les 3 - 5H - P1

programa de martes 1 y jueves 3 de septiembre
leer la Mara/hwcheck
revisar los deberes
actividades de clase
Objeto directo/indirecto
Los deberes




1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

programa de martes 1 y jueves 3 de septiembre
leer la Mara/hwcheck
revisar los deberes
actividades de clase
Objeto directo/indirecto
Los deberes




Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

programa de martes 1 y jueves 3 de septiembre
leer la Mara/hwcheck
revisar los deberes
actividades de clase
Objeto directo/indirecto
Los deberes

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lee La Mara p. 1-3 (Capítulo 1)
Los deberes: La mara - prólogo
Libro 1/C1 ej 2, 4, 5, 6, 7, 8

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mara Salvatrucha
Capítulo 1:
1. ¿Por qué dice el narrador que fueron los trece segundos más largos de su vida? 
2. La familia del narrador es originaria de El Salvador. ¿Por qué su familia está en LA? 
3. ¿Qué les pasó a los padres cuando se fueron a vivir en Los Ángeles? 
4. ¿Por qué el padre del narrador y sus amigos formaron su propia pandilla?


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lee La Mara p. 1-3 (Capítulo 1)
Los deberes: La mara - prólogo
Libro 1/C1 ej 2, 4, 5, 6, 7, 8

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ejercicio 2:
¿Qué significa la moda para ti?

Slide 6 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Link

Deze slide heeft geen instructies

  • Vida y muerte en la mara Salvatrucha: leer hasta p. 8
  • C1 hacer eje 10 (escuchar), 11 (voca),
  • Leer ej 13 + gram B + hacer eje 14abc (gramática)
  • Hacer eje 15 (leer) +16 (voca)
Semana 3
31 de agosto- 4  de septiembre

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Clase 1
  • Paso Adelante 4 libro 1/C1
  • hacer ej 10 (escuchar), 11 (voca) y
  • leer ej 13 
       + gram B 
       + hacer ej 14abc (gramática)
  • Leer en La Mara Salvatrucha
  • página 1 hasta 3
  • Haz una lista de palabras
C1 Ej 10A
C1 Ej 10B
C1 Ej 10C
Capítulo 1

Slide 9 - Tekstslide

Na het invullen en nakijken van het document (antwoordmodel op de drive) kan je bingo gaan spelen als lln hun bingo kaart hebben ingevuld. Dit doen ze middels het zelf kiezen van 9 grammatica elementen uit kolom 1 en deze in te vullen op hun bingokaart (dus niet alleen een nummer of het onderwerp laten opschrijven!). 
Roep zelf een grammatica onderwerp (kies dus uit die 30) en streep voor jezelf af welke je geroepen hebt. Ga door tot er een bingo is. 
Ga eerst voor een bingo (bijvoorbeeld) horizontaal of een vierkant vak. Daarna kan je doorgaan voor een hele bingokaart. Zorg voor iets lekkers als prijsje. 
Clase 2
  • Paso Adelante 4 libro 1/C1
  • hacer ej 15 (leer) + 16 (voca)
  • Leer en La Mara Salvatrucha
  • hasta página 8
  • Haz una lista de palabras
Capítulo 2
Capítulo 3

Slide 10 - Tekstslide

Na het invullen en nakijken van het document (antwoordmodel op de drive) kan je bingo gaan spelen als lln hun bingo kaart hebben ingevuld. Dit doen ze middels het zelf kiezen van 9 grammatica elementen uit kolom 1 en deze in te vullen op hun bingokaart (dus niet alleen een nummer of het onderwerp laten opschrijven!). 
Roep zelf een grammatica onderwerp (kies dus uit die 30) en streep voor jezelf af welke je geroepen hebt. Ga door tot er een bingo is. 
Ga eerst voor een bingo (bijvoorbeeld) horizontaal of een vierkant vak. Daarna kan je doorgaan voor een hele bingokaart. Zorg voor iets lekkers als prijsje. 
Capítulo 2:
1. ¿Cuántos miembros hay en la familia del narrador? 
2. El narrador dice que un día su familia cambió para siempre, ¿qué pasó? 
3. Los pandilleros de la Calle 18 dispararon a la madre del narrador. ¿Por qué? 
4. El narrador dice que su madre y su hermano pasaron por el ‘territorio’ de los de la pandilla Calle 18, ¿en qué consiste el «territorio» de una pandilla? ¿Cómo lo consiguen?


Capítulo 3:
1. El narrador dice que cuando su padre salió, fue la última vez que lo vio, ¿por qué? 
2. ¿Qué le pasó a su padre después de que lo arrestaran?  
3. El narrador no sabe seguro lo que le pasó a su padre, ¿cómo puede esto afectarle? 
4. ¿Qué se sabe seguro de lo que pasó con los salvatruchas cuando regresaron a El Salvador? ¿Cómo influyó el regreso de los salvatruchas a El Salvador en su expansión?

