les 3. Discontovoet, geëist rendement en GBR

Financieel Management


Semester 1. Les 3.
Discontovoet, geëist rendement en GBR
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
Semester 1: International BusinessHBOStudiejaar 2

In deze les zitten 21 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Financieel Management


Semester 1. Les 3.
Discontovoet, geëist rendement en GBR

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van deze les weet je:
+ Wat de discontovoet en geëist rendement is
+ Hoe je het geëist rendement en de GBR kan berekenen.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Agenda
  • Terugblik vorige les
  • Bespreken opgaven les 2. 
  • Behandelen theorie discontovoet, geëist rendement en GBR
  • Maken huiswerk

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bespreken Huiswerk
Opgaven hoofdstuk 3.
4 tot en met 6

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opgave 4. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opgave 5. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opgave 6. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Discontovoet
Bij de berekening van de NCW werd gebruik gemaakt van een discontovoet. Waar komt deze vandaan? 

Om hier een antwoord op te kunnen geven moeten we terug naar de balans:

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergoeding Kapitaal




Het kapitaal wat een bedrijf aantrekt is niet gratis. 
De aandeelhouders (dividend / Ke) en bank (rente Kd) willen een vergoeding voor het beschikbare gestelde kapitaal ontvangen. 
Ko is het gewogen gemiddelde van Kd en Ke

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergoeding Kapitaal
  • Het dividend voor de aandeelhouders betaald het bedrijf vanuit de jaarlijkse nettowinst. 
  • In theorie kan het bedrijf jaarlijks de volledige nettowinst uitkeren. (in praktijk gebeurd dit niet omdat?)
  • De rente voor de bank lening / of het krediet in
    rekening-courant is als kostenpost binnen de resultatenrekening opgenomen. 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kosten vermogen bepalen
Als wij weten hoeveel rente wij moeten betalen aan de verschaffers van Vreemd Vermogen en met hoeveel rendement de eigenaren tevreden zijn kunnen we bepalen wat de kosten zijn van het totale vermogen. 


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld




De nettowinst € 7.000 /de rentekosten € 3.000

Gevraagd: Wat zijn de kosten (%) van het EV en VV?

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitwerking
Eigen vermogen: € 7.000 / € 40.000 = 0,18 (ofwel, 18%)
Vreemd vermogen: € 3.000 / € 60.000 = 0,05 (ofwel 5%)

Wat zegt dit

Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen wij het gewogen gemiddelde van de kostenvoet uitrekenen.
Dat betekent dat elke euro (€) aangetrokken vreemd vermogen ons 5% (of €0,05 per geleende euro) kost en elke euro eigen vermogen 18% (ofwel €0,18) kost. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gewogen gemiddelde 
Om het gewogen gemiddelde te berekenen hanteren wij de volgende formule: 
Ko = (VV/TV) x Kd + (EV/TV) x K

in dit voorbeeld: 
Ko = 0,6 x 5% + 0,4 x 18% = 10%

Ko = gewogen gemiddelde kostenvoet
Ke = kostenvoet eigen vermogen
Kd = kostenvoet vreemd vermogen 

De uitkomst zegt iets over het rendement wat een bedrijf bij een mogelijke investering wilt behalen. 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geëist rendement/Discontovoet
Een bedrijf streeft er altijd naar om te investeren in activa die een hoger rendement leveren dan dat de financiering daarvan (passiva) kost. 

Het rendement op de passiva (de financieringskosten) is het minimale rendement dat een onderneming wil verdienen met haar activa. We noemen dit rendement dan ook wel het 
geëist rendement of discontovoet

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GBR
  • Het GBR is het gemiddelde boekhoudkundige rendement. 
  • Bij de GBR-methode wordt een investering beoordeeld op basis van de (boekhoudkundige) rentabiliteit. 
  • Hieronder wordt verstaan de verhouding tussen de boekhoudkundige winst en het gemiddelde (boekhoudkundige) vermogen dat is gebruikt om deze winst te verdienen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

GBR
In formulevorm: GBR = Gemiddelde Jaarlijkse Nettowinst    
                                                Gemiddeld geïnvesteerd vermogen

  • Nettowinst: kan je halen uit de exploitatiebegroting
  • Gemiddeld geïnvesteerd vermogen: De boekwaarde van de vaste activa beginbalans + Vaste activa eindbalans / 2, 
  • Zonder balans: investering + restwaarde / 2



Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
  • Een investering in een project bedraagt € 300.000. 
  • De looptijd van het project is drie jaar, restwaarde nul.
  • De jaarlijkse netto ontvangsten zijn € 110.000


                                       Gevraagd: bereken de GBR 
 









Slide 18 - Tekstslide

Gemiddelde jaarlijkse winst = (jaarlijkse netto ontvangsten – jaarlijkse afschrijvingen)
    (110.000 + (300000/3) = € 10.000
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen = (initiële investering + restwaarde)/2.
     (300.000 + 0)/ 2 = 150.000
Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit € 10.000 / € 150.000 = 6.66%

Uitkomst GBR

Een project komt in aanmerking als de GBR groter is dan de discontovoet (gemiddelde vermogenskostenvoet). 

  • Nadelen GBR: geen rekening met tijdswaarde geld en verdeling winsten over looptijd project.
  • Voordeel: relatief eenvoudige manier om een investering te beoordelen. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zijn er nog vragen? 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Opgaven hoofdstuk 3.
7 tot en met 10
13 en 14

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies