemaakt. Daarna kan een nieuwe achtergrond worden ingevoegd. Die techniek wordt ook chromakey genoemd. Ook voor de presentatie van het weerbericht wordt die techniek gebruikt.
  2. Een andere techniek is morphing. Met een computerprogramma worden twee afbeeldingen gemaakt. De computer berekent daarna de tussenliggende afbeeldingen. Wanneer de twee afbeeldingen met de tussenliggende beelden na elkaar worden zetten, zorgt de technologie voor een naadloze overgang tussen de twee afbeeldingen. Vaak gebeurt dat met de afbeeldingen van twee gezichten.

Slide 44 - Tekstslide

3. Een derde techniek die dankzij computertechnologie mogelijk is, is motion capture.

4. bullet time

Slide 45 - Tekstslide

Stop-motion films

Slide 46 - Tekstslide

Ontstaan + definitie
Hoewel velen denken dat dit een recente techniek is. 
Waren er al stop-motion films aan het begin van de 20ste eeuw

= filmtechniek waarbij een filmpje beeld voor beeld wordt gemaakt

Animatiefilm leent zich daar heel goed voor. 
In Vlaanderen is Emma De Swaef en Marc James Roels bekend om hun film Oh Willy. 

Slide 47 - Tekstslide

Opdracht 20 
Bekijk de filmfragmenten die de leerkracht je toont en vul de vragen in. 

Slide 48 - Tekstslide

Jullie beurt!! 
Jullie maken elk een eigen stop-motion filmpje van 0.30 seconden. 
Je maakt hiervoor eerst een storyboard in jullie. 

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Link

Slide 51 - Tekstslide