7.8 reizen

Welkom 
1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolSpeciaal OnderwijsmavoLeerroute M

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Welkom 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoofdstuk 7.8
Waar is het station?

Slide 2 - Tekstslide

Spreektaal 1: reizen
H2: op straat
Dit is de provincie...
A
Zuid-Holland
B
Limburg
C
Zeeland
D
Flevoland

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

noorden
A
de
B
het

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noord
Zuid
Oost
West

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin.

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

de weg
Een plek waar je met de fiets of de auto kan rijden. 

Zin: De weg is voor fietsen gemaakt. 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oversteken
Als je wilt lopen op de weg. 

Zin: Jij moet hier eerst oversteken. 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het kruispunt
De wegen die kruisen. 

Zin: Ik sta bij de kruispunt met mijn fiets. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

dichtbij
ver

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

rechtdoor
  • niet naar links en niet naar rechts
  • zin: U loopt rechtdoor en dan de tweede straat rechts. Daar is de markt. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

links
  • aan de kant van je hart 
  • zin: Ik schrijf met links.
  • zin: Mijn buurman zit links van mij.
  • zin: Ik kijk naar links.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ver
  • Op een grote afstand
  • zin: Amerika ligt ver van Nederland.
  • zin: Hoe ver is het naar de supermarkt?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

rechts
  • rechts <----> links
  • zin: De meeste mensen schrijven met rechts

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

MAAK EEN ZIN MET: links.
timer
1:00

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

MAAK EEN ZIN MET
: het kruispunt.
timer
1:00

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een zin met: de weg.
timer
1:00

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Wat zie je?
Waar gaat de man en het kind heen?
Vraag jij wel eens de weg op straat?
Wat vraag je dan?
We gaan luisteren naar het fragment.

Slide 19 - Tekstslide

Spreektaal 1: reizen
H2: op straat

Fragment: op straat
Wat vraagt William aan de tweede persoon?
A
Weet u waar de Brinkstraat is?
B
Welke straat is dit?
C
Waar is de Brinkstraat?

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

We luisteren nog een keer naar de laatste vrouw.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar is de Brinkstraat?
A
B

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe lang duurt het lopen naar de Brinkstraat?

Slide 23 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

De weg wijzen
linksaf       rechtsaf
rechtdoor
kruispunt

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Spreken: de weg vragen.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A: Mag ik u iets vragen?
A: Bent u bekend in deze buurt?

A: Hallo, weet u waar het politiebureau is?


A: Oke, dank u wel.
B: Ja, natuurlijk.
B: Nee, helaas niet. Ik kan u niet helpen.

C: Even kijken... U moet bij het kruispunt linksaf. Daar is het politiebureau.

C: Graag gedaan.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

A: Mag ik u iets vragen?

A: Ik zoek de bibliotheek. Waar kan ik die vinden?

A: Oke, dank u wel.
B: ___________________

B: ___________________


B: ___________________

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Luister goed. Waar is...

Slide 28 - Tekstslide

Op de volgende dia staat een plattegrond. Er staan cijfers op bepaalde plekken. Geef een beschrijving van de route naar een van de cijfers. Na het horen van de beschrijving moeten ze zeggen waar ze zijn op de kaart. 

De route begint bij de X.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is dit?

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Tekst
Tekst
Tekst
1
2
3
4
5
met de bus
Mijn tante
wil
naar Spanje.
volgende week

Slide 37 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tekst
Tekst
Tekst
zonder inversie
1
2
3
4
5
naar de winkel.
Mijn moeder
gaat
op de fiets
vandaag

Slide 38 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Combineer het vervoersmiddel met de juiste naam.
de kinderwagen
de fiets
de tram
de bus
het vliegtuig

Slide 39 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

het ongeluk
het station
de file
de trein
het verkeer

Slide 40 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Ik luister muziek op de fiets.
Ja
Nee

Slide 42 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Heeft jouw fiets verlichting?
Ja
Nee
Weet ik niet

Slide 43 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Wie belt er wel eens op de fiets?
Ja, altijd
Ja, soms.
Nee, nooit!

Slide 44 - Poll

Vraag door. 

Waarom? 
Heeft jouw fiets goede remmen?
Ja
Nee

Slide 45 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Fiets je met een medecursist naar
school?
Ja
Nee
Soms

Slide 46 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 47 - Video

Deze slide heeft geen instructies