,

Les 2: Organismen ordenen

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 1-4

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we vandaag doen?
Eerst: 
  • Waar staan we nu? 

Inhoudelijk: 
  • Organismen ordenen

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode #
  • Periode 2: Boek A 3. Ordening & Boek B 4. Stevigheid en beweging
  • Week 2: Organismen ordenen
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Nabespreken  toets
B1: Organismen ordenen
B4+5: Schimmels en bacteriën. 
herhaling

B2: Dieren
SO 1
B1: Skelet
B2+3:
Botten en botverbindingen
B4: Spieren
SO 2
Herhaling
Herhaling + PO

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weten jullie nog? 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

soorten cellen

Slide 5 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
kenmerken van organismen

Slide 6 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
Een wezen dat de levenskenmerken had, maar niet meer heeft.
A
Levend
B
Dood
C
Levenloos
D
Organisme

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn levenskenmerken?
A
hoe groot en zwaar een organisme is
B
kenmerken van een levend organisme
C
de ontwikkeling van een organisme
D
kenmerken van een dood organisme

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is GEEN levenskenmerk?
A
Steeds langer worden
B
Van een ladder vallen
C
Naar de tv kijken
D
Boterham eten

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Middenrif
Buikholte
Borstholte

Slide 10 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
  • R: Je kan benoemen dat organismen ingedeeld worden in 4 rijken: bacteriën, schimmels, planten en dieren

  • R: Je herkent de verschillende cel kenmerken van de verschillende rijken


Slide 11 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Ordenen? 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ordenen op vorm
vorm = een kenmerk

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ordenen op kleur
kleur = een kenmerk

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Alle organismen ordenen we in 4 rijken (groepen). Welke? 
Dieren, planten, schimmels en bacteriën

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4 rijken:
De groepen hebben verschillende cellen. Je kijkt naar:
1. celkern
2. celwand
3. bladgroenkorrels

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Celkern

Celwand

Bladgroenkorrels

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
verdelen van bladeren

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Een plantencel heeft:
A
wel een celkern - wel een celwand - wel bladgroenkorrels
B
wel een celkern - wel een celwand - GEEN bladgroenkorrels
C
GEEN celkern - wel een celwand - GEEN bladgroenkorrels
D
GEEN celkern - wel een celwand - wel bladgroenkorrels

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat heeft een plantencel wel en een dierencel niet?
A
Celmembraan, celkern, chloroplasten
B
Chloroplasten, chromosomen, celwand
C
Celwand, chromoplasten, chloroplasten
D
Celkern, celwand, chromoplasten

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

- Dieren hebben veel verschillende ________
- Cellen van mensen hebben                                                 ____________ kenmerken als cellen van dieren.
-De __________  regelt alles wat er in de cel gebeurt.
-Een dierlijke cel bestaat voor een groot deel 
uit _____
-Om de cellen van dieren ligt een _________
Dezelfde 
Celmembraan 
Celplasma
Celkern 
Cellen 

Slide 21 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Plantencel
Dierlijke cel
Schimmelcel
Bacteriecel

Slide 22 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke onderdelen van de plantencel worden hier aangegeven? 
Celwand
Celkern
Bladgroenkorrel
Cytoplasma
Vacuole

Slide 23 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Hoe worden organismen verdeeld?

Slide 24 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Wat: Opdracht 1 blz. 152
Hoe: in tweetallen 
Hoelang: 3 minuten

timer
3:00

Slide 27 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Aan de slag
Wat: Opdracht 2 t/m 6
Hoe: in tweetallen op fluistertoon 
Hoelang: 10 minuten
Klaar?: extra opdrachten 7 en 9

Niet af = huiswerk na de vakantie

Slide 28 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 29 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 30 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 31 - Open vraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kan benoemen dat organismen ingedeeld worden in 4 rijken: bacteriën, schimmels, planten en dieren
  2. Je herkent de verschillende cel kenmerken van de verschillende rijken

Slide 32 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
  • kenmerken
  • rijken
  • celkern, celwand, bladgroenkorrels
  • soort
  • vruchtbaar
  • planten
  • dieren
  • bacteriën
  • schimmels

Slide 33 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 34 - Open vraag

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies