Eetcultuur en wensen

KEUZEDEEL:
EETCULTUUR EN WENSEN
1 / 52
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 52 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

KEUZEDEEL:
EETCULTUUR EN WENSEN

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Video

Wat is typisch voor de Nederlandse eetcultuur?

Slide 3 - Woordweb

Eetwensen vanuit Cultuur of een religie

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Levens- en geloofsovertuigingen

Slide 8 - Tekstslide

Christendom 

  • In het christendom mag eigenlijk alles gegeten worden. 
  • Vroeger hield men wel op vrijdag visdag. Op die dag werd er geen vlees gegeten. 
  •  Op feestdagen worden er wel speciale dingen gegeten. 
  • Katholieken kennen ook een vastenperiode. Dit is tussen carnaval en Pasen in. Carnaval is het feest van de vastenavond gevolgd door Aswoensdag. 
  • Dit is dan het begin van de vasten die 40 dagen duurt.

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Wat eten hindoes niet vanwege het geloof?
A
Rijst
B
Aardappelen
C
Rund-of kalfsvlees
D
Water

Slide 14 - Quizvraag

Wat eten moslims?
Wel
Niet
Vlees van varkens
Alcohol
Rundvlees
Kip
Schapenvlees
Halal
Haram

Slide 15 - Sleepvraag

Wat valt onder koosjere voeding (Joodse geloof)?
A
Geen varkensvlees
B
Geen bloed van dieren in de gerecht
C
Geen gelatine
D
Melk niet in contact met vlees

Slide 16 - Quizvraag

Eetwensen vanuit allergieën

Slide 17 - Tekstslide

Benoem alle allergenen
die jij kent

Slide 18 - Woordweb

De 14 Allergenen

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Video

Wat gebeurd er

  • Bij mensen met een voedselallergie reageert het afweersysteem abnormaal sterk op eiwitten in ons voedsel

Deze eiwitten worden allergenen genoemd

  • Ze kunnen deze eiwitten niet goed afbreken

  

Slide 21 - Tekstslide

Wat kan het lichaam niet waardoor de allergische reactie ontstaat?
A
Het eiwit afbreken
B
Het eiwit transporteren
C
Het eiwit opslaan
D
Het eiwitten opnemen

Slide 22 - Quizvraag

Allergische reactie
  • Allergische reacties gaan gepaard met symptomen als jeuk, zwellingen, uitslag,
    kortademigheid of overgeven.  

  • De ernstigste reactie is een anafylactische shock
Hierbij zijn de symptomen als volgt:
Een sterk verlaagde bloeddruk en bewusteloosheid
kunnen levensbedreigend zijn.
 

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Anafylactische shock
  • Een anafylactische reactie kan optreden na inname van het allergeen, maar ook na
    inademing ervan, of na huidcontact met de betreffende stof.  

  • De ernstigste vorm van anafylactische reactie kan soms in enkele minuten tot de
    dood leiden als deze niet meteen wordt behandeld.  



Slide 25 - Tekstslide

Welk apparaat moet je gebruiken bij een anafylactische schok
A
Balpen
B
Eko pen
C
niks
D
Epi pen

Slide 26 - Quizvraag

Wat zit er in de Epi pen?
A
Benzine
B
Vocht
C
Antibiotica
D
Adrenaline

Slide 27 - Quizvraag

Coeliakie
Beschadigd de darmslijmvlies.
Daardoor ontstaat ook vaak een lactose-intolerantie.

Slide 28 - Tekstslide

Gluten zit in:
Granen zoals:
Tarwe
rogge
haver
gerst
en alle producten waarin deze granen zijn verwerkt

Slide 29 - Tekstslide

Lactose intolerantie

Slide 30 - Tekstslide

Lactose
zit in:
melk en melkproducten 
brood gebak koekjes margarine soepen sauzen en sommige medicijnen

Slide 31 - Tekstslide

Lactose veroorzaakt darmgisting en daardoor:
Last van:
misselijkheid buikpijn opgezette buik winderigheid diarree

Slide 32 - Tekstslide

Hoe kom je erachter?
Lees het etiket! Dikgedruk = allergeen

Slide 33 - Tekstslide

Welke product is geen allergeen volgens de EU?
A
Melk
B
Weekdieren
C
Maanzaad
D
Sesamzaad

Slide 34 - Quizvraag

Anafylaxie shock kan vooral voorkomen bij
A
Pinda's
B
Noten
C
Schaaldieren
D
Alle drie zijn goed

Slide 35 - Quizvraag

Gluten komen voor in....
A
Granen
B
Tarwe
C
Rogge
D
Alle drie zijn goed

Slide 36 - Quizvraag

Wat is de functie van gluten?
(meerdere antwoorden mogelijk)
A
om iets te laten rijzen
B
smaakverbeteraar
C
conserveren van voeding
D
Bindmiddel

Slide 37 - Quizvraag

Lactose is........
A
Water in de melk
B
Een suiker in de melk
C
Kramp in je maag
D
De witte kleur van de melk

Slide 38 - Quizvraag

Kunnen mensen met coeliakie ook van één broodkruimel klachten krijgen?
A
Ja
B
Nee

Slide 39 - Quizvraag

Eetwensen vanuit een levensovertuiging

Slide 40 - Tekstslide

Noem 2 redenen om vegetarisch te eten?

Slide 41 - Open vraag

Vegetarische voeding
Geen vlees en geen vis.
Waarom?
- Voor de dieren
- Voor de gezondheid
- Voor het milieu


Slide 42 - Tekstslide

Slide 43 - Video

Twee soorten vegetariers
Lactosvegetariers:
- gebruiken niets van het dode dier
- wel melk, zuivelproducten en eieren


Veganisten / streng vegetariers
- gebruiken geen enkel product van dieren (gelatine, honing)
- eten enkel plantaardige producten



Slide 44 - Tekstslide

Wat betekend alternatieve voeding?
A
Dat je hetzelfde eet als de meeste anderen
B
Dat je voeding anders is dan de meeste anderen

Slide 45 - Quizvraag

Vervanging
In vlees en vis zitten stoffen die de mens nodig heeft: 
IJzer en Eiwit
op een andere manier binnenkrijgen door noten en eieren te eten. 
- Voor veganisten is het moeilijk -> risico op een vitamine B12-tekort + bloedarmoede ; veel volkoren producten, soja, groenten en fruit 

Slide 46 - Tekstslide

Veganisten
Lactovegetariërs
Vegetariërs
Geen vlees en vis
Niet van het dode dier
Geen enkel product van dieren

Slide 47 - Sleepvraag

Eetwensen vanuit Duurzaamheid

Slide 48 - Tekstslide

Duurzame voeding

Slide 49 - Tekstslide

Wat is duurzame voeding?
Respect voor mens, dier en milieu:
  • Eerlijke handel
  • Aandacht voor dierenwelzijn
  • Geen schade aan milieu (voetafdruk)


Waar komt jouw eten vandaan?

Slide 50 - Tekstslide

Duurzaamheid
- Biologisch
- Dierenwelzijn
- Fairtrade
- Seizoensgebonden
-  Streekproducten
-  Tegengaan verspilling

Slide 51 - Tekstslide

Slide 52 - Video