Fictie - 3 vwo

Wat voor boek?
  • lezenvoordelijst.nl 
  • Leeftijdscategorie 12 t/m 15:
    vanaf niveau 3 

  • Leeftijdscategorie 15 t/m 18:
    alle niveaus 

  • Nederlandse schrijver 

  • fictieopdrachten per periode
1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 15 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat voor boek?
  • lezenvoordelijst.nl 
  • Leeftijdscategorie 12 t/m 15:
    vanaf niveau 3 

  • Leeftijdscategorie 15 t/m 18:
    alle niveaus 

  • Nederlandse schrijver 

  • fictieopdrachten per periode

Slide 1 - Tekstslide

0

Slide 2 - Video

Smaak en smaakontwikkeling
  • Je leeservaring
  • Je leesvaardigheid
  • Je veranderde kennis en interesse
  • Je leeftijd
  • Je levenservaring

Slide 3 - Tekstslide

Bedoeling van fictie
  • Meeleven met personages
  • Nadenken over de wereld/ zichzelf
  • Nadenken over het onderwerp
  • Genieten van de schrijfstijl
  • Ontspanning

Slide 4 - Tekstslide

Kwaliteit van fictie
  • Vernieuwend
  • Doordachte opbouw
  • Karakters goed beschreven
  • Goede schrijfstijl
  • Bekende uitgeverij

Slide 5 - Tekstslide

Personages
Hoofd- en bijpersonen

Hoofdpersonen
  • - draait het verhaal om
  • - soms meerdere personen
  • - vaak doel of opdracht

Slide 6 - Tekstslide

Personages
Hoofd- en bijpersonen

Bijpersonen
  • - helpers van de hoofdpersonen
  • - soms tegenstander, maar hoeft dus niet

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Medespelers en figuranten
Bijfiguren kun je onderverdelen in medespelers en figuranten.

  • Medespelers
Medespelers spelen een rol in het verhaal, maar minder groot dan die van de hoofdpersoon.
  • Figuranten 
Figuranten komen enkel voorbij, worden enkel genoemd in het verhaal, maar spelen geen rol in het verhaal.
.

Slide 9 - Tekstslide

Personages
beschrijven

  • - uiterlijk
  • - kenmerken
  • eigenschappen

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Personages
leren kennen

- Direct(rechtstreeks)
- Indirect(je moet het zelf afleiden van wat er in de tekst staat)


Slide 13 - Tekstslide

Personages


- Ontwikkeling

Slide 14 - Tekstslide

Aan de slag :-)
- lees de tekst op bladzijde 105 
- maak opdracht 1 in tweetallen
- lees de leestips op blz 110
- maak opdracht 3
- klaar?  Maak opdracht 4 en start met opdracht 5

Slide 15 - Tekstslide