2.2 Luchtdruk

Hst 2 par 2 luchtdruk
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Hst 2 par 2 luchtdruk

Slide 1 - Tekstslide

indeling les
  • Herhaling toets fase en faseovergangen
  • vragen over de vorige paragraaf
  • uitleg par. 6.2 luchtdruk
  • werken aan opdrachten
  • afsluiting

Slide 2 - Tekstslide

Korte toets herhaling
Welke fases zijn er?
Noteer de faseovergangen en met de fases die daarbij horen.

Slide 3 - Tekstslide

leerdoelen
  • Je kunt uitleggen hoe de luchtdruk op het aardoppervlak en op  jezelf ontstaat.
  • Je kunt beschrijven op welke manier je de grootte van de luchtdruk kunt meten
  • Je kunt de kenmerken van lagedrukgebieden en hogedrukgebieden benoemen.
  • Je kunt het verband beschrijven tussen de luchtdruk en de hoogte in de atmosfeer.
  • Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met de gasdruk in een afgesloten ruimte.
  • Je kunt beschrijven op welke manier je de grootte van de gasdruk kunt meten.
  • Je kunt de absolute druk berekenen als je de overdruk kent, en omgekeerd.
  • Je kunt vier verschillende eenheden van druk herkennen en omrekenen.

Slide 4 - Tekstslide

Atmosferisch druk
  • Wordt ook luchtdruk genoemd
  • Alle lucht die boven je is.

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Luchtdruk
  • in dampkring zit lucht, deze wordt ook door de aarde aangetrokken.
  • daardoor wordt op iedere vierkante centimeter een druk uitgeoefend van 10 N
  • druk van de lucht is dus 10 N/cm2

Slide 7 - Tekstslide

Luchtdruk
  • druk op oppervlakte van 1 m2 is 100.000 N
  • 1 Pa = 1 N/m2
  • Pa staat voor Pascal, eenheid van luchtdruk
  • 100 Pa = 1 hPa
  • hectoPascal (hPa) is de eenheid die gebruikt wordt door meteorologen
  • 1 hPa = 1 milibar (mbar) is ook een eenheid die gebruikt wordt door meteorologen.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Hoe kan het dat hoger in de atmosfeer een lagere luchtdruk is?
A
er drukt meer lucht op 1 cm2
B
er drukt minder lucht op 1 cm2

Slide 10 - Quizvraag

druk / hoogte
moleculen / hoogte

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Luchtdruk
990 hPa (mbar)= 80% kans op regen
1000 hPa (mbar) = 70% kans op regen
1010 hPa (mbar)= 40% kans op regen
1020hPa (mbar)= 20% kans op regen
1030 hPa (mbar) = 10% kans op regen
Hoge luchtdruk = goed weer
lage luchtdruk = slecht weer

Slide 13 - Tekstslide

Barometer
  • Laat de plaatselijke luchtdruk zien
  • Gemiddelde druk op zeeniveau 1013 hPa
  • kan gemeten worden tussen tussen de 970 en 1050 hPa

Slide 14 - Tekstslide

Werking barometer
  • in metalen doosje (wit op plaatje) is een erg lage luchtdruk
  • doosje wordt door luchtdruk ingedrukt
  • hoe verder ingedrukt, hoe hoger de luchtdruk in de buitenlucht

Slide 15 - Tekstslide

Hoe hoger, hoe minder luchtdruk

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Zijaanzicht luchtdruk

Slide 18 - Tekstslide

Punten met een gelijke luchtdruk
heten:
A
Isobaren
B
Isothermen
C
Isotopen
D
Isostaren

Slide 19 - Quizvraag

Bij een hoge druk gebied hebben we
A
Nat en koud weer
B
Stabiel en nat weer
C
Nat en warm weer
D
Stabiel en droog weer

Slide 20 - Quizvraag

Wind waait van
A
Hoge druk naar lage druk
B
Lage druk naar hoge druk
C
Koud en nat weer
D
Warm en droog

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Video

leerdoelen
  • Je kunt uitleggen hoe de luchtdruk op het aardoppervlak en op  jezelf ontstaat.
  • Je kunt beschrijven op welke manier je de grootte van de luchtdruk kunt meten
  • Je kunt de kenmerken van lagedrukgebieden en hogedrukgebieden benoemen.
  • Je kunt het verband beschrijven tussen de luchtdruk en de hoogte in de atmosfeer.
  • Je kunt uitleggen wat wordt bedoeld met de gasdruk in een afgesloten ruimte.
  • Je kunt beschrijven op welke manier je de grootte van de gasdruk kunt meten.
  • Je kunt de absolute druk berekenen als je de overdruk kent, en omgekeerd.
  • Je kunt vier verschillende eenheden van druk herkennen en omrekenen.

Slide 23 - Tekstslide

Lees de paragraaf een keer door
Maak de opdrachten van par. 2.2 Luchtdruk
Klaar? Kijk na met een andere kleur.

Slide 24 - Tekstslide

Opgaves
Basics
1 + 2
invulvragen
Gevorderde
3 + 4 + 6
80% toets
Expert
9 + 10
Uitdaging
Essentials =
Basics+Gevorderde
1 + 2 + 3 + 4 + 6
Advanced =
Gevorderde + Expert
3 + 4 + 6 + 9 + 10

Slide 25 - Tekstslide

lesdoelen gehaald?
je weet nu
  • wat atmosferische druk inhoudt
  • hoe een barometer werkt
  • wat isobaren zijn

Slide 26 - Tekstslide