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TOETS EXAMENIDIOOM DON 11/9
Regel je WIFI vooraf 
Toets is in Remindo
leren: Voca boek 1: C1+2 S-N + imperfecto/indefinido (wwblad in classroom)
0,2 op je MO als je een 6 of hoger haalt (ook in P2 en 3)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een meewerkend voorwerp/ objeto indirecto?
Degene die iets ontvangt/verneemt of van wie iets wordt afgenomen(persoon, dier of ding)


Ejemplos/ voorbeelden:   
Maria geeft een auto aan haar vader. (Maria le da un coche)
Pedro kocht een ketting voor zijn vriendin. (P le compró un ...)
Ik vroeg (aan) haar of ze nog naar het feest gaat. (Yo le pregunté si todavía va a la fiesta)





Vraag:  aan/ voor wie + wwg

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Objeto indirecto Meewerkend voorwerp
Plaatsing in de zin: 

vóór de persoonsvorm of achter een infinitief:
Te voy a escribir un email / Voy a escribirte un email

bij (bevestigende) gebiedende wijs altijd erachter:
¡Escríbeme!



Staat er ook een lijdend voornaamwoord in de zin? Eerst MV dan LV!

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een lijdend voorwerp/ objeto directo?
Ejemplos/ voorbeelden:   
Maria compra un coche nuevo = Maria koopt een nieuwe auto =>
Maria lo compra
Mi madre come una pizza = Mijn moeder eet een pizza. => Mi madre la come.


Wie of wat koopt Maria=een nieuwe auto. 


Vraag:  wie of wat + wwg

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Meewerkend en lijdend voorwerp
Objeto indirecto (meewerkend voorwerp)
  • Doy un vaso de agua a Ana. -> Le doy un vaso de agua.
  • Compras un regalo para mí. -> Me compras un regalo.

Objeto directo (lijdend voorwerp)
  • Veo al hermano de Juan. -> Lo veo.
  • Veo unos gatos -> Los veo.


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Pers.vnw. LV en MV
Meewerkend  Voorwerp
Lijdend Voorwerp
me
me
te
te
le (se)
lo / la
nos
nos
os
os
les (se)
los / las

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Het LV + MV samen in één zin.
1. Zowel het LV als het MV kunnen in één zin voorkomen. 

2. De pers. vnw. van het LV en MV staan in principe allebei voor het vervoegde werkwoord (pv), maar als ze samen in één zin staan is de volgorde: MV- LV 


Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

 Het LV + MV samen in één zin.
3. De pers. vnw. van het MV le/les wordt vervangen door se als er lo, la, los of las achter staat.
Voorbeeld: ¿Les (MV) has dado las flores (LV) a tus padres?
Ja, ik heb ze gegeven aan hen.
Sí, les las he dado. = Sí, se las he dado.
les = a tus padres
las = las flores

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappenplan LV/MV
  1. Bepaal het onderwerp en vervoeg het werkwoord.
  2. Bepaal het lijdend voorwerp en het meewerkend voorwerp.
  3. Schrijf de corresponderende korte vormen op (me, te...).
  4. Zet de zin in de juiste volgorde: MV - LV - PV.
  5. Combinatie le(s) + lo(s)/la(s)? Dan wordt MV se.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

El orden de las palabras=zinsvolgorde 3
  • De volgorde van de persoonlijke voornaamwoorden is als volgt:
      meewerkend voorwerp + lijdend voorwerp + werkwoord. Me lo han regalado. 
  • Persoonlijke voornaamwoorden worden direct achter een bevestigende imperativo geplaatst. Ze vormen dan één woord. ¡Dámelo!
  • Persoonlijke voornaamwoorden komen voor OF achter een infinitief of gerundio.                                                                        Voy a comerlo ahora/ Lo voy a comer.      Estoy escribiéndola/La estoy escribiendo.

  • In het Spaans vindt een verdubbeling plaats van het LV in de vorm van een persoonlijk voornaamwoord als het LV bepaald is (in het voorbeeld: estas cosas) en voorafgaat aan het werkwoord. De ontkenning komt vóór het persoonlijk voornaamwoord. Estas cosas no las entiendo. - Wil je dit vermijden? Dan zet je de zin in de 'normale' volgorde: No entiendo estas cosas.
  • Verdubbeling van LV en MV. Als het LV of MV voorafgaat aan de persoonsvorm, dient dit herhaald te worden door het persoonlijk voornaamwoord.      A mi tío no lo veo nunca.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deberes para el martes 8 de septiembre
Has leído todo hasta la página 8 de la Mara Salvatrucha.
+ has hecho una lista de palabras + contestado las preguntas.
+ 4 libro 1/C1 hacer ej 10 (escuchar), 11 (voca) y leer ej 13 
       + gramática B 
       + hacer ej 14abc (gramática), 15 (leer), 16 (voca)

Slide 23 - Tekstslide

Na het invullen en nakijken van het document (antwoordmodel op de drive) kan je bingo gaan spelen als lln hun bingo kaart hebben ingevuld. Dit doen ze middels het zelf kiezen van 9 grammatica elementen uit kolom 1 en deze in te vullen op hun bingokaart (dus niet alleen een nummer of het onderwerp laten opschrijven!). 
Roep zelf een grammatica onderwerp (kies dus uit die 30) en streep voor jezelf af welke je geroepen hebt. Ga door tot er een bingo is. 
Ga eerst voor een bingo (bijvoorbeeld) horizontaal of een vierkant vak. Daarna kan je doorgaan voor een hele bingokaart. Zorg voor iets lekkers als prijsje.