Betaalmiddelen LIMI

Betaalmiddelen
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens en samenlevingSecundair onderwijs

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Betaalmiddelen

Slide 1 - Tekstslide

Over welk betaalmiddel spreken we hier?
A
cash geld
B
debetkaart
C
kredietkaart
D
payconiq

Slide 2 - Quizvraag

Wat is het voordeel van cash geld?

Slide 3 - Open vraag

Wat zijn de risico's van cash geld?

Slide 4 - Open vraag

Over welk betaalmiddel spreken we hier?
A
cash geld
B
debetkaart
C
kredietkaart
D
payconiq

Slide 5 - Quizvraag

Hoe is deze kaart beveiligd?

Slide 6 - Open vraag

Welke risico's zijn er verbonden aan de debetkaart?

Slide 7 - Open vraag

Van welke rekening gaat het geld af?
A
Spaarrekening
B
Zichtrekening

Slide 8 - Quizvraag

Gaat het geld meteen van je rekening?
A
ja
B
nee

Slide 9 - Quizvraag

Daar stort je geld dat je wilt laten staan om te sparen.
A
zichtrekening
B
spaarrekening

Slide 10 - Quizvraag

Wat moet je doen wanneer je je debetkaart verliest?

Slide 11 - Open vraag

Slide 12 - Tekstslide

Welke fouten maakt Kamiel Spiessen in het filmpje?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Over welk betaalmiddel spreken we hier?
A
cash geld
B
debetkaart
C
payconic
D
kredietkaart

Slide 15 - Quizvraag

Gaat het bedrag meteen van je rekening bij een kredietkaart?

Slide 16 - Open vraag

Wat is het grootste risico van een kredietkaart?

Slide 17 - Open vraag

Een kredietkaart wordt beveiligd met een cvc-code. Wat is dit?

Slide 18 - Open vraag

Slide 19 - Tekstslide

Dit is een prepaidkaart. Wat is het voordeel hiervan?

Slide 20 - Open vraag

Over welk betaalmiddel spreken we hier?
A
cash geld
B
payconic
C
kredietkaart
D
debetkaart

Slide 21 - Quizvraag

Hoe wordt payconiq beveiligd?

Slide 22 - Open vraag

Waarom kan een betaling worden geweigerd?

Slide 23 - Open vraag

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Link

Even herhalen

Slide 26 - Tekstslide

Kredietkaart
Debetkaart
cash geld
Prepaidkaart
Payconic

Slide 27 - Sleepvraag

Bij verlies of diefstal van een betaalkaart bel ik eerst naar mijn bankkantoor
A
juist
B
fout

Slide 28 - Quizvraag

Slide 29 - Tekstslide

Bij het betalen met Payconiq gaat het geld onmiddellijk van de rekening af.
A
juist
B
fout

Slide 30 - Quizvraag

Bankkaart en debetkaart zijn synoniemen.
A
juist
B
fout

Slide 31 - Quizvraag

Voor geldafhalingen in België gebruik je beter een kredietkaart dan een debetkaart.
A
juist
B
fout

Slide 32 - Quizvraag

Je pincode schrijf je best ergens op, zodat je deze niet vergeet.
A
juist
B
fout

Slide 33 - Quizvraag

Bij verlies of diefstal van je debetkaart kan men nog tot € 50,00 contactloos betalen met je kaart.
A
juist
B
fout

Slide 34 - Quizvraag

Met een prepaidkaart kun je niet meer uitgeven dan het beschikbare bedrag.
A
juist
B
fout

Slide 35 - Quizvraag

Een jongere onder 18 jaar kan dit betaalmiddel niet gebruiken:
A
debetkaart
B
prepaidkaart
C
kredietkaart
D
payconiq

Slide 36 - Quizvraag

Het bedrag gaat onmiddellijk van je rekening.
A
kredietkaart
B
debetkaart

Slide 37 - Quizvraag