H8.1 Populatiedynamiek in ecosystemen

8.1 Populatiedynamiek in ecosystemen
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

8.1 Populatiedynamiek in ecosystemen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen 8.1
  • Je kunt de energiestromen volgen in een voedselweb en voedselketen en de verschillende rollen van producent, consument, reduceert en detrituseter aanwijzen
  • Je kunt de termen organische stof, anorganische stof en assimilatie gebruiken
  • Je kunt beschrijven wat de draagkracht van een gebied bepaalt en wat een beperkende factor is

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Voedselweb
  • Een voedselweb met alle organismen van een ecosysteem vormt een overzicht van de biotische factoren van een ecosysteem
  • Er is dankzij voedselketens altijd een kringloop van stoffen in een ecosysteem
  • De pijlen gaan in de richting van waar de energie heen gaat: richting het 'volgende' niveau dus.
  • Standaard voedselketen: Producent --> consument 1e orde (herbivoor) --> consument 2e orde (carnivoor) --> afvaleters en reducenten



Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Organische en anorganische stoffen

- Organische stoffen zijn afkomstig van organismen en hebben C én H atoom. 
- Anorganische stoffen zijn alle stoffen zonder C en H, zoals zouten, mineralen, zuurstof, water 

Is methaangas organisch?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Detrituseters en reducenten
Detritus-eter(afvaleter): organisme dat leeft van 
dood organisch materiaal ->dode dieren en planten/
maar ook restafval (poep etc) (detritus). 

Deze afvaleters doen het voorwerk voor de reducenten, micro-organismen (bacteriën, sommige schimmels) die organisch afval verder afbreken (mineralisatie) tot
anorganische stoffen > weer opgenomen door planten

Slide 9 - Tekstslide

Binas 93E1
1. Wat zijn de producenten? Hoe noem je deze organismen ook?
2. Noem een voorbeeld van een herbivoor
3. Noem een voorbeeld van een heterotroof organisme
3. Geef een voorbeeld van een voedselketen 
4. Noem een consument van de 1e, 2e, 3e en 4e orde
5. Welke dieren zijn de toppredator?
6. Van welke organismen zouden er het meest zijn?

Slide 10 - Tekstslide

Energieverlies


Elke stap omhoog in een voedselketen gaat er energie verloren


Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Assimilatie/dissimilatie
Assimilatie: het maken van glucose door fotosynthese (producenten)
Voortgezette assimilatie: het omzetten van glucose in andere stoffen (koolhydraten, vetten, eiwitten) (producenten en consumenten)
Dissimilatie: het omzetten van organische stoffen in anorganische stoffen, hier komt energie bij vrij

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Welke groep hoort bij nummer 1?
A
Reducenten
B
Afvaleters
C
Producenten
D
Consumenten

Slide 15 - Quizvraag

Welke rol spelen consumenten in een voedselkringloop?
A
Nemen mineralen op en maken organische stoffen
B
Zetten organische stoffen om in andere organische stoffen
C
Breken organische stoffen af tot mineralen
D
Nemen organische stoffen op en maken anorganische stoffen

Slide 16 - Quizvraag

Welke groep organismen vormt een populatie?
A
De planteneters op Ameland
B
De bomen in een park
C
De edelherten in de Oostvaardersplassen
D
De kruidachtige planten in een wegberm

Slide 17 - Quizvraag

De eekhoorn ondervindt veel invloeden, hoeveel abiotische invloeden tel je?
A
1
B
2
C
3
D
4

Slide 18 - Quizvraag

Welk proces is een assimilatieproces?
A
het maken van aminozuren uit eiwitten
B
het maken van koolstofdioxide uit koolhydraten
C
Het maken van glucose uit glycogeen
D
het maken van zetmeel uit glucose

Slide 19 - Quizvraag

Welk(e) element(en) bevatten alle organische stoffen?
A
C
B
C en H
C
C, H en O
D
C en O

Slide 20 - Quizvraag

Zuurstof, fosfaat, water, koolstofdioxide en nitraat zijn..
A
anorganische stoffen
B
organische stoffen

Slide 21 - Quizvraag

Draagkracht
De draagkracht is de maximale populatiegrootte waarvoor in een gebied voldoende voedsel, schuil- en nestplaatsen zijn. 

Beperkende factoren remmen de populatiegroei waardoor deze onder de draagkracht blijft, zoals concurrentie van andere soorten, predatie, onvoldoende voedsel, ziektes en andere oorzaken van sterfte. 

Slide 22 - Tekstslide

Plaag
Wanneer de omstandigheden erg gunstig zijn voor een soort groeit een populatie soms ongeremd en overschrijdt de draagkracht van het gebied.

Hierdoor raakt een gebied uitgeput.
Sprinkhanenplaag in Oost-Afrika

Slide 23 - Tekstslide

Opdracht voedselweb

Slide 24 - Tekstslide

Huiswerk
- Lezen 8.1
- Maken opdracht 1 t/m 7

Slide 25 - Tekstslide

H8.2 Energie in ecosystemen

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide