basisstof 4 spieren

Planning 

  1. Herhaling 7.3 beenverbindingen 
  2. Uitleg 7.4 spieren 
  3. Maken  
  4. Korte herhaling leerdoelen. 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Planning 

  1. Herhaling 7.3 beenverbindingen 
  2. Uitleg 7.4 spieren 
  3. Maken  
  4. Korte herhaling leerdoelen. 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basisstof 4.4 spieren 

Aan het eind van de les kan je de werking van spieren beschrijven. 
Aan het eind van de les kan je de bouw van spieren beschrijven. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke 3 soorten botverbindingen zijn er?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Gewrichtskogel
Gewrichtskapsel
Gewrichtskom

Slide 4 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gewrichtssmeer
Gewrichtskapsel
Kapselband
Kraakbeenlaagje
Houdt botten bij elkaar
Geeft extra stevigheid aan grote gewrichten
Bescherming van botten tegen slijtage
Soepel bewegen van het gewricht

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Aan je botten zitten spieren vast.
Alle skeletspieren in het lichaam samen vormen het spierstelsel.



Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de sterkste spier in je lichaam?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

tot 2:27
Ook heb je naast skeletspieren spieren in organen.
Bijvoorbeeld in de wand van je maag en je darmen -> onbewust

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Is je hart een spier?
JA
Nee

Slide 10 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Pezen 
Met pezen zit een spier vast aan een bot .
De plaats waar de spier vast zit heet de aanhechtingsplaats .
spier= wel samentrekken 
pees= niet samentrekken. 

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pezen 
 Als een spier  samentrekt, wordt hij korter en dikker. 
De spier trekt botten naar elkaar toe. Hierdoor ontstaat beweging
Als de kuitspier samentrekt, gaat het hielbeen omhoog

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antagonisten 
Iedere spier heeft een antagonist.

Een spier kan namelijk zichzelf niet ontspannen: daar heeft hij zijn antagonist voor nodig!!

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een antagonist en leg uit hoe dat werkt?

Slide 14 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Wat ga je doen? 
Wat
1. Lezen 4.4 (boek blz. 30 & 32) (markeer de belangrijkste dingen die in de les zijn besproken)
2. Maak opdrachten in online boek: 4.4: 1 t/m 8         
3. Leren afb. 1 + 2 + 3 (het spierstelsel + de kuitspier + antagonistisch paar)
Hoe: eerst 10 minuten individueel zonder vraag te stellen, daarna mag je je vinger opsteken als je vraag hebt.
Hulp: De tekst
Klaar: 1. Als je extra uitdaging wilt, maak je ook opdrachten 9 en 10 of 2. Test Jezelf en flitskaarten B2 of 3. Maken samenvatting 4.2


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een antagonist?
A
Een spier met een tegengestelde werking
B
Een spier met dezelfde werking
C
Allemaal pezen bij elkaar

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er met een spier die zich samentrekt?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